Joehoe, ik ben hier, hoor je mij?

Mijn moeder vertelt dat ze een baby krijgt. Ze komt onder de douche vandaan en roept me. “Kom eens kijken?” Ze laat haar bolle buik zien. “Ik heb een kindje in mijn buik.” Ik aai erover en praat alvast tegen de baby. 
“Joehoe, ik ben hier, hoor je mij?”

Als de baby komt, moet mijn moeder naar het ziekenhuis. Wij logeren bij haar moeder, een hele lieve oma. Toch willen we liever naar huis, we zijn heel nieuwsgierig. Mijn moeder moet een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Ze mist ons en vraagt aan mijn vader of hij een foto van ons in een lijstje wil meenemen. Die kan ze dan op het nachtkastje bij haar ziekenhuisbed zetten, dan heeft ze al haar kinderen bij zich.

Wij zijn plotsklaps grote broer en zus. Niets is mooier dan de zaterdagavond. Dan zitten we gedoucht en met badjasjes aan op de bank te wachten op ons babyzusje. Als zij uit bad komt mag ze nog even tussen ons in. Ze is net een grote pop en we vinden haar prachtig.

Hartmama
Dit is een fragment uit hoofdstuk 2 van mijn boek Hartmama, opgroeien in een samengesteld gezin. Een woord dat ik toen nog niet kende en ook later nooit op mezelf betrokken heb. Omdat ik me als kind veilig en geborgen heb gevoeld en er van me gehouden werd door mijn vader en mijn tweede moeder. 

Mijn kindertijd, door de ogen van nu
Als ik terugkijk zie ik vooral de geborgenheid van het gezin waarin ik opgroei. Aan de buitenkant zie je nauwelijks dat we anders zijn en daar zijn we blij mee. ‘Zo doen we dat.’
Toch is er ook een onderstroom van iets wat eerder lijkt op heimwee dan op verdriet, voor mij in elk geval. Feilloos voel ik dat ik anders ben, anders dan de vriendinnen in de klas. Anders, met een dode mama en een levende moeder.

De mama die ik niet meer weet en de moeder die er gewoon is. De mama als zwart-wit foto op het dressoir, de mama uit verhalen, de mama op wie ik schijn te lijken. De mama van wie ik denk dat ik haar niet echt kan missen, omdat ik geen herinneringen aan haar heb. De mama uit fotoboeken die bijna nooit lacht. Altijd een serieuze blik met iets van verdriet erin. De mama van wie ik een babyfoto in mijn baby-album heb, met die van mijzelf ernaast. Ik lijk sprekend op haar. De mama die weet dat ze doodgaat en die geen afscheidsbrief schrijft of iets anders nalaat aan ons, haar kinderen. Daar heb ik nooit iets van begrepen. Ik kan dan ook niet kijken naar televisieprogramma’s waarin een terminaal zieke ouder een herinneringsdoos maakt voor zijn of haar kinderen. Te pijnlijk.

Zij ook
In mijn praktijk ontmoet ik vrouwen met soortgelijke verhalen. Vrouwen die ook jong waren toen ze hun vader of moeder verloren. Soms zo jong dat ze geen herinneringen meer aan hun overleden ouder hebben. Ze vertellen het verhaal vaak heel feitelijk, hun hart er niet bij. Weg van de pijn, dat is heel menselijk. ‘Als ik het niet meer weet kan ik het toch ook niet voelen?’ zeggen ze dan. En altijd is er toch een moment waarop het verdriet zich aandient. Dat is ook vaak het moment waarop ze zich melden bij mij met een begeleidingsvraag. 

Soms is een opstelling voldoende, individueel of in een groep. Het kan ook zijn dat er meerdere gesprekken nodig zijn. Vaak gaan we de natuur in, om letterlijk in beweging te zijn. Al lopend is het makkelijker om te kunnen verwoorden wat er zo diep weggestopt is. Ik loop mee, luister, stel vragen en laat stiltes vallen. En soms helpt de natuur een handje mee, is er ineens een mooie vlinder of een prachtige regenboog. Symbolen van hoop en troost.

Boek bestellen?
Wil jij jouw eigen exemplaar van Hartmama bestellen? Dat kan via www.susanvanderbeek.nl/hartmama. Of ben je geraakt door mijn blog en wil je weten wat ik voor jou kan betekenen in je eigen proces? Stuur dan een mail naar susan@susanvanderbeek.nl om een kosteloze kennismaking van een half uur via Skype te boeken.

1 thought on “Joehoe, ik ben hier, hoor je mij?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *