Integreren in Zwitserland kan alleen via het dialect

Integreren klinkt als iets wat je kunt afvinken. Alsof het een checklist is: taal leren, mensen ontmoeten, meedoen. In 2022 emigreerden wij naar Zwitserland en dachten we eerlijk gezegd dat het vooral een kwestie van tijd zou zijn. Even wennen, even oefenen, en dan… klaar. Inmiddels weet ik: integreren is geen project met een einddatum. Het is een proces dat zich vooral afspeelt tussen je oren, in je hoofd en in je hart. En hier, in het Berner Oberland, begint dat proces bij de taal.

In 2022 besloten we van de ene op de andere dag om te emigreren. Voor mijn man een uitdaging: zijn laatste werkzame jaren als huisarts, maar dan in een ander land. Voor ons beide een stap weg uit het gejaagde leven in Nederland, richting een meer ontspannen leven in het mooie Meiringen in Zwitserland.

Wat wisten we we nou eigenlijk van Zwitserland?
Toen we besloten om te emigreren, stelden we onszelf eigenlijk maar één voorwaarde: we wilden goed – en liefst zo snel mogelijk – integreren. Hoe dat er precies uit zou moeten zien, wisten we toen nog niet. Logisch ook, want wat wisten we nou eigenlijk van Zwitserland, behalve dat het een prachtig land is? We waren er nooit langer geweest dan ‘op doorreis’. Het leven hier, op zo’n 600 meter hoogte, tussen de bergen, in een plaatsje met nog geen 5.000 inwoners – daar hadden we ons nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.

Mundart i.p.v. Hoogduits
Dat er in Zwitserland vooral Mundart wordt gesproken, en dat het door ons gesproken Hoogduits voor veel inwoners hier in de regio al bijna een vreemde taal is, dát hadden we vooraf al helemaal niet door. Mijn man werkt doordeweeks alle dagen en spreekt veel patiënten. Voor hem werd die taalbarrière daardoor relatief snel kleiner. Voor mij lag dat anders. Ik moest echt een manier vinden om me dat Mundart eigen te maken.

Ieder dorp heeft z’n eigen dialect
Naast de dialecten per regio, heeft bijna ieder dorp hier z’n eigen dialect. Voor het schrijven van die dialecten bestaan overigens geen vaste regels. Je kunt je vast voorstellen wat dat betekent. Vooral in het begin was het voor mij een hele opgave om te begrijpen waar het over ging. In WhatsApp-groepen zat ik soms vijf minuten op één bericht te puzzelen – en snapte ik het daarna nóg niet. Dan moest ik vragen of iemand het even in Hoogduits voor me wilde vertalen.

Een grote taalbarrière
Misschien maar goed dat ik vooraf niet wist hoe groot die taalbarrière zou zijn. Want hoewel ik soms echt dacht: dit ga ik nooit verstaan, merk ik nu dat het langzaam beter gaat. Ja, ik heb nog steeds momenten dat ik de draad kwijt ben. En ja, zelfs Zwitsers uit andere regio’s vinden het Haslideutsch uit onze omgeving lastig. Maar het wordt steeds meer eigen. Dus: vooruitgang!

Hoogst-Alemannisch
Mundart betekent simpelweg: dialect. In Zwitserland gebruiken ze dat woord voor de taal die ze thuis, op straat en met elkaar spreken. Niet het nette Duits uit je lesboek, maar het Duits dat leeft, kronkelt, slikt en soms half verdwijnt. En als je, zoals wij, in het Berner Oberland woont, dan stap je meteen in de categorie hoogst-Alemannisch. Oftewel: next level.

Elk dal z’n eigen geluid
Wat ik onderschat had, is hoe lokaal taal hier is. Niet per regio, maar echt per dal, per dorp, soms zelfs per kant van de berg. In Meiringen klinkt het anders dan in Interlaken. En ja hoor: mensen horen meteen dat jij ‘van buiten’ bent – ook al doe je nog zo je best.

Zwitserland telt honderden dialecten. Precies tellen lukt niet, omdat bijna elk dorp z’n eigen varianten heeft. Grofweg ziet het er zo uit:

  1. Zwitserduits (Schwiizertüütsch): gesproken door zo’n 60% van de bevolking. Dit zijn allemaal Alemannische dialecten:
    • Laag-Alemannisch: rond Basel
    • Hoog-Alemannisch: Zürich, Bern
    • Hoogst-Alemannisch: Alpenregio’s zoals het Berner Oberland en Wallis

      En geloof me: dat laatste hoor je. Woorden worden ingeslikt, klanken verschoven, zinnen half afgemaakt. Ik heb vaak gedacht: ik ken alle woorden, maar samen klopt het niet.
  2. Reto-Romaans: een officiële nationale taal met vijf varianten. Prachtig, maar zelfs Zwitsers onderling moeten soms schakelen.
  3. Frans en Italiaans: ook daar bestaan dialecten, maar die spelen in het dagelijks leven een veel kleinere rol dan hier het Zwitserduits.

Waarom Zwitserduits zo anders voelt
Zwitserduits is gebaseerd op Alemannische dialecten, die ouder zijn dan het moderne Standaardduits. Sommige klanken zijn letterlijk middeleeuws gebleven.

Een klassieker:

  • Knopf wordt Chnopf
  • Kommen wordt cho

En zinnen eindigen soms… gewoon niet.

Wat het extra pittig maakt: Zwitsers schakelen moeiteloos tussen dialect en Standaardduits. Ik niet. Ik moet eerst herkennen wat ik hoor, en dán nog vertalen. Tegen de tijd dat mijn antwoord klaar is, zijn zij alweer drie zinnen verder.

Dialect als sociale lijm
Wat ik inmiddels snap is dat Mundart hier geen ‘taaltje’ is, het is verbinding. Wie dialect spreekt, hoort erbij. Wie het niet spreekt, staat er nét naast. Niet onaardig bedoeld, en al zeker niet bewust, maar het verschil is voelbaar.

Standaardduits gebruiken ze voor papier, school en officiële gesprekken. Het echte leven? Dat gaat in dialect. Altijd. Integreren is hier dus niet alleen een kwestie van woorden leren, maar van luisteren, missen, opnieuw luisteren en langzaam wennen. Met veel geduld. En af en toe hard lachen om mezelf. Wat ik inmiddels heb geleerd, is dat integreren hier niet betekent dat ik ooit perfect Zwitserduits zal spreken. Het betekent dat ik blijf luisteren. Dat ik durf te vragen. Dat ik accepteer dat ik soms pas na drie zinnen snap waar het gesprek over ging – of helemaal niet.

Blijven luisteren en meebewegen
Mundart is inmiddels voor mij geen barrière meer, maar een landschap waarin ik me langzaam beweeg. Met struikelen, stilstaan en af en toe een onverwacht mooi uitzicht. Misschien is dat wel precies hoe integreren hier werkt: niet door alles meteen te begrijpen, maar door te blijven, te luisteren en mee te bewegen, op mijn eigen tempo.

Over de auteur:

Foto van Sonja Broekhuizen

Sonja Broekhuizen

In 2022 emigreerden mijn man en ik naar Zwitserland en werk ik als fiber artist – multicraftual in textiel. Ik werk met draden, van vezel tot draad tot doek: spinnen, weven, breien, borduren — en alles wat zich daartussen aandient. Hier schrijf ik over wat mij voedt: maken met aandacht, vertragen, kiezen, proberen. Over kleine stappen en grote veranderingen. Niet omdat ik het allemaal weet, maar omdat ik het leef. Misschien herken jij er iets van.

www.sonjabroekhuizen.ch

Al haar blogs

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wekelijkse nieuwsbrief

Schrijf je hier in om wekelijks de nieuwste blogs te ontvangen.