Voor de tweede keer dit jaar ben ik in Zwitserland. Nu eind september. Natuurlijk om te wandelen, maar het bijzondere deze keer is dat er een geoloog in het gezelschap is. Hij gaat mee op een groot aantal van de wandelingen en geeft ’s avonds tekst en uitleg met behulp van beelden. Daardoor gaan we op een andere manier kijken naar het berglandschap om ons heen. Want hoe is dat eigenlijk allemaal ontstaan?

De Rheinschlucht bij Flims
Een van de wandelingen gaat naar de Rheinschlucht bij Flims. Een sprookjesachtig landschap met bossen, verborgen meren, een wild stromende rivier en bijzondere planten en dieren, maar ook hoge witte rotsen. Het is een toeristische trekpleister met mogelijkheden om te wandelen, een treinreis te maken, met een rubberboot de rivier op of het bijzondere uitkijkpunt ‘ilSpir’ te beklimmen. Wij gaan voor een van de wandelingen. Maar voordat we gaan, wordt de avond tevoren uitgelegd hoe dit alles is ontstaan.
Een canyonachtige kloof
De Rheinschlucht, in het Rätomaans Ruinaulta genaamd, is een canyonachtige kloof van 14 km in het Voor-Rijndal. De wanden zijn 400 m hoog en witachtig gekleurd. Dat laatste komt door de kalk waaruit ze bestaan. Een fikse regenbui kan er zomaar voor zorgen dat er weer een gedeelte naar beneden komt en de bomen die op het randje staan, gaan dan ook mee. Overal liggen ook puinresten en er is zelfs een soort dijk gemaakt om het spoor te beschermen, want de trein van Ilanz naar Chur loopt door dit dal.
De gletsjer begon zich terug te trekken
Bijna 10.000 jaar geleden begon de gletsjer uit de ijstijd zich terug te trekken die de Rijn bij Flims opstuwde. Er ontstond een enorm groot meer en mijoenen kubieke meters rotsen stortten het dal in bij Flims. De rivier de Rijn, die haar oorsprong heeft bij het Oberalp gebergte, kon geen kant meer op. Toch begon de rivier zich een weg te banen tussen het puin door en stroomde kronkelend naar Chur. Het grote meer van Ilanz, zoals het werd genoemd, verdween langzamerhand. De oevers van dat meer zijn nog duidelijk zichtbaar in het landschap. Op die plekken is het landschap licht glooiend in het dal.
Europa zat vast aan Afrika
Onze geoloog vertelt dat de ronde toppen onder het ijs lagen en de puntige toppen staken er bovenuit. Dan besef je pas goed hoe dik die laag ijs moet zijn geweest. Bovendien is het zo dat Europa vastgezeten heeft aan Afrika. Dat kun je je nauwelijks voorstellen. Hij vertelt ook over de strepen die er op heel veel grote rotsblokken voorkomen. Dat zijn kwartsgangen. De strepen zijn wit van kleur en ze lopen niet altijd horizontaal. Regelmatig komen we ook rotsblokken tegen die horizontale breuken vertonen. Die ontstaan door het verschil in temperatuur. De nachten kunnen erg koud zijn boven in de bergen en als de zon er dan overdag op staat, worden ze erg warm. Zo’n breuk ontstaat dan in een keer. Vaak zie je dat er mos in die spleten groeit en door het water dat erin stroomt, worden ze steeds breder en breekt er een groot stuk af.

Kracht van de natuur
Ik vraag hem hoe je de leeftijd van die stukken berekent. Dat gaat aan de hand van gele korstmossen. Die breiden zich steeds verder uit en overwoekeren langzamerhand alle rotsen. Over duizenden jaren is er van die rotsblokken niets meer te zien. Ze zijn dan allemaal verdwenen onder de vegetatie. Je kunt je niet voorstellen dat het landschap van nu er dan heel anders uitziet. Aan de vragen die we stellen merk je dat we op een andere manier kijken naar de omgeving. Het is niet meer alleen mooi, maar nu begrijpen we een klein beetje hoe krachtig de natuur is. Hij vertelt ook hoe snel het berglandschap aan het veranderen is door het huidige klimaat en als je hier loopt, besef je pas wat het kan betekenen als er nog meer schade ontstaat. Laten we zuinig zijn op dit gebied, dat een Werelderfgoed-status heeft.






