Hij mag wel van Oost- naar West-Berlijn

Vaak komt deze gedachte bij me op als ik de buitendeur opendoe voor mijn kater Mikki. Hij kijkt van links naar rechts en stapt gedecideerd naar buiten. Snuift een keertje de lucht om hem heen in en kuiert op zijn gemakje weg. Op naar een van zijn vele avonturen. Ik wil ook naar buiten en bedenk me dat ik jaloers ben op mijn kat, het is echt te gek. 

Ik ben al vele weken aan huis gekluisterd vanwege milde verschijnselen. Ze mogen geen naam hebben. De doktersassistente noemt ze niet alarmerend. Maar ik word er gek van. Soms wel, soms niet. 

Een uitnodiging
Met diezelfde kat vermaak ik me prima als hij zich lekker op mijn schoot ligt te wassen, terwijl ik op de bank zit met een dekentje om mij heen. Dat dekentje heeft heel veel aantrekkingskracht op hem. Het is een uitnodiging. Hij kan ook ongegeneerd lui en volledig uitgestrekt liggen slapen, gedrapeerd over mijn benen. Nog zoiets jaloersmakend. Ik ben af en toe moe als een hond, sorry, Mikki, maar slapen lukt niet. 

Weer dat huis
Met die momenten op de bank is het ziek zijn rustgevend. Zelfs inspirerend en komen er woorden als dit boven. Maar andere momenten word ik er gillend gek van. Weer dat huis. En soms de tuin. Maar ja, de gevoeligheid voor al de rondvliegende pollen, gaat niet samen met de langlopende holteontstekingen. De wereld beperkt zich tot mijn huis. Je kunt me uittekenen op die bank, met dat dekentje en met Mikki. Als hij tenminste niet buiten is. 

Hebben zij zich net zo opgesloten gevoeld?
Zouden mensen zich in Oost-Berlijn ook zo hebben gevoeld? Goed, ze mochten hun huis, hun woonplaats uit, maar niet hun land. En zeker niet naar West-Berlijn. Harrie Jekkers zingt het zo mooi, over die vogels die wel de vrijheid hebben. Zouden de Oost-Berlijners zich net zo opgesloten hebben gevoeld? Hadden ze ook zo dat verlangen naar vrijheid? Huilden zij ook af en toe tranen met tuiten?

Ik verlang naar buiten
Ik verlang ernaar om weer naar buiten te kunnen. Te kunnen wandelen, want dat is mijn uitlaatklep, mijn opladen. Ik heb die beweging zo hard nodig. Natuurlijk zou ik nu binnen kunnen bewegen, maar ja, dat lukt weer niet met de verhoging die ik heb. Dat is best frustrerend. Gek genoeg verlang ik zelfs naar boodschappen doen, want dat is nu ook geen optie.

Ziek zijn mag
Gelukkig zitten er ook positieve kanten aan de isolatie, aan dit. Ik mag leren dat ziek zijn mag. Want dat is een allergie, vooral opgedaan bij mijn voormalig werkgever. En dat ik eraan toe mag geven. Koortsachtig doorwerken werkt niet. Dat heb ik al mogen ervaren. Het is zoals het is. Dat geeft alleen al rust, in mijn lijf én mijn hoofd en juist de kans zo nu en dan toch wat te werken. 

Dankbaar voor mij helpers
Ik mag (nog meer) leren hulp vragen. En de geruststelling geloven als mijn helpers zeggen dat ze er geen problemen mee hebben. Ik mag voelen dat ik daar dankbaar voor ben. Op zich heb ik geen moeite met dankbaar zijn, maar ik merk wel dat het nu toch lastiger is om ‘s avonds drie dingen op te schrijven. Het is niet dat bioscoopbezoek, het etentje of een kop cappuccino op een terras met vrienden meer. De dankbaarheid schuilt nu in de kleine dingen. Een appje: hoe het is. Een lieve kaart. Een bosje bloemen op de drempel. 

De wereld is kleiner
Al met al zet corona – of ik het nu heb of niet – me wel lekker met de voeten op aarde. De wereld is kleiner, de pleziertjes zijn kleiner, de dingen waar ik dankbaar voor ben zijn kleiner, maar wat mijn dierbaren voor me doen is groots. Wat ik van deze periode leer ook. Daar ben ik dankbaar voor.

0 thoughts on “Hij mag wel van Oost- naar West-Berlijn”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: