We gaan vandaag een wandeling maken van het Zwitserse Sedrun naar Dissentis. Nadat we de rugzakken en wandelstokken achter in het busje hebben gelegd, vertrekken we vanaf ons hotel naar Sedrun. Het is ruim een uur rijden, maar dat maakt niet uit, want er is genoeg te zien onderweg.
De bakermat van de Rijn
We rijden richting het westen en we zien heel veel besneeuwde toppen. Dat betekent dat het boven nogal koud is. Een sprookje om te zien. Sedrun is de hoofdplaats van de gemeente Tujetsch in het dal van de Voor-Rijn. Het is de bakermat van de Rijn. Hier ontspringt hij in de Tomasee op 2345 m boven zeeniveau. Het dorp ligt als het ware aan het einde van de bewoonde wereld. Sedrun zelf ligt op circa 1450 m hoogte en na een uurtje rijden komen we aan bij het kleine stationnetje. Het busje gaat weg en zal ons aan het eind van de middag weer ophalen in Dissentis, een plaats waar een enorm wit klooster het aanzicht van de omgeving domineert.
Typische rood gekleurde treinen in Zwitserland
Rugzak op, stokken klaar en dan kunnen we. Deze wandeling is bijna 10 km, licht stijgend, maar vooral dalend. We gaan langs de flank van de berg lopen. Het is geen moeilijk pad en het uitzicht is grandioos. Af en toe blijven we even stilstaan om te genieten van deze magische omgeving. Beneden ons rijdt regelmatig een trein langs; de typische, Zwitserse rode treinen die mooi contrasteren in de groene omgeving. We lopen rustig verder en genieten van de natuur die volop in bloei is. Het pad is soms breed, soms smal en kronkelt af en toe ook langs een paar huizen die tegen de bergwand aangeplakt lijken.
Het lijkt alsof we elkaar al jaren kennen
We lopen door en zoeken een plekje om te lunchen – de bergwand nodigt niet uit om ertegenaan te gaan zitten. Gelukkig komen we op een gegeven moment een picknickplek tegen. Even flink omhoog en dan zien we dat er een echtpaar bezig is met het roosteren van worstjes. Er staat ook een grote tafel en er hangt een doek om wat schaduw te creëren. Plek genoeg dus. Er ontstaan leuke gesprekken aan tafel. Dat is het bijzondere van zo’n vakantie. je kent de mensen niet en na een aantal dagen onderweg lijkt het alsof je elkaar al jaren kent.
Een Hofladen bij de boerderij
Dan wordt het tijd om weer verder te gaan. Heel in de verte, zien we de contouren van het klooster. Maar zover is het nog niet. We moeten nog een flink stuk. Het pad daalt licht en biedt een weids uitzicht over het dal. We prijzen ons gelukkig dat we dit kunnen en mogen doen. Na verloop van tijd zien we een lilakleurige houten pipowagen staan, met een grote bank ervoor. Het is een Hofladen die bij een grote boerderij staat. Dat vraagt om even binnen te gaan kijken. Boeren verkopen op deze manier hun producten aan de wandelaars. Binnen zien we koelkasten staan met zuivel en ijs. Maar ook jam, honing, walnotentaart en zoals gebruikelijk een kistje waarin je het geld kunt doen. Een van de wandelaars wil ons trakteren en even later zitten we met een ijsje op de bank. Puur genieten.

Een minibieb van een konijnenhok
We beginnen aan het laatste stuk van de wandeling en komen langs een mini-dorpje waar de tijd lijkt stil te staan. Het klooster komt steeds dichterbij en vlak vóórdat we het laatste pad nemen, zie ik vanuit mijn ooghoek een minibieb, gemaakt van een oud konijnenhok. Precies, hergebruik. Er zit helaas niets van mijn gading in, dus op naar het klooster.


Moe maar tevreden
We lopen een trap op en komen binnen. Het is er heerlijk koel en het is even wennen aan het licht. Er is bijna niemand en we nemen plaats in de rijkelijk versierde kapel. Daarna is het toch echt tijd om naar de parkeerplaats te lopen. Het busje komt aanrijden en moe maar tevreden stappen we in op weg naar ons wandelhotel.






