In mijn woonkamer staat een bloeiende hyacint. Het was de bedoeling dat hij roze werd, daarom had ik hem ook gekocht. Maar hij ging zijn eigen weg en is wit gekleurd. Niet een echt mooie volle bloem, maar hier en daar met openingen. Hij was ook omgevallen, te zwaar voor het kleine potje waarin hij stond. Die hyacint deed me denken aan vroeger, toen ik nog op de lagere school zat. Ik meen me te herinneren dat ik toen 9 of 10 jaar oud was.
Als de bol gaat bloeien
Als de winter al een tijdje aan de gang is en het nog geen voorjaar is, zie je overal hyacintenbollen te koop staan. Er worden allerlei kleuren aangeboden en meestal staan ze met een aantal in een bakje of alleen in een potje. Als die bol dan gaat bloeien, ruikt het naar het voorjaar, waar we dan reikhalzend naar uitkijken. Dat was voor mij dus ook de reden om er een te kopen. Bovendien was mijn opa bollenboer. Niet dat hij zelf nog op het land werkte, daar was hij inmiddels te oud voor. Maar verschillende zoons deden nu het werk en tegen de tijd dat de bollen gepeld moesten worden, werden wij ook ingeschakeld, hoe klein we ook waren.
De kinderen uit de Bollenstreek
Ik zat op een lagere school die door de nonnen werd geleid. En elk jaar in die periode, net voor het voorjaar, werd er een wedstrijd georganiseerd. We kregen een hyacintenbol in een potje mee naar huis met de opdracht die te laten opgroeien. Er werd niet echt uitgelegd wat we moesten doen als hij thuis stond. Ze gingen er vanuit dat wij, kinderen uit de Bollenstreek, dat wel zouden weten. Of in ieder geval onze ouders. De wedstrijd duurde drie weken en dan moest de hyacintenbol weer mee terug naar school. De hoofdprijs voor de mooiste hyacint was een medaille. Voor plaats twee en drie was er een kleurplaat te winnen.
Hevig teleurgesteld
Daar ging ik met mijn bol naar huis en ik vertelde enthousiast wat de bedoeling was. “Zet maar even op het aanrecht” zei mijn moeder. Ze had het druk en even geen tijd, logisch als je weduwe bent met zes kleine kinderen. Het potje kreeg de volgende dag een plekje op de vensterbank. Dat was een minder goed idee omdat hij dan in het licht stond en veel te snel opgroeide. Dat bleek ook wel, want na een kleine twee weken was hij al helemaal volgroeid. Dat was niet de bedoeling en ik nam de bol hevig teleurgesteld na drie weken weer mee naar school. Hij was inmiddels erg lelijk geworden. Ik wilde nooit meer meedoen.
Hij bekeek de bol eens goed
Maar het jaar erop werd er opnieuw een wedstrijd georganiseerd. En ik kon de verleiding niet weerstaan om de hyacintenbol toch weer mee te nemen, want ik had een plannetje bedacht. Ik zou aan opa vragen hoe ik de bol moest verzorgen. Dan moest het wel goedkomen. Met het potje in mijn handen ging ik naar opa toe en vroeg hem wat ik moest doen. Hij bekeek de bol eens goed en zei dat het een slechte kwaliteit was. Hoe kon hij dat nou zien? Ik zag alleen maar een bol. Ik snapte er niks van. Maar hij zei: “Laat hem maar hier en dan zal ik wel even kijken hoe het gaat.”
Zou opa hem weggooien?
De bol verdween in een kast en dat was het. Ik kon weer naar huis gaan. Natuurlijk snapte ik niet waarom die bol in de donkere kast moest. Zou hij hem weggooien? Was het echt zo’n slechte bol? Na een week ging ik vragen hoe het met mijn bol ging en of ik mocht kijken hoe hij er nu uitzag. Dat was niet de bedoeling. En als opa zoiets zei, kon je je er maar beter aan houden. Dat hadden we inmiddels wel geleerd.
Mijn bol was echt veel mooier
Eindelijk brak de dag aan dat we de hyacint weer mee naar school moesten nemen. De dag ervoor had ik hem opgehaald en hij zag er prachtig uit. Fier rechtop, volop bloeiend en prachtig lichtblauw van kleur. Wat was ik blij. ’s Nachts stond hij in de keuken omdat het daar koud was, verwarming was er immers niet. Trots liep ik met mijn bol naar school, behoedzaam uitkijkend om niet te struikelen. De juf nam hem over en zette hem bij mijn naamkaartje op de tafel. Ik zag al gauw dat mijn bol toch wel erg mooi was in vergelijking met die van de andere kinderen. En aan het einde van die dag kreeg ik de medaille voor de mooiste bol. Ik was zo trots. Eindelijk had ik eens wat gewonnen. Dat moest ik aan opa vertellen. Want hoe kon dat nou? Kon hij soms toveren? Dat zou ik hem vragen. Maar daar gaf hij geen antwoord op.
De mooiste was voor jou
Een paar jaar later vroeg ik hem er nog eens naar. Hij begon een beetje te lachen en zei: “Ik heb er gewoon een paar tegelijk laten groeien en de mooiste aan jou gegeven. Daarom mocht je er niet naar kijken, want dan had je gezien dat er een hele rij stond. Wat een slim plan van mijn opa de tovenaar.







6 reacties
Fantastisch mooi verhaal Willy. Wat lief bedacht van jouw opa.
Het was zijn eer te na als zijn kleindochter niet zou winnen.
Ach wat een fijne opa! Heerlijk verhaal.
Hij was altijd aardig als het over zijn vak ging. Maar hij had meer op met mijn broertjes.
Geweldig verhaal als kind uit de bollenstreek komt het mij wel bekend voor dat bollen pellen., Alleen dat waren eigenlijk altijd tulpen.
Ja dat klopt. Het waren ook tulpen, maar soms moesten we het zand zoveel mogelijk van de hyacinten of narcissen schudden.