Ik sta vandaag voor een groep kleuters, in het midden van het lokaal heb we één grote tafel gemaakt. Gezellig aan één grote tafel werken vind ik fijn, het is overzichtelijk en ik kan er makkelijk omheen lopen om de kinderen te helpen. Ik heb uitleg gegeven en het papier, de verf en kwasten uitgedeeld, alle kinderen zitten lekker te schilderen.
Een verfvlekje
Een Surinaams meisje komt naar me toe gelopen. Ze draagt een mooie lichtblauwe jurk van velours met een rok van tule. Haar lange dikke kroeshaar ligt in twee prachtige vlechten over haar schoudertjes en aan het uiteinde van elke vlecht bungelt een glanzende lichtblauwe strik. Ze steekt haar rechter wijsvinger naar me omhoog; er zit een piepkleine verfvlek op en ze vraagt of ze haar handen mag wassen.
Vieze vingers mag best
“Is het niet handig om dat pas te doen als je klaar bent met je schilderij? Vieze vingers mogen best met verven hoor.” Ze kijkt me met grote serieuze ogen aan en zegt: ”Maar mama zegt dat prinsesjes geen vieze handen krijgen.” “Aha”, zeg ik, “ja dat snap ik wel, zo’n mooie prinses als jij mag niet vies worden natuurlijk. Maar weet je, vies hoort bij het leven. Zonder vies is er ook geen schoon. En als ik zo naar jou kijk, zit er volgens mij in dat mooie prinsesje ook een ondeugend meisje dat heel graag vies wil worden. Klopt dat?” Ze kijkt me verbaasd aan, maar dan beginnen haar ogen te glimmen en verschijnt er een brede glimlach, haar hoofd knikt ‘ja’.
Klodder blauw
Ik pak een bord met verf en een vel papier en neem haar mee naar een tafel in een rustig hoekje. Het bord zet ik voor haar neer, ik kijk haar lachend aan en steek mijn wijsvinger in een klodder gele verf. We giechelen en prompt steekt het meisje haar vinger in een klodder blauwe verf. Eén voor één krijgen haar vingers kleur en voor ik het weet heeft ze beide handen in het bord met verf gezet. Ze mixt alle kleuren door elkaar en steekt dan haar verfhanden triomfantelijk naar me uit. “En hoe voelt dat, lekker vies hè!”






Eén reactie
Anouk, dit doet me denken aan een leerling die ik in groep 6 had. We gingen een keer in de week naar schooltuinen. Hij wilde geen vieze handen krijgen en had witte handschoenen meegenomen. Tja, dan moet je niet bij een Amstedamse tuinman zijn:. Hij pakte de handschoenen af en zei: zo nu ga je echt de grond voelen. Kun je je voorstellen wat dat betekende voor deze leerling? Hij was woest.