Nirwana van Tommy Wieringa: goed boek en wat ergernissen

Ik ben een kritische lezer. Dat komt ongetwijfeld door mijn werk als schrijfcoach en redacteur. Ik lees ontzettend veel boeken, maar ook stapels manuscripten. Daardoor kijk ik tijdens het lezen automatisch naar het verhaal, de personages, de stijl en de keuzes die een schrijver maakt.

Dat levert weleens verbaasde reacties op. Wanneer ik vertel dat ik Daar waar de rivierkreeften zingen, De Camino of Kruistocht van een koningin niet overweldigend goed vond, kijken mensen me soms aan alsof ik een andere versie van het boek heb gelezen. Mijn blog daarover kreeg dan ook de titel: Wat als je een boek leest dat tegenvalt?

Met Nirwana van Tommy Wieringa heb ik dat probleem trouwens niet. Ik heb het boek graag gelezen en wilde steeds verder. Het verhaal pakte me. Toch heb ik behoorlijk wat aan te merken.

De familiegeschiedenis is interessant
Nirwana gaat over Hugo Adema, een kunstenaar die afkomstig is uit een steenrijke familie. Zijn grootvader Willem heeft een verleden waar nogal wat aan vastzit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij aan Duitse zijde aan het oostfront. Later sloot hij zich aan bij het verzet. Althans, dat verhaal ging in de familie Adema de ronde, maar bleek iets genuanceerder te liggen, ontdekte de kleinzoon. Na de oorlog bouwde Adema senior een enorm zakenimperium op, waar de tweelingbroer van Hugo dankbaar van profiteert.

Hugo duikt in het verleden van zijn inmiddels honderdjarige grootvader en ontdekt steeds meer over de man die hij eigenlijk nauwelijks heeft gekend. Dat vond ik interessant. Heel interessant zelfs. Hoe kijk je naar een familielid dat aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan? Wat heeft iemand meegemaakt? Wat heeft hij gedaan? En hoe leeft zo’n verleden door in de volgende generaties?

Ook de afkomst van Hugo’s grootmoeder vond ik boeiend. Wieringa legt allerlei familieverbanden bloot en daardoor krijg je steeds meer zicht op de wereld waarin Hugo is opgegroeid.

Hugo is een interessant personage
Daarbij bleef het hoofdpersonage Hugo mij ook intrigeren. Zijn gedachten en gevoelens, zijn kunstenaarsbestaan, zijn familie en zijn zoektocht naar het verleden: ik wilde weten hoe hij zich daartoe zou verhouden. Dat Wieringa je zo bij zijn personages weet te betrekken, vind ik echt een sterke kant van het boek. Je vraagt je af hoe het met ze verdergaat.

Waarom zit Tommy Wieringa zelf in zijn boek?
Maar, zoals gezegd, waren er ook ergernissen. Tommy Wieringa speelt een kleine rol in zijn eigen roman. Hij voert zichzelf op als schrijver die Hugo ontmoet en zich met diens familiegeschiedenis bezighoudt. Ik vond het ontzettend irritant. Ik snap heus wat hij ermee wil doen; het geeft hem de mogelijkheid om als schrijver in het verhaal rond te lopen en contact te maken met Hugo. Toch haalde het mij uit het verhaal. Het deed me denken aan een filmregisseur die zichzelf ineens een bijrol geeft. Leuk gevonden, denkt de regisseur. Als kijker denk ik: laat die man gewoon achter de camera blijven.

De meningen hierover lopen bij andere recensenten uiteen, maar Wieringa’s verschijning als personage wordt zeker niet door iedereen als geslaagd ervaren. Van mij had hij het eruit mogen laten.

Onnodige dure woorden
Hier kan ik als schrijfcoach natuurlijk helemaal losgaan: Nederlandse literaire schrijvers hebben nogal eens de neiging om ingewikkeld te formuleren waar het ook gewoon helder kan. Wieringa doet daar in Nirwana geregeld aan mee. Ik lees dagelijks teksten. Ik werk dagelijks met taal. Toch kwam ik woorden tegen waarvan ik dacht: huh? Dan vraag ik me oprecht af wat je als schrijver wilt bereiken. Wil je iets heel precies uitdrukken? Prima. Heeft het woord een bepaalde lading die je nergens anders mee kunt vangen? Ook prima. Maar een ingewikkeld woord gebruiken omdat het ingewikkeld klinkt? Daar haak ik op af. Neem de passage op pagina 265. Hugo zit aan tafel met zijn grootouders:

“De oude man keek naar zijn kleinzoon. Diep lagen zijn roodomrande ogen onder zijn wenkbrauwen verzonken. ‘Hugo komt schilderen, Wim!’ zei zijn grootmoeder luid. Hij wendde zijn blik even naar haar en staarde toen weer naar zijn kleinzoon. Gevoel dat je bij heel oude bomen kon hebben, dacht Hugo, waar heel de bonte karavaan van de geschiedenis aan voorbij was getrokken. Zijn grootvader had de oorlogsmachine zijn lichaam gegeven en was er levend uit tevoorschijn gekomen. Miljoenen anderen waren achterbleven. Ook nu Hugo zo’n beetje wist wat hij gezien en gedaan had, was zijn verlangen om in zijn hoofd te kunnen kijken niet verdwenen, stelde hij vast. Was zijn nieuwsgierigheid niet ook vermengd met een deel jaloezie om de dingen die zijn grootvader had gezien? Het oude Europa, de oorlog die de vader van alle dingen is, de pus en de drek, de vonken van glorie? Had hij het gevoel te laat geboren te zijn? Ontbrak in zijn leven de gravitas van een oorlog die de overlevenden adelt?”

Die laatste zin vind ik prachtig om dit punt te illustreren: “Ontbrak in zijn leven de gravitas van een oorlog die de overlevenden adelt?” Gravitas. Het is een bestaand woord. Dat weet ik ook wel. Maar waarom? Zeg gewoon wat je bedoelt. Ik heb precies dezelfde ergernis bij Geert Mak en Connie Palmen. Ik denk dan: doe normaal. Je hoeft als schrijver toch niet bij iedere alinea te demonstreren hoeveel woorden je kent of hoe literair verantwoord je bent? Een verhaal wordt er voor mij niet interessanter van. En anno 2026 lijkt het me helemaal een merkwaardige keuze. Je wilt als schrijver toch zoveel mogelijk lezers bereiken? Met dit soort taal maak je de kring van mensen die zich er prettig bij voelen eerder kleiner.

Die vriend had van mij meer ruimte mogen krijgen
Hugo heeft één vriend die voor mijn gevoel een veel grotere rol had kunnen krijgen. Hij vormt de verbinding met de gewone wereld. Hugo leeft grotendeels in een wereld van geld, kunst en mensen die daar deel van uitmaken. Zijn vriend brengt iets anders binnen. Daar had Wieringa wat mij betreft veel meer mee kunnen doen. Ik had die vriendschap graag verder zien ontwikkelen. Het zou Hugo als personage bovendien meer tegenwicht hebben gegeven.

Minder verleden graag
Het boek bevat veel informatie over het verleden van Hugo’s grootvader. De echte dagboeknotities vond ik interessant. De geschiedenis die daaruit naar voren komt, wil je lezen. Een aantal van de door Wieringa verzonnen gebeurtenissen vond ik daarentegen behoorlijk langdradig. Ik had daar weinig mee. Als schrijver heb je natuurlijk een hele geschiedenis in je hoofd. Je kent je personages door en door en weet precies wat ze allemaal hebben meegemaakt. De lezer hoeft daar alleen niet alles van te weten. Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van redigeren: wat moet erin en wat kan eruit? Bij Nirwana had ik geregeld het gevoel dat er nog wel wat uit had gekund.

Exit met het hoofdstuk Exit
Het laatste hoofdstuk heet Exit. Dat vond het een vreemde zet. Het laat je als lezer met een onbevredigend gevoel achter. Na honderden pagina’s waarin je zo betrokken bent geraakt bij Hugo en zijn familie, wil je weten hoe het verdergaat. Wanneer overlijden zijn grootouders? Hoe ontwikkelt het contact met zijn tweelingbroer zich? Hoe gaat het verder met zijn ex-vriendin? Hoe ziet Hugo’s eigen leven eruit? En wat gebeurt er met tante Geertje? Vooral dat laatste bleef bij mij hangen. Waarom heeft Hugo’s oma haar dochter Geertje nooit opgezocht? En waarom ging Hugo’s opa na jaren niet meer naar haar toe?

Dat zijn vragen die Wieringa bij mij als lezer heeft opgeroepen. Ik wilde de antwoorden. En juist daarin heeft hij zijn werk goed gedaan: ik ben betrokken geraakt bij deze mensen. Daarom vind ik Exit zo jammer. Als Wieringa dat hoofdstuk had weggelaten, had hij alle ruimte gehad voor een vervolg. Mark H. Stokmans deed dat bijvoorbeeld met Land van echo’s en Spiegeldagen. Ik had een tweede deel van Nirwana met liefde gelezen.

Dus wat vind ik van Nirwana?
Goed. Echt goed. Ik heb het boek graag gelezen en wilde steeds door. De familiegeschiedenis boeide me, de achtergrond van de grootvader vond ik interessant en Hugo bleef als personage intrigerend om hem te willen volgen. Mijn kritiek maakt het boek voor mij juist interessanter om over te praten. Ik hoef een boek niet geweldig te vinden om er plezier aan te beleven. En ik hoef een auteur ook niet op een voetstuk te zetten omdat hij een gevierd schrijver is. Ik lees. Ik denk. Ik erger me. Ik bewonder. Ik sla weleens een stukje over. En bij een goed boek wil ik uiteindelijk vooral één ding: weten hoe het verdergaat. Bij Nirwana wilde ik dat. Heel graag zelfs.

Over de auteur:

Foto van Marije van den Bovenkamp

Marije van den Bovenkamp

Schrijfcoach & eindredacteur

Jouw persoonlijke schrijfcoach en eindredacteur in Granada. Ik gun en geef jou schrijftijd – in Spanje of online – en help je om blogs, e-books, webteksten en boeken te schrijven vanuit rust, focus en plezier. Ik redigeer ook met passie en kritische blik jouw teksten en manuscripten. Zelf ben ik auteur van Blog Zinnig & Zuiver en twee kinderboeken: Elfjes bestaan en Elfjes in alle kleuren.

www.schrijfzin.com

www.blogzinnig.nl

Al haar blogs

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wekelijkse nieuwsbrief

Schrijf je hier in om wekelijks de nieuwste blogs te ontvangen.