Zoals iedere week was ik ook afgelopen week samen met mijn leerteam, een groep van maximaal tien studenten, aan het werk. De leerteams hebben elke week een werksessie van 90 min waarbinnen ze 45 minuten een ‘gestuurd’ onderwerp behandelen en de andere 45 minuten bepalen ze zelf met welk onderwerp ze aan de slag willen. Dit onderwerp dient wel gerelateerd te zijn aan een doel dat ze als leerteam hebben bepaald, bijvoorbeeld: we willen als groep effectief en actief samenwerken.
Nu merk ik in de werksessies na zo’n eerste periode op het hbo dat de eerste adrenaline en het enthousiasme van zo’n start op een nieuwe school er een beetje af is. De eerste tentamens zijn geweest, de eerste cijfers zijn terug. Ze weten ondertussen een beetje wat ze kunnen verwachten van de lessen en de inhoud. Het sluit misschien niet helemaal aan bij alle verwachtingen of het is toch niet zo moeilijk als ze dachten, of juist wel. Kortom, dit alles werkt in eerste instantie niet altijd in het voordeel van de intrinsieke motivatie van de studenten. Dit heeft tot gevolg dat de studenten niet makkelijk in beweging komen. Zolang ik ze een opdracht geef, gaat het best goed, maar zelf met een initiatief komen wat ze kunnen doen of behandelen in hun eigen tijd komt momenteel maar niet uit de verf. In tegenstelling tot de start van het schooljaar.
Zo ook afgelopen week. Er kwam eigenlijk geen invulling van de eigen werktijd en ik begon zoals we dat zo mooi zeggen ’te trekken’ aan de groep. Ik ging heel hard aan het werk om boven water te krijgen wat er nou eigenlijk aan de hand was. Waarom ze niet gemotiveerd waren, wat er dan nodig was om dat wel te worden. Kortom, ik was al mijn coachvaardigheden als een dolle aan het inzetten. Alleen die ene, de belangrijkste, die vergat ik even: die van de luie coach.
Ik merkte bij mezelf dat ik steeds meer irritatie aan het opbouwen was en dat ik steeds meer de neiging kreeg om dan maar sturend en bepalend te gaan worden, want dat was eigenlijk waar ze onbewust steeds meer een beroep op aan het doen waren bij mij. “Vertelt u maar wat we moeten doen.” En opeens dacht ik, ik laat het los. Ik geef jullie gewoon een opdracht en zoek het maar even samen uit. Ik stap er even uit en laat jullie met de opdracht achter.
Zo gezegd zo gedaan en na een half uur kwam ik terug en waren ze samen als groep heel effectief en actief aan het samenwerken. Ze hadden keurig de opdracht opgepakt, hem met elkaar besproken, de rollen verdeeld en samen aan de slag gegaan. En eigenlijk heel goed gewerkt aan hun groepsdoel, ze waren weer enthousiast, hadden meer energie en kwamen weer met ideeën wat ze nog meer wilden en konden doen in hun eigen in te vullen werktijd.
Ze kunnen veel meer dan wij soms denken, als je ze maar de ruimte geeft. En ik, ik hoef niet zo hard te werken, ik mag tevreden zijn met wat ze allemaal als groep binnen tien weken al bereikt hebben. We komen er wel en ze hebben mij steeds minder nodig.





