Opeens staat hij in de kamer van mijn praktijk. Een man. Hij vult de deuropening. Jong nog, ik schat hem midden twintig. Een lang lijf, de brede schouders hangen naar beneden. Hoofd omlaag, haar in een lok voor zijn gezicht. Hij kijkt kort en een beetje zijdelings naar me, vanachter het gordijn van haar. Nauwelijks zichtbaar in die glimp maar ik zie het toch; de tranen in zijn ogen. Hij vraagt of ik even tijd heb.
Hij valt zomaar binnen. Zoals dat gaat als je even alles-voelend en nietsziend door het leven strompelt. Toeval of niet, ik kan tijd maken, het is rond lunchtijd. De volgende sessie is pas over een uur. Hij durft me nauwelijks aan te kijken. En zegt half mompelend hoe heftig het is. “Kom” zeg ik en gebaar naar de comfortabele stoel, vlakbij hem. “Ga even zitten.” Ik schuif het bordje naar ‘niet-storen’ en doe zachtjes de deur goed achter hem dicht.
Vertel maar
Ik wacht even tot hij zich neer heeft gezet, lijf ongemakkelijk, op het puntje van de stoel. “Vertel maar.” Er volgen hakkelende zinnen. Water tot aan zijn lippen. De schuld en de schaamte, ze zijn ondraaglijk geworden. Hij weet niet hoe hij ermee om moet gaan. Weet niet hoe hij nog kan ademen. Dus hij dacht aan mij. Ik zit een pand verderop op het bedrijventerrein, maar hij weet van mijn bestaan. We zijn elkaar wel eens tegengekomen bij de catering beneden, bij het broodje halen voor de lunch.
Hoe werkt dit dan?
Hij weet niet hoe dit werkt, zegt hij. Maar hij moet het kwijt, hij barst anders uit elkaar. “Je bent welkom” zeg ik hem. Ik laat hem nog even vertellen tot de adem terugkeert en de tranen drogen. Ik check bij hem of hij mensen om zich heen heeft met wie hij hierover kan praten. “Nee, nee” schrikt hij hoorbaar. De schaamte is te groot. “Maar hoe werkt dit dan?” vraagt hij nog maar een keer. “Weet je” zeg ik, “morgenochtend vroeg maak ik wat meer tijd voor je. Maken we een officiële afspraak. En dan denk ik dat je wel weer op weg kan.” Hij slaakt een zucht van verlichting en staat op. Kijkt me nu vol aan terwijl hij me bedankt. Zijn lijf weer opgericht, haar opzij en de blik weer open.
Hardop uitspreken
Ik kijk op de klok. We zijn nog geen kwartier verder. Ik glimlach van binnen. Dit effect ken ik zo. De intake is niet voor niets de sessie waar al veel werk wordt verricht. Je hardop uitspreken over alles waarvan je denkt dat dit het daglicht niet kan verdragen, heeft juist het daglicht nodig. Zodat er zuurstof kan komen in je donkerte waar je jezelf gevangenhoudt. Zodat er weer ruimte kan komen voor je ademhaling en je borstkas zich weer kan vullen met lucht. Zodat het ondraaglijke iets draaglijker wordt. Je misschien wel al 20 kilo lichter voelt.
Deel en heel
In het uitspreken wordt de bevrijding geboren. En als we dan luisteren met een deelnemend hart, een oor vol compassie en onze aandacht erbij, ons kunnen laten raken door de menselijkheid van het verhaal en de wetenschap dat het ‘erbij’ zijn alles is wat er nu nodig is, dan is delen werkelijk helen. Of het nu bij bijvoorbeeld Rondje Vuur is, in mijn praktijk of zo met een vriendin of op straat; ik ervaar het als de essentie van mijn werk en van alle menselijk contact.
En deze jongeman dan? We spreken elkaar de volgende ochtend. Een nuttige sessie. Zoals ik al had voorspeld: de eerste en de laatste. Want zoals hij zei: “de tijd en de aandacht gisteren, dat deed het ‘m al.” Precies. Delen is helen. Gun jezelf of een ander je oor en/of je verhaal. Deel en heel.
Liefdeswerkplaats
In mijn boek Liefdeswerkplaats deel ik mijn verhalen. Geschreven met de taal van mijn hart. Misschien raakt het ook het jouwe. En wil je jouw verhaal delen? Voel je welkom bij mijn Rondje Vuur, Rondje Kralingse Plas of in mijn praktijk. Dan beginnen we hiermee.
Dit delen:
- Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
- Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
- Klik om te delen op X (Opent in een nieuw venster) X
- Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
- Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print






2 reacties
Ja mooi Saskia! Waarvan je denkt dat t daglicht niet kan verdragen heeft daglicht nodig. Heel mooi geschreven en gedaan.
Dank je Barbara. Zo van belang!