Amsterdam bestaat 750 jaar. Gedurende het hele jaar zijn er allerlei activiteiten om daar aandacht aan te besteden. Het Allard Pierson museum levert haar bijdrage met de tentoonstelling Amsterdam eet. Een geschiedenis in gerechten. Het thema is koken en eten met de nadruk op gerechten. Daar wil ik meer van weten en besluit er op een ochtend heen te gaan. Ik zorg dat ik zo rond de openingstijd bij het museum ben, omdat het dan meestal nog rustig is en je niet overspoeld wordt door de toeristen. En door mijn museumkaart, sta ik snel binnen.
Haring bij het ontbijt
Het eerste wat me opvalt als ik binnenkom, is het oude spreekwoord ‘De welvaart van Amsterdam is gebouwd op haringgraten‘. Een bijzondere uitspraak vind ik, want waarom die haringgraten? Amsterdam was in de dertiende eeuw een dorp rond een dam aan de Amstel. De belangrijkste bron van inkomsten was visserij. Er werd veel vis verkocht op de markt en haring was een belangrijk product. In de Middeleeuwen werd de haring gegeten door zowel rijk als arm. Het werd vaak gegeten bij het ontbijt, aangevuld met bier.

De oliebol, een lekkernij uit de 17e eeuw
De tentoonstelling is opgebouwd uit kookboeken, menukaarten, archeologische vondsten en handschriften. Daarin kun je zien dat Amsterdammers een ‘nieuwsgierige’ maag hadden. Een goed voorbeeld is een oesterpastei met exclusieve specerijen. Die specerijen werden ook voor de gezondheidsleer gebruikt. Een ander voorbeeld is de oliebol, die al in de 17e eeuw een lekkernij was. Of wat dacht je van het Amsterdamse zuur, verbonden met de Joodse Gemeenschap? En natuurlijk mag het broodje kroket niet ontbreken. Dat werd geïntroduceerd in de jaren ’40 door door van Dobben en Febo.
Het oudst bewaarde kookboek van Amsterdam
In de vitrines liggen prachtige, oude kookboeken en manuscripten. Een topstuk is het oudste kookboek van Amsterdam. Er was maar één exemplaar en het stamt uit 1617. Ook is er een uniek exemplaar van een Portugees-Joods receptenmanuscript. Het is indrukwekkend om te zien hoe goed deze kookboeken bewaard zijn gebleven. Ook uitgebreid aandacht voor de tafelschikking bij een diner dat gegeven werd bij de rijkere Amsterdammers. In een glazen vitrine staat een servies uitgestald met duidelijke informatie hoe je dat moest neerzetten. Het werd vooraf op papier gezet, zodat het personeel wist hoe alles moest staan.


Het kerstservies
Als ik dit prachtige servies zie, denk ik meteen terug aan het ‘mooie servies’ dat wij thuis hadden. Het werd alleen gebruikt met kerstmis, verder stond het het hele jaar in het dressoir. En dan werd het met de grote schoonmaak in het voorjaar ook nog allemaal afgewassen.
De spiegel van de stad
Eetgelegenheden bestonden voornamelijk uit herbergen, waar eenvoudige kost geserveerd werd. Bij de buitenplaatsen werd eigen groenten gekweekt en grachtenpanden hadden hun eigen personeel. In de 18e eeuw was er een grote invloed van de Franse keuken en in de 19e eeuw kwam er een chique restaurant naar Frans voorbeeld. In de loop der jaren kwam met de komst van veel immigranten ook de eetcultuur van deze landen naar Amsterdam. Aan de eetgelegenheden die er nu te vinden zijn in Amsterdam kun je zien door wie wat gegeten wordt. Alle continenten zijn vertegenwoordigd.
Nasi Goreng
Het museum heeft voor deze tentoonstelling samengewerkt met hedendaagse chefs en experts. Zij delen hun expertise en trends, zoals seizoensgebonden eten en het uitwisselen van recepten. Het laatste gerecht dat we te zien krijgen is Nasi Goreng. Het staat symbool voor de diversiteit in de naoorlogse stad.
De tentoonstelling is nog te bezichtigen tot 7 september in het Allard Pierson museum in Amsterdam.







Eén reactie
Heel leuk om iedere week afwisselende mooi verpakte informatie van jou te ontvangen Willy.