De paradox van de ontspanning: de stilte ná de storm

Na de fase van gedoe, chaos en ellende, komt de volgende fase. De fase waar je zó naar hebt uitgekeken… de rust en ruimte. Je hebt gewerkt aan jezelf. Je leerde jezelf reguleren. Je zenuwstelsel kun je zelf tot rust brengen. De opluchting is groot. Want hier snakte je al jaren naar. Je bent niet meer continu ‘aan’ en zoekt niet voortdurend naar onveiligheid. Je lichaam hoeft niet meer te overleven. En ik kan je vertellen, dat is best intensief, hoe tegengesteld dat ook klinkt. 

Deze fase is op zijn eigen manier verwarrend. Het is de stilte ná de storm. Je bent zo gewend aan de onrust en ongemak, dat de stilte ineens heel groot is en veel ruimte geeft. Dat kan vervolgens ook weer onrust geven. Maar waneer je bewust bent van dit paradoxale effect kun je jezelf ondersteunen.  

Vermoeider dan ooit
Wanneer die overlevingsstand langzaam afneemt, hoeft er minder onderdrukt te worden. Dat betekent dat je niet alleen meer rust ervaart, maar ook meer diepte. Je systeem opent zich als het ware, niet alleen voor wat licht is, maar ook voor wat nog gezien en doorvoeld wil worden. Tegelijkertijd ervaren veel mensen in deze fase een diepe vermoeidheid. Alsof je lichaam eindelijk de kans krijgt om te herstellen van iets dat al veel langer gaande was. Jaren van spanning, alertheid en aanpassing laat je niet in één keer los. Wanneer dat proces op gang komt, vraagt dat om vertraging.

Dromen en herinneringen komen juist op
Ook kunnen herinneringen of oude ervaringen zich opnieuw aandienen. Als flarden, gevoelens of inzichten die eerder buiten bereik bleven. Je zou kunnen zeggen dat het lichaam, in zijn eigen tempo, alsnog probeert af te maken wat eerder onaf was.

Rust kan oncomfortabel voelen
Misschien wel één van de meest onderschatte aspecten van dit proces is dat rust zelf in het begin oncomfortabel kan voelen. Wanneer je systeem gewend is geraakt aan een bepaalde mate van spanning of dynamiek, kan stilte leeg aanvoelen. Of zelfs onveilig, omdat het nog niet vertrouwd is. Je zenuwstelsel moet als het ware opnieuw leren dat veiligheid niet alleen zit in controle, alertheid of voorbereiding, maar ook in aanwezigheid en ontspanning.

Minder snel in de alarmstand
Langzaam beginnen er dan verschuivingen zichtbaar te worden in hoe je reageert op de wereld om je heen. Situaties die je voorheen direct uit balans brachten, verliezen iets van hun intensiteit, omdat je systeem minder snel in alarm schiet. Er ontstaat meer ruimte tussen wat er gebeurt en hoe je erop reageert.

Eindelijk goed genoeg
En in die ruimte verandert er nog iets wezenlijks: de relatie met jezelf. De drang om jezelf te bewijzen, om voortdurend te laten zien dat je ‘genoeg’ bent, kan zachter worden. Je hoeft minder hard te werken om erkenning te voelen, omdat die erkenning steeds meer van binnenuit komt.

Verandering in relaties
Dat heeft ook invloed op hoe je je verhoudt tot anderen. Dynamieken die voorheen vertrouwd waren (intensiteit, drukte, emotionele pieken), kunnen ineens vermoeiend aanvoelen. Je systeem lijkt steeds vaker te kiezen voor rust, stabiliteit en eenvoud. Zonder dat je het actief probeert te sturen, kunnen relaties daardoor veranderen. Je voelt je aangetrokken tot andere mensen, of merkt dat bepaalde verbindingen vanuit een verschuivende behoefte minder vanzelfsprekend worden.

Jezelf opnieuw ontdekken 
Ergens in dit hele proces kan er ook een moment komen waarop je jezelf even niet helemaal meer herkent doordat de versie van jezelf die zo lang heeft gefunctioneerd in overleving, langzaam naar de achtergrond verdwijnt. De patronen, reacties en strategieën die ooit nodig waren, passen niet meer op dezelfde manier. Dat kan een gevoel geven van een kleine identiteitscrisis. Wie ben je als je niet meer voortdurend aan het aanpassen, bewijzen of beschermen bent? Tegelijkertijd ligt precies daar de ingang naar iets wat veel dieper is, want onder alles wat je hebt geleerd om te worden, ligt nog steeds wie je in essentie bent. En wanneer je zenuwstelsel meer ruimte ervaart, ontstaat er ook meer toegang tot die laag. Alsof je lichaam, je gedachten en je gevoel langzaam weer met elkaar in verbinding komen. Nu niet meer gestuurd door wat nodig was om te overleven, maar afgestemd op wat werkelijk klopt.

Misschien is dat wel de meest wezenlijke verschuiving: dat je niet langer leeft vanuit spanning, maar steeds meer vanuit afstemming, omdat je systeem heeft geleerd dat het niet meer alleen hoeft te dragen wat het ooit droeg.

Wil je in deze fase ondersteuning? Neem contact op voor 1-op-1 coaching: https://dorotheaverhagen.nl/

Over de auteur:

Foto van Dorothea Verhagen

Dorothea Verhagen

Communicatie- en Sensitief Belichaamd Leiderschapsmentor voor (hoog)sensitieve vrouwen

Dankzij mijn trainingen en coaching ontdek je hoe ook jij je sensitiviteit
als talent kunt omarmen, zodat jij je krachtig en emotioneel vrij voelt in je (bege)leiderschap en je leven.

www.dorotheaverhagen.nl

Al haar blogs

2 reacties

  1. Wat voelt goed voor jou of mij? Heel herkenbaar en dan kom je in de fase van afstemming, zoals je dat mooi omschrijft. En dan denk ik weer, wat saai eigenlijk dat ik alleen nog maar voor mezelf kies 🙂 Maar soms is dat echt nodig! Hoe meer ik leer los te laten, hoe meer ruimte er weer komt om te ontdekken wat lijf en hart nodig hebben. Ik voel dat je heel veel mensen kunt helpen met die afstemmen. Dag mooi mens.

    1. Dankjewel Mirjam!
      Precies, het is onwennig, soms lijkt het saai maar het helpt juist om beter af te stemmen. Eerst met jezelf, dan bewust met anderen. X

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wekelijkse nieuwsbrief

Schrijf je hier in om wekelijks de nieuwste blogs te ontvangen.