Breuklijnen in samengesteld

Is ze dat? Het lijkt er wel op. Ik rijd langs, op zoek naar een parkeerplaats. Een zijdelingse snelle blik op het huis en ik zie haar staan. Op de eerste verdieping, achter het raam. Ik kijk weer voor me, maar eigenlijk weet ik het al. Dat is ze. Onmiddellijk wat zwaarte in mijn buik. Ik negeer het, parkeer en stap de auto uit.

Een paar meter afleggen over de stoep en door de openstaande voordeur over de drempel. Ik ben in het huis. Het huis van de zoon van mijn man. Mijn stiefzoon. Hij heeft samen met zijn vriendin dit huis gekocht en we gaan er voor het eerst kijken. Ik vind het een mijlpaal, ook al is hij al jaren uit huis.

Of ze wil of niet
Mijn man loopt met zijn gereedschapskist gelijk naar de keuken, ik verken de begane grond. Dan toch de trap op. Naar de eerste verdieping. In de slaapkamer is zij bezig met het behang te verwijderen. Zij. De eerste vrouw van mijn man. De moeder van de drie kinderen, die inmiddels al zestien jaar in mijn leven zijn. En ik in het hunne. Waardoor ik toch ergens met haar verbonden ben, of ze wil of niet. 

En ze wil niet. In al die jaren heb ik haar misschien één á twee keer gezien en welgeteld één keer gesproken. Dat weet ik nog – heel in het begin, op de stoep van haar huis. 

Waarom zo doen?
Ze waren al jaren uit elkaar, voor het eerst ging hij nu weer samenwonen. Met mij. We hadden een gesprek over waarom het nu nodig was, om zo te doen. Waarom het nodig was om onder andere op zaterdagavond 24 keer in een uur te bellen en de telefoon van mijn man vol te storten met scheldkanonnades. Was er geen andere manier?

Het was niet eens een naar gesprek, in mijn herinnering. Het was een toenadering, een handreiking, een verzoek om toch, in het belang van de kinderen, minimaal beleefd te zijn en elkaar de ruimte te laten. Tenminste, dat was mijn intentie. Toen. 

Ik had nog geen zicht
Ik was kersvers in samengesteld-land, had nog geen zicht op de spelende dynamieken. Nog geen zicht op hoe mijn komst waarschijnlijk een nieuw stuk rouw startte bij haar. Nog geen zicht op hoe het makkelijker kan lijken om verschrikkelijk boos te zijn op je ex-partner in plaats van je eigen, grote verdriet te verwerken. Nog geen zicht op hoe mijn totale inzet voor een soort van moederrol, die mijn man me ook met beide handen aanbood – voor háár kinderen wellicht veel bijdroeg aan hoe bedreigd ze zich voelde. Nog geen zicht op waar ik zelf precies was in dit geheel, wat voor mij een fijne plek en rol was, buiten het kader wat de maatschappij nu eenmaal gauw geneigd is aan vrouwen in gezinnen op te leggen. 

Heel veel gedoe
Hoe dan ook, het gesprek hielp niet. Boosheid van haar bleef, in vele varianten. Uitsluiting door haar bleef, in vele varianten. Strikt gescheiden levens, strikt gescheiden kledingkasten. Geen rapporten. Geen diploma-uitreikingen. Wel veel, heel veel gedoe. En wel lekke banden plakken. De fietsen kwamen dan mee in het weekend. Er voltrok zich een parallel ouderschap. Twee werelden. 

Een zucht van verlichting
Toen oudste stiefzoon jaren geleden in een appartement trok met vrienden, in het centrum van Rotterdam, gaf hij een housewarming. Gewend als ik was aan ons-er-niet-bij-mogen-zijn, vroeg ik hem impulsief of wij ook welkom waren. Het antwoord ontroerde me: “Ik doe niet meer mee. Jullie zijn allemaal uitgenodigd en jullie zoeken het maar uit met elkaar.” Zó trots voelde ik me op hem. Wat een volwassenheid. En ja, ook een zucht van verlichting. Een begin van een opheffing van een onnatuurlijke situatie. 

Een reactie bleef uit
Op de avond zelf stonden we natuurlijk bij elkaar in de lift. Zelfde moment aangekomen. Terwijl ik zag hoe de stiefkinderen ‘verdwenen’ achter een neutrale gezichtsuitdrukking en mijn dochtertje zich zeer nieuwsgierig naar haar toewendde, begroette ik haar bij naam. Een reactie bleef uit. De rest van de avond hadden we geen contact. 

Waar is mijn plek?
Nu staan we weer hier. In één ruimte. Op de eerste verdieping van het huis van haar zoon en mijn stiefzoon. Ik begroet haar, noem haar weer bij haar naam. Zij, net als toen, reageert niet. Ik voel me alleen, mijn man beneden in de keuken, stiefkinderen hebben zich uit de voeten gemaakt. Het verrast me, na al die jaren en zo vele, vele malen wijzer, hoe ik ergens weer zo word geraakt. Ik voel het weer, daar, ten diepste de vraag die veel meereist in het samengesteld: waar is hier mijn plek? Als er al een vader en een moeder zijn, waar ben ik dan van? En hoe kan ik mezelf blijven insluiten als ik zo word uitgesloten? Ik zucht maar eens diep, glimlach kort en verlaat de kamer. Op de trap pak ik mezelf van binnen stevig vast. Ik heb – inmiddels – een plek en ik hoor erbij. 

Het hoort bij samengesteld
Wat ik even pijnlijk voelde, was een van de breuklijnen die er lopen in het samengesteld en die juist bij levensgebeurtenissen oh zo voelbaar zijn. Die de realiteit van het gebrokene weer even hard binnenbrengen. Het hoort erbij. Deel van het verhaal van samengesteld. Nog even goed doorademen, nog een tree en ik ben benee. “Wat een mooi huis” zeg ik rustig tegen mijn stiefzoon.

Stiefleven
Wil je meer weten over deze breuklijnen en over jouw plek in samengesteld? In mijn praktijk vertel ik erover en kun je het ervaren tijdens een kortdurend traject. Ontdekken wat je past, zodat je stevig kan staan en je hart open kan houden in het samengesteld. Dat helpt. Je bent welkom: https://stiefleven.nl

6 thoughts on “Breuklijnen in samengesteld”
  1. Jeetje Saskia, poeh he. Wat krachtig en wat mooi. Ook al zijn die breuklijnen aanwezig, hoe prachtig is het dat je uit pure liefde daar over heen stapt. ❤️

    1. Dank je wel Joke – dit zijn zo de dynamieken. Het grote geheel voor ogen houden plus de mantra ‘het is niet persoonlijk’ (want het gaat eigenlijk zo niet over jou) helpt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: