In navolging van mijn vorige blog neem ik je vandaag verder mee op reis door Nepal. Na het ontbijt met toast, gekookte eieren en vers fruit gaan mijn broer en ik weer op weg, lopend naar Bodnath. We hebben geen al te duidelijke kaart van Kathmandu en moeten menig keer de weg vragen. Telkens geeft men aan dat het zeker 5 km lopen is, of we geen taxi willen. Maar dat kan toch na een uur lopen geen 5 km blijven?
Achterop de brommer
Dan bieden twee mannen op brommers ons aan om ons voor een klein bedrag af te zetten. We gaan het avontuur aan en worden door de stad geloodst achter op de brommer. Een belevenis kan ik je vertellen, al slalommend tussen het getoeter. Dan staan we voor een smalle straat die ons leidt naar de grootste stoepa van Nepal. De stoepa is door Tibetaanse Boeddhisten gebouwd, Bodnath ter ere van Boeddha.


Inwijding van het nieuw jaar
Het verhaal gaat dat een uit India verbannen dame fortuin maakte en de koning van Nepal vroeg haar een koeienhuid te geven waarop zij een Stoepa wilde oprichten, uit dankbaarheid. Slim als ze was sneed zij leren riemen van de huid en bond die aan elkaar. Zo ontstond een gigantische plek om de stoepa te bouwen. Elk jaar komen in februari de Bhotes (Nepalese Tibetanen uit de bergen) om de inwijding van het nieuwe jaar te vieren. Zelfs uit Ladhak, Sikkim en Bhutan.
Hoe gebeden en mantra’s worden verspreid
In het vierkante onderstuk van de stoepa bevinden zich 147 gebedsmolentjes die je kunt aanzwengelen als je een rondje loopt om de stoepa, altijd met de klok mee. In de gebedsmolen zit een rol met mantra’s die net als bij de gebedsvlaggetjes in beweging komen en zich verspreiden. De hele voet van de stoepa wordt versierd met bakjes , gele en oranje Afrikaantjes gemengd met korenbloemen. Het is een indrukwekkend gebouw, op een plein omringd met winkeltjes. Daar vind ik een turkoois gebedsmolentje, de prijs is goed en ik berg het in kranten gewikkelde kleinood op in mijn rugzak. Met een tevreden glimlach op mijn gezicht.


De zegen voor onze tocht
Als we met vele anderen, op onze sokken in de Gompa (een boeddhistisch klooster) staan te kijken, komt er een Lama (Boeddhistische monnik) naar ons toe. Hij groet ons met een Namasté (de handen gevouwen voor de borst) en vraagt of we de zegen willen voor onze tocht. We kijken elkaar aan, zijn geraakt en knikken van ja. We volgen hem en knielen bij een andere Lama, die een karakteristieke muts draagt. Hij bindt ons een geel, groen, rood, wit en blauw bandje om de pols, terwijl hij mantra’s reciteert. Gevolgd door een vriendelijk tikje met een gebedenboek op het hoofd. Ook hier een Namasté. We omhelzen elkaar, mijn broer en ik, met tranen in onze ogen. Hoe bijzonder, dat wij eruit worden gepikt, de zegen krijgen voor onze trekking, zonder dat wij in herkenbare wandel-outfit zijn. Bij de uitgang maken wij zeven rondjes en draaien de mega grote gebedsmolen rond met onze rechterhand. Stil lopen we het klooster weer uit. Dankbaar.



Serene stilte midden in de stad
We lunchen op een van de dakterrassen met uitzicht op de stoepa en het plein. Met het geluid van de wapperende vlaggetjes en onder de indruk van de zegen zitten we daar een tijdje in stilte. Het plein is midden in de stad, maar doordat het omringd is door drie of vier verdiepingen hoge gebouwen heerst er een serene stilte.
Weer terug tussen het getoeter
Als we door het smalle straatje het plein verlaten, komt het geluid van het drukke verkeer en de toeterende auto’s en brommertjes weer op ons af. Met een taxi vertrekken we naar Pashupatinath, daarover volgende keer verder.






