Niet de vraag, wel het antwoord

Ze kijkt me aan. Ik sta nog bij het whiteboard, stift in de hand, waarop ik net het voor hen zo kenmerkende actie-reactie patroon heb getekend. Hij is even naar de wc.

De onbeantwoorde vraag
Ik zie haar aarzelen. Als ik haar blik blijf beantwoorden, zegt ze het. “Weet je” zegt ze zacht, “ik weet gewoon niet of hij het écht wil. Mij én de kinderen. Daar hebben we het wel eens over en daar krijg ik geen antwoord op.” Dan verheft ze haar stem: “Hij moet het wel écht willen.”

Het is opeens zo zichtbaar hoe dit haar – ondergronds – in de greep heeft. De kramp van dat er maar één antwoord echt mogelijk lijkt te zijn, voor haar, om dit te laten werken. Ik knik begrijpend. 

Het is niet hun eerste sessie.  Ze zijn al heel wat jaren samen, zij met haar 2 kinderen en hij. De liefde tussen hen is solide; terugkerende discussiepunten over het samengestelde bracht hen hier. We zijn nu precies waar we moeten zijn, in de diepte. Buikgevoelens.

Wil je het écht?
Hij komt terug en nestelt zich weer in zijn stoel. Ik vraag haar of ze wil herhalen wat ze net tegen me heeft gezegd. En ik kijk naar hem, terwijl ze de vraag stelt. Ik hoor de steeds toenemende urgentie in haar stem: “wil je het écht?”

Ik zie de vraag inslaan. Schouders die zakken, ademhaling die even stokt. Hij doet zijn mond open om een antwoord te formuleren. Ondertussen heft hij zijn handen bijna in slow motion in de lucht. De woorden komen niet. 

Ik realiseer me onmiddellijk hoe vaak dit gesprek al gevoerd is thuis. Hoe de wanhoop van geen antwoord hebben (of in ieder geval niet wat ze het liefste wil horen) hem het zwijgen inmiddels heeft opgelegd. Hoe ze hier muurvast komen te staan.

Buikspreken
Mijn lijf reageert razendsnel. Nog voor mijn hoofd erbij kan komen, begin ik te vertellen. Instinctief en direct vanuit mijn buik. Zodanig dat ik later niet eens kan terughalen wat ik precies heb gezegd. Ik weet wel dat ik iets zeg over dat het niet de vraag is waar het om gaat. Dat het gaat over hoe je het nu eenmaal aantreft; je geliefde. Mét kinderen. En hoe je daar antwoord op hebt te geven. Ver voorbij een Ja of een Nee; die kaart is zo niet het gebied. 

Antwoord
Als het dan niet over de vraag gaat, gaat het wel over het antwoord. Ik vertel hoe ik het hem heb zien geven in een opstelling van hem en haar kinderen. Zíjn antwoord, zijn ruimte, zijn bereidheid, zijn genegenheid. 

Raak
Wat ik wel nog precies weet, is dat ik de tranen in mijn ogen voel als ik uitgesproken ben. Ik kijk naar haar en naar hem. Hij heft zijn handen wederom in de lucht. “Precies dit” zegt hij. “Precies dit. Ik had er geen woorden voor.” Zij kijkt naar mij. Ook in haar ogen zie ik de  tranen. Ze knikt langzaam. “Ja” ze knikt nog een keer. Ik zie hoe ze het vastpakt en aanneemt. “Ik heb antwoord.”

Leef je met een partner met kinderen of zijn jullie samengesteld? En herken je dat niets vanzelfsprekend is? Je bent welkom met jouw of jullie vraag.

0 thoughts on “Niet de vraag, wel het antwoord”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: