Het is 22.15 uur. Ik heb een hele werkdag achter mijn MacBook gezeten, mijn ogen voelen als rozijnen en mijn hoofd ligt eigenlijk al in bed. Mijn zoon is fris, uitgerust en nog vol energie, want zo werkt dat bij hem: hij begint laat met alles. Ook met mij dingen uitleggen. “Mama, kijk. Dan doe je gewoon dit.”
Ik zet mijn leesbril op. Ik knik en kijk heel geconcentreerd naar het scherm, ongeveer zoals je naar een menukaart in het Fins kijkt. Tijdens ons avondeten had ik hem gevraagd of hij misschien even een paar filmpjes van mijn cursus over de biotensor naar het Engels kon vertalen. ‘Even’… dat was echt het woord dat ik gebruikte. Binnen dertig minuten waren het er vijf. Vijf. Ik had er drie maanden over gedaan. Minstens.
Van Word naar wauw
Ik ben 57 en dus niet geboren met een toetsenbord in mijn hand. Wij hadden vroeger thuis nog een telefoon aan de muur met een snoer dat hooguit tot in de gang kwam. Ik weet nog hoe trots ik was op mijn eerste Excel-les: vakjes die zelf konden rekenen! In Word kon ik woorden tellen, wijzigingen bijhouden en niet onbelangrijk: een bestand opslaan én terugvinden. Dat laatste lukt trouwens nog steeds niet altijd.
Nu zit ik naast iemand die in een half uur vijf filmpjes vertaalt, terwijl ik nog zoek welk knopje ik überhaupt moet indrukken. “Mama, waarom weet je dit niet?” Tja, omdat niemand het me ooit heeft uitgelegd, lieverd.
Geen afdeling ICT
Als zzp’er loop je daar soms tegenaan. Niet omdat je niet wilt leren, dat wil ik dolgraag, maar er is geen collega die op maandagochtend zegt: “Kom Mirjam, pak een kop koffie, ik leg het je even uit.” Dus zoek je het zelf uit. Je probeert, loopt vast, zucht, haalt je handen door je haar, probeert het opnieuw, haalt je handen nog een keer door je haar…
Het zit in hoe we contact maken
Ergens tussen al dat zuchten door moet ik aan mijn moeder denken. Zij zei vroeger heel resoluut: “Ik wil helemaal geen mobiele telefoon. Ik snap er niks van. Ik wil gewoon een nummer intoetsen en met iemand praten.” Ik vond dat toen een beetje ouderwets. Nu denk ik: mam, je was je tijd ver vooruit. Want misschien zit het grootste verschil tussen generaties helemaal niet in de techniek. Het zit in hoe we contact maken. Wij zijn opgegroeid met direct contact. Wilde je iemand iets vertellen, dan belde je. Of je fietste even langs. En als iemand niet thuis was, dan was iemand niet thuis. Klaar. Mijn zoon ziet dat anders. “Een appje of mail stuur ik wanneer ik wil, mama. De ander reageert wel als die tijd heeft.” Eerlijk is eerlijk: daar zit iets heel logisch in. Alleen werkt het bij mij niet zo.
Het weekend van de voicemessages
Het is zaterdagochtend. Ik pak mijn telefoon en zie even appjes van cursisten en vrienden plus drie voicemessages. Eentje van vier minuten. En ik denk: moet ik dit nu allemaal gaan beluisteren? Mijn hoofd zegt: nee. Mijn hart zegt: natuurlijk wel, iemand heeft je nodig! Want ik ben van reageren. Van snelheid en verbinding. Mensen weten: Mirjam reageert snel, Mirjam is betrokken. En precies daar zit mijn valkuil.
Verbinding is geen 24-uursdienst
Onlangs gaf ik een paar coachsessies buiten, tussen de paarden. Zon, gras, rust. Mijn telefoon stond uit. Keurig. Maar ergens in mijn systeem bleef een lampje knipperen: er komen nu vast mailtjes en appjes binnen. Toen dacht ik: dit moet anders. Verbinding is geen 24-uursdienst. Ik wil heus niet minder betrokken zijn, maar heb inmiddels wel ontdekt dat verbinding niet betekent dat je altijd bereikbaar moet zijn. Dus heb ik mijn grenzen eens goed bekeken. Ik laat nu duidelijker weten wanneer mensen op mij kunnen rekenen, wanneer ik reageer en binnen hoeveel dagen. En in mijn elektronische agenda heb ik letterlijk blokken gezet: met tijd en ruimte voor mezelf. Dat geeft zoveel rust. Want als je iemand bent die graag geeft, dan mag je jezelf ook af en toe laten helpen.
Ontprikkelen
Mijn hulp zit voor een groot deel in de natuur en in het leven zelf: rommelen in huis, vruchten plukken in de tuin, lekker eten koken, iets creatiefs maken, een kaartspelletje met mijn zoon, wandelen, een ritje te paard, een goed gesprek met mijn kat (die vaak meer begrijpt dan je zou denken). Even met mijn handen bezig, zodat mijn hoofd ergens anders mag zijn. Niet stilzitten of verdwijnen, maar bewegen op de manier die mijn lijf en hoofd op dat moment nodig hebben.
Wat we van elkaar kunnen leren
Mijn zoon heeft mij ontzettend veel te leren over techniek, over snelheid, over wat er allemaal kan in deze elektronische wereld. Dankzij hem staan mijn cursussen veel sneller in het Engels klaar en heb ik weer tijd voor waar ik het allerliefst mee bezig ben: mensen begeleiden, met dieren werken, buiten zijn. Leven. Daar ben ik hem echt dankbaar voor. En ik mag hem op mijn beurt ook iets meegeven, namelijk dat je niet altijd bereikbaar hoeft te zijn. Dat een dag niet voller hoeft. Dat een vast ritme van slapen en opstaan best fijn kan zijn (ook als je pas om 22 uur op gang komt zoals hij beweert). Dat het goed is om te kijken wat je eet, wanneer je eet en of je het echt nodig hebt. Dat je prima kunt wandelen of een boodschap doen zonder telefoon. En dat je soms helemaal niets hoeft te produceren of denken dat je iets moet doen, omdat je smart watch of telefoon dat aangeeft. Dat je gewoon samen aan tafel kunt zitten, met een stapel kaarten.
Wat de kudde allang wist
In een kudde vertellen de oudere paarden de jonge paarden niet de hele dag wat ze moeten doen, maar ze geven wel richting, rust en een grens als dat nodig is. En de jonge paarden? Die brengen beweging, nieuwsgierigheid, speelsheid. Soms een tikje te veel, maar dat hoort erbij. Samen zijn ze een kudde. Misschien is dat precies wat wij als generaties nodig hebben: niet tegenover elkaar staan omdat de een niet snapt waarom de ander iets niet weet, maar nieuwsgierig blijven. ‘Laat eens zien hoe jij dat doet.’ En daarna: ‘Kom eens mee. Dan laat ik jou zien waarom het soms heerlijk is om je telefoon gewoon uit te zetten.’ Want uiteindelijk gaat het helemaal niet over Excel, apps, voicemessages of een MacBook. Het gaat over aandacht, tijd, verbinding en over een vraag die we onszelf allemaal mogen stellen, of we nu twintig zijn of zevenenvijftig: hoe wil jij eigenlijk leven in een wereld die steeds sneller gaat?






