Inmiddels is het al drie weken geleden dat ik naar Noorwegen verhuisde, mijn man achterna. Ik vind het helemaal te gek hier. We wonen op het ‘platteland’, dat wil zeggen een streek met weinig inwoners en veel natuur. Maar niet plat! Om ons heen zijn bergen met een hoogte zo tot aan de boomgrens en iets hoger. Prima om te beklimmen dus. En gelukkig ook dorpen met fijne mensen waardoor we niet alleen op de wereld zijn. Hier heb je mensen om je heen nodig. En daar wil je dan natuurlijk ook mee praten.
Noors leren
Een van de eerste vragen die mensen mij stelden, als ik vertelde dat we naar Noorwegen gingen emigreren, was: spreek je al een beetje Noors? Nou, een beetje. In de zomer, toen we het idee opvatten om te gaan, begonnen we meteen met Duolingo. Waar ik onmiddellijk fan van werd. Een paar minuten per dag woorden en zinnetjes oefenen op een geinige manier. Nou is 5 minuten per dag natuurlijk niet genoeg. Dus in maart begonnen we met privélessen bij een Noorse jongeman die in Nederland woont. Mijn lief logde in vanuit Noorwegen en ik vanuit Nederland. Toen merkte ik dat we al best heel veel geleerd hadden met Duolingo.
Wat zo leuk is aan Duolingo
Met Duolingo word je van succeservaring naar succeservaring geleid. Je krijgt steeds de kans fouten te herstellen en de oefeningen zijn zo opgebouwd dat je in rustig tempo leert en kunt bouwen op wat je al eerder hebt geleerd. Er zitten ook grapjes verborgen in de zinnetjes. Bijvoorbeeld: Why is the bird angry, wat verwijst naar het spel Angry Birds.
Jammer dat je Engels moet kunnen om ermee aan de slag te gaan, want allochtone kinderen die Nederlands moeten leren hebben er alleen veel aan als ze de Engelse taal beheersen. Gelukkig spreek ik wel Engels en vind ik het een heel leuk programma. Ik kan het iedereen aanraden, voor wat voor taal dan ook.
Gelijkenissen
Tot mijn grote vreugde blijkt Noors veel aspecten te hebben die het makkelijk voor ons maakt. Ik was echt verbaasd te merken hoeveel woorden er op Nederlands lijken, en sommige woorden op Engels en Duits. Zo zijn er de woorden betale, mene, hete, interessant en restaurant. Die laatste twee spreek je echter uit met een ‘ng’ aan het einde, restaurang zeg je dus, en interessang.
Sommige woorden lijken niet op Nederlands, maar klinken wel vergelijkbaar: het woord forskjellige – dat ‘verschillende’ betekent – vind ik niet zo moeilijk te onthouden. Wat ik wel lastig vind zijn de woorden vanskelig en vanligvis, wat ‘moeilijk’ en ‘meestal’ betekent. Die lijken helemaal niet op woorden die ik ken.
Woorden van vroeger
Sommige woorden lijken op oud-Nederlands, zoals Jeg pleier å vaske på mandag, dat betekent: ik was meestal op maandag. En het woord pleier doet me erg denken aan het woord ‘placht’ – ik placht op maandag te wassen – en spiser (eten) aan het woord ‘spijs’.
Dagen van de week
De dagen van de week hebben ook gelijkenissen. Mandag, tirsdag en fredag: maandag, dinsdag en vrijdag. En zondag, met een streepje door de o, zodat je het uitspreekt als iets tussen eu en u in. Søndag schrijf je. Waar ik meer moeite mee had waren: onsdag, torsdag en lørdag. Maar vaak genoeg herhalen werkt. En weten dat torsdag van Thor komt, de god van de donder, dat hielp ook.
Bokmål en Nynorsk
Natuurlijk zijn er ook moeilijkheden. Zo is er in de geschiedenis van Noorwegen een taalstrijd geweest tussen taalkundigen, wat erin geresulteerd heeft dat er twee talen zijn, zoiets als het Fries en het Hollands. Er is dus Bokmål, wat boektaal betekent, en Nynorsk, wat nieuw Noors betekent. Bij bijna alle cursussen leer je Bokmål, maar wij wonen in een gebied waar ze Nynorsk spreken en schrijven en dan ook nog een dialect ervan. Gelukkig spreken ze ook Bokmål en (vaak) Engels, dus we kunnen ons goed redden.
Werkwoorden en persoonlijke voornaamwoorden
Het fijne is dat werkwoorden in de tegenwoordige tijd niet vervoegd worden. Dus of je nou ‘ik betaal’, ‘hij betaalt’ of ‘wij betalen’ zegt; in het Noors is het allemaal het woord betaler – å Betale. Maar bij de persoonlijke voornaamwoorden is het wel een verwarrende toestand. Het woord voor ‘ik’ is in het Bokmål jeg, wat je uitspreekt als jij en dus klinkt als ‘jij betaler’, maar betekent: ‘ik betaal’. En het woord voor zij (enkelvoud) is ‘hun’, wat bij ons in het Nederlands vaak gebruikt wordt als zij – meervoud. ‘Hun betaler’ slaat dus op een vrouw of meisje.
Het woord ikke betekent ‘niet’ en is dus geen persoonlijk voornaamwoord. ‘Ik ben’ is jeg er, en dat spreek je uit als jij ar. Dat doet wel erg denken aan het Engelse you are en maakt het weer makkelijk om te weten dat het woord ‘er’ ‘zijn’ betekent. Het is dus achtereenvolgens:
– jeg er
– du er
– han er
– hun er
– vi er
– dere er (jullie)
– de er (waarbij je ‘de’ uitspreekt als die en dat betekent zij – meervoud
Snap je het nog?
Nog moeilijker
- Lidwoorden zijn een geval apart. Onbepaalde lidwoorden staan vóór het woord, net zoals bij ons. Et hus is ‘een huis’. Maar als het een bepaald woord is, dus als je weet om welk huis het gaat, en je wilt zeggen ‘het huis’, dan plaatsen de Noren het lidwoord achter het woord. Dan wordt het huset. Dat is best ingewikkeld.
- Dan heb je nog onzijdige, mannelijke en vrouwelijke woorden. En mann, ei kvinne (vrouw), et barn (het kind) bijvoorbeeld.
- En bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden worden vervoegd naar aanleiding van het geslacht of aantal. Dus ‘goed’ is niet altijd god, maar kan ook godt zijn of gode.
- Het woord og betekent ‘en’, maar doet mij denken aan het Engelse or, wat ‘of’ betekent. Dus Jeg har (hebt) en mor og en far vertaal ik snel als: ik heb een moeder of een vader. Maar dat is fout.
- Bezittelijke voornaamwoorden worden ook vaak achter het woord geplaatst. Familien min betekent ‘mijn familie’.
Mormor
Dit vond ik ook grappig: een moeder is en mor. Een oma van moederskant heet mormor. Dus veel plezier met uitspreken van de zin: Moren til moren min er en mormor – De moeder van mijn moeder is een oma.
Testje
Voor de liefhebbers van een puzzel heb ik hier tien zinnen die je kunt vertalen aan de hand van wat ik heb uitgelegd. Plaats de vertaling onder het blog of mail hem aan mij. Succes en veel plezier!
1. Jeg heter Barbara Steeman. Og du?
2. Hun mener det ikke.
3. Jeg pleier å stovsuge på torsdag.
4. Han arbeider på et hotell.
5. Pappa baker pizza.
6. Vi har en mor og en far.
7. De mener det er interessant.
8. Dere betaler på restaurant.
9. Familien min er spesiell.
10. Kvinnen spiser lunsjen sin.

Plezier
Er is nog een hoop te leren. Vooral luisteren, want net als de Fransen en Spanjaarden kunnen de Noren ook heel snel praten en zie er dan maar wat van te maken! Maar ik heb nog even, want we blijven hier voor onbepaalde tijd. En ik doe het met veel plezier!







3 reacties
Leuk Barbara dat je nu in Noorwegen woont. Veel succes daar en leuk ook dat we wat taalles hebben gehad. Ik blijf me maar op het Frans focussen, wat nog genoeg uitdagingen kent.
Groetjes van
Blogzinnig genoot
Jacky
Hi Jacky,
Dank je wel. Ja Frans vind ik ook zo’n mooie taal. Ik heb in mijn schooltijd drie weken Frans gestudeerd in Amboise, in de zomer. Toen had ik een 9 op mijn eindlijst van school voor Frans. Maar ik vind het nog steeds lastig om te verstaan, als ze zo snel praten. Huis tuin en keukenfrans gaan wel.
Woon je er ook of woon je in Nederland?
Groetjes, Barbara
Hi Jacky,
Dank je wel. Ja Frans vind ik ook zo’n mooie taal. Ik heb in mijn schooltijd drie weken Frans gestudeerd in Amboise, in de zomer. Toen had ik een 9 op mijn eindlijst van school voor Frans. Maar ik vind het nog steeds lastig om te verstaan, als ze zo snel praten. Huis tuin en keukenfrans gaan wel.
Woon je er ook of woon je in Nederland?
Groetjes, Barbara