Er zijn te weinig doden

Het avondzonnetje zakt. We lopen langs zijn hoge, groene heg. Daar komt Hans, de buurman van een paar huizen verder zijn tuin uit. In een zwarte rolstoel. “Hé, wat is dat, Hans?” vraag ik. Zijn vrouw loopt iets achter hem aan. “Huiselijk geweld”, zegt hij, “Niet over praten, hoor. Mondje dicht.” De verwachte knipoog blijft uit.

Het stille leed
We voelen ons een beetje onwennig, maar we vragen door. Met veel humor vertelt hij zijn verhaal. “Eindelijk kan ik zijn zonder pijn. Gewoon zitten, want staand een praatje maken is een ramp.” Wat hij heeft is nog onbekend, maar het is waarschijnlijk een auto-immuunziekte. Het is bizar hoe hij zijn verhaal vertelt, want schaterlachend ontdekken we het stille leed achter hun voordeur. Al 15 jaar lang speelt het en de kwartjes gaan bij me vallen wat ik onbewust signaleerde. 

Zijn doodse blik
Hans is een echte stoere vent, zoals hij zelf zegt, in de zin van zijn slechte gezondheid moedig dragen. Ik zie rust in zijn ogen totdat we vragen hoe het met hun werk gaat. Beide hebben een pittige baan in de zorg. Hans heeft het hoogste woord en na een paar feitjes zie ik opeens zijn rustige ogen gitzwart worden. Een doodse blik en zijn lichaam verkrampt in de rolstoel. Ogen als een koude, donkere grot waar je mijlenver in kan kijken zonder iets te zien.

De wachtrij doden in de gang
Hij vertelt dat hij in het verleden op de intensive care heeft gewerkt. Hij heeft de verhalen van oude-collega’s over het coronavirus aangehoord. De doden in de gang, wachtend totdat iemand tijd heeft om hem of haar weg te rijden. Een kerngezonde jonge oud-collega is binnen een mum van tijd ziek geworden en is nu dood. Haar vader? Besmet en nog sneller dood.

Onderschatting
Zijn ogen worden gitzwart. Van onmacht en geziene leed. En misschien wel van machteloze woede hoe het onderschat wordt hoeveel mensen gestorven zijn door het coronavirus, meer dan aan de ‘normale griep’. En de onderschatting als men het overleeft, wat dan de onherstelbaar impact is op de longen.

Iedereen vindt er wat van
Aan de ogen van Hans denk ik vaak terug de afgelopen dagen. Als ik een LinkedIn post lees over de onzin van de maatregelen, de misvattingen over de coronavirus en zijn besmettelijkheid. Of een oproep in de social media om het ‘nieuwe normaal’ aan te vechten: Teken de petitie, want we zijn het zat de vrijheidsberovende acties van de overheid. 

17 Miljoen ervaringsdeskundigen
De een schreeuwt nog harder dan de ander. Ik laat hen los. Misschien hebben ze wel gelijk. Het berooft toch onze uiterlijke vrijheid die huidhonger veroorzaakt, omdat we elkaar niet tot weinig mogen knuffelen?! Het stimuleert toch eenzaamheid en het drijft de maatschappij uit elkaar?! Je kijkt toch je beste vrienden bevreemd aan wegens hun mening?! En dan spreken we nog niet eens over de financiële drama’s waar mensen ook aan dood gaan, volgens sommige kenners.

Ja, we hebben opeens 17 miljoen ervaringsdskundigen die allemaal bezorgd zijn en in hun vrijheden zijn beperkt.  

En ik?
Ik vraag me af: gaan we de gevolgen bevechten, omdat een maatregel noodzakelijk is? Of de maatregel zelf, met de vraag of het de juiste is, omdat de consequenties zo enorm groot zijn? Ik heb geen antwoord. Ik denk alleen aan Hans en zijn gitzwarte ogen. Die blijven mij nog een tijdje bij. De blik die de wrange dood in de ogen heeft gekeken.

Het kamp ‘voorzichtig’
Ik probeer te observeren wat er gebeurt in de maatschappij. Ik ben verwonderd hoeveel mensen in de hens vliegen als het ze tegenzit. Misschien was ik vroeger ook zo. Ik ben nu beland in het kamp van de ‘voorzichtige en angstige’ mensen. Zij die het ‘nieuwe normaal’ omarmen en vervolgens zelfs een stapje achteruit doen. Mijn voorkeur? Totaal niet. Ik mis ook de knuffels en de vrijheid in de buitenwereld. Ik wil ook mijn impulsen direct opvolgen. Ik wil ook nog zoveel. En ik weet dat angst meer schaadt dan liefde.

Waarom dit kamp?
Gewoon door ervaring. Ik weet wat het is om van welvaart naar armoede te gaan. Volop mee te tellen in het leven en dan later aan de zijkant te staan. Een goed leven hebben en dan later steeds verder in de eenzaamheid zakken. Alleen achterblijvend met mijn partner. Ik weet wat gezondheid met je doet als je geen idee heb hoe je het ene been voor het andere been zet. Zo moe was ik. Dat bij enige inspanning de energie uit mijn lijf stroomde als een fietsband met een stevig lekkend ventiel. Het heeft me het medische label opgeleverd: ‘We weten het niet’. Na jaren incasseren, want het zat natuurlijk tussen de oren, vond ik de oorzaak via de complementaire zorg: ‘Je hebt een slechte bacterie’. Wat een nieuws. Hoe kwam ik eraan? Al snel plopt een herinnering boven. 

Zou het toen zijn gebeurd?
Ik ben een paar weken in Boekarest en zit alleen in het restaurant van het nieuwe hotel. De directeur maakt uit verveling een praatje met me. Ik heb een luisterend oor, want het eten smaakt me niet. Het voelt niet lekker en ik laat het koud worden. Na een tijdje zegt de directeur: “Ik ga even naar de keuken, want de kok is flink ziek. Even checken hoe het met hem gaat.” Ik kijk hem met grote ogen aan en vraag: “Wat heeft hij dan?” En bevend ontvang ik vervolgens zijn reactie: “We weten het niet precies. Hij is snotverkouden en niest alles bij elkaar.” Ik voel me lijkbleek worden. Hij ziet het en ik antwoord op zijn verbaaste uitdrukking: “Wil je dit bord meenemen en de kok per direct met betaald verlof naar huis sturen? Dit voelt helemaal niet goed.”

Heb ik hierdoor de slechte bacterie gekregen? Want kort daarop werd ik midden in de nacht afgevoerd naar een ambassade-ziekenhuis. Benauwd, maar ze konden niets vinden. Was de bacterie de oorzaak? Mijn ratio zegt: geen idee. Mijn buik springt direct in de kramp.

Een ver-van-je-bed-show als het virus je huis voorbij gaat
Ongeloof over het verband is begrijpelijk. Het is zo ongrijpbaar en dat roept weerstand op. Ik respecteer het, want je voelt het pas tot diep in je ziel als je het zelf meemaakt. Zo snap ik het kamp ‘vrijheid boven alles’ in de huidge coronacrisis. Er zijn nog te weinig feiten bekend en dan is het nog een ver-van-je-bed-show als het virus je huis voorbij gaat. Hoe heftig het is, heb je pas door als je het overkomt. Of als je op de intensive care werkt en de doden in de gang wachten. Of als je de vele rouwadvertenties plaatst in de krant, pagina’s vol. 

Hoe ver moet het gaan?
Als er voldoende doden zijn, gaan we dan pas beseffen hoe ernstig het is? Weet je, ik hoop dat ik ongelijk heb. Ondertussen denk ik terug aan die ziekmakende maaltijd en zie ik Hans zijn gitzwarte ogen, vol rouw.

8 thoughts on “Er zijn te weinig doden”
  1. Oef… indrukwekkend Elma. Prachtig geschreven. Voor mij overheerst de gedachte dat ik vooral in vertrouwen wil kunnen leven. Vertrouwen maakt ook dat ik me vrij voel. En alle gevaren om ons heen maken dat intuïtie, verstand, verantwoordelijkheid en voorzichtigheid vier peilers zijn die van alle tijden zijn. Vraagt het leven opnieuw en telkens weer van ons dat we blijven balanceren en bewegen om ons eigen weg te vinden, vraag ik me af?
    Food for thought…. dank je wel!

  2. lastige kwestie. Ik ben van het Andere kamp. Niet omdat ik geen rekening wil houden met anderen of omdat er iets is wat ik niet mag doen. Meer ruimte op een terras, minder horeca, geen halfslachtig gezoen of knuffel omdat het “hoort”. prima om na te leven. De wereldbevolking kan wel een wake up call gebruiken om wat verder te kijken dan onze neus en de oorzaak van ons reisgedrag, spilziekte en hebzucht. Anderhalve meter, mondkapjes en desinfectie waanzin, wetsvoorstellen, rommelen aan de grondwet, idiote boetes met strafbladaantekening, gedwongen isolatie in instellingen, verdeeldheid, groeiende onrust, werkeloosheid en ander leed achter de voordeur. Armoede door inkomstenverlies, de leeglopende financiële staatsreserve en ga nog maar door omwille van iets onzichtbaars. Nee, daar kan ik niet in meegaan. Wanneer dit virus bedwongen is duikt er vroeg of laat weer iets anders op. Het is In en in triest als je eerder met de dood te maken krijgt dan je zou willen. Of blijvend ziek wordt van iets. Leven is nu eenmaal niet zonder risico’s. Het risico zou zomaar kunnen zitten in een maaltijd in istanbul.

    1. dag Lydia van het andere kamp;-) Hoe geven we elkaar de hand? Ik lees je punten en ja dan denk ik ook: waarom zo? Kan het anders? Vast wel als er meer tijd is. Of misschien als er een ander type leiderschap is.
      Maar ik kan er niet zo tegen als men zegt dat het onzichtbare niet aanwezig is. Er zijn genoeg ‘verschijnselen’ dat er iets aan de hand is. De wet van oorzaak&gevolg is aardig bezig.

  3. Wat heb je dit pakkend geschreven. Het pakt me wat je weerspiegeld ziet in de ogen van je buurman. Het verhaal van nu heeft zoveel impact op diepe lagen van ons zijn. Bewust hiermee omgaan is zo belangrijk, wanneer iets niet goed voelt de keuze durven maken om het dan ook daadwerkelijk niet te doen.

    Dank je wel voor het delen van je verhaal. Vanuit het donker ontstaat het licht.

    Het vraagt moed en vertrouwen.

  4. dank je Anna,
    En dat maakt de hele situatie ook lastig, want iedereen voelt er iets bij. En iedereen heeft ook dat recht. Alleen hoe gaan we dan verder met dat gevoel zonder dat er een last bij een ander neer wordt gelegd? We moeten als mensheid wel samen verder.

  5. Wat een indrukwekkend en mooi beschreven verhaal Elma. Mooie boodschappen; ga op je gevoel af, gebruik je verstand en laat angst je niet verlammen. De twijfel over wat wijsheid is herken ik. Belangrijk om te realiseren dat we doen waarvan we denken dat goed is. Met nieuwe inzichten kan dat niet altijd het juiste blijken, maar dat is vaak pas achteraf. Veel sterkte voor de buurman. 😘

  6. Wauw wat mooi geschreven en de verschillende kanten belicht je mooi. Social media staat inderdaad vol van allerlei oproepen ‘tegen’ en ‘voor’. Een onzichtbare vijand zie je pas wanneer deze bij jou of jouw loved ones aanklopt. Dat geldt ook voor de gevolgen van alle maatregelen, wanneer je ziet dat dromen stuk gaan door faillissement en geldzorgen gezichten tekenen of de geestelijke toestand van loved ones zo wankel is, dat de angst om te verliezen sterker wordt dan de noodzaak om afstand te bewaren. Ik geloof dan ook niet in kampen, deze situatie heeft op ons allen effect, geraakt of niet geraakt door dit rot virus, direct of indirect.. Ik geloof dat iedereen vecht of handelt in dat wat in zijn of haar ogen nodig is….en dat kan verschillend zijn. Ik hoop dat hoe groot het verschil ook, een liefdevolle handreiking naar elkaar altijd mogelijk blijft. Mooi blog!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: