10 Dingen die veranderen wanneer je kind naar de brugklas gaat

Oh wat is het toch een spannende fase wanneer je kind naar de brugklas gaat. Alles wordt anders: de route, de reistijd, klasgenoten, voor ieder vak een andere docent, de lessen zelf, nieuwe vrienden, huiswerk, veel huiswerk, minder vrije tijd en de pubertijd start zo zoetjes aan. Gaat jouw kind na de zomervakantie naar de brugklas? Bereid je alvast voor op de komende veranderingen voor hem/haar en voor jou als ouder.

  1. Locatie – De nieuwe school is vaak verder weg dan de basisschool waar je kind op zat. Misschien ga hij op de fiets, of moet hij nu met het openbaar vervoer. Proefreizen, de route oefenen in of voor de zomervakantie is daarom wel handig.
  2. Vakken – Je kind krijgt veel meer verschillende vakken. Vaak hebben de vakken een afkorting, bijvoorbeeld geschiedenis heet opeens GS, en wiskunde WS. Voor al deze vakken gaat jouw brugpieper naar een ander lokaal. Dat kan in het begin best lastig zijn, zeker wanneer de nieuwe school groot is en veel verdiepingen heeft.
  3. Leraren – Voor ieder vak krijgt hij een andere leraar of lerares. Die noem je ook geen ‘juf’ of ‘meester’ meer, zoals op de basisschool, maar ‘meneer’ en ‘mevrouw’, eventueel gevolgd door een achternaam. Een van de leraren wordt de mentor van je kind. Hij of zij zorgt dat alles goed gaat met jouw kind en de klas. De mentor houdt de resultaten bij en helpt jouw kind met zijn vragen.
  4. Plek – Je kind heeft ook geen vaste zitplaats meer. Bij ieder vak kan hij naast iemand anders zitten. Soms wil de leraar dat de leerlingen wel op een vaste plek zitten, zodat hij een plattegrond kan maken om de namen snel te leren. Maar dat kan bij iedere docent anders zijn.
  5. Pauze – Was je kind tijdens de pauze aan het knikkeren of voetballen? Dat kan echt niet meer in de brugklas. Meestal gaan de leerlingen een beetje chillen of hangen in de pauze. Of ze gaan in de kantine zitten waar ze eten en drinken kunnen kopen. Het kan dus handig zijn om wat geld mee te geven, maar eigen brood meenemen kan natuurlijk ook.
  6. Huiswerk – Waarschijnlijk was je kind al een beetje gewend aan huiswerk maken. Op de middelbare school neemt de hoeveelheid echter toe. Iedere dag uit school huiswerk maken of studeren wordt een nieuwe routine. En dat is even wennen. Voor ieder vak krijgt je kind opdrachten om thuis te maken of te leren. Misschien moet hij iets lezen of een verslag maken. Alles bij elkaar is dat best veel. Meestal leren brugklassers tijdens de mentorlessen hoe ze met al dat huiswerk moeten omgaan. Ze oefenen dan met het gebruik van een agenda en hoe ze het maken en leren van hun huiswerk kunnen inplannen.
  7. Toetsen – Je kind krijgt ook meer toetsen en proefwerken dan op de basisschool. Schriftelijke toeten (SO) en mondelinge toetsen (MO). Soms weet hij van te voren dat hij een toets krijgt, maar soms ook niet. Daarnaast zijn er toetsweken, ongeveer 4 keer per jaar. Alle cijfers die je kind haalt gedurende het schooljaar, tellen mee voor de rapporten. Sommige cijfers tellen twee of drie keer mee.
  8. Rooster – Veel scholen werken met Magister. Op het lesrooster staat precies welke vakken je kind die dag heeft. In Magister staat welk huiswerk je kind heeft voor welk vak. Er vallen ook wel eens lessen uit, omdat bijvoorbeeld een leraar ziek is. Dit zie je ook in Magister. Het is dus belangrijk om Magister goed in de gaten te houden.
    Ouders krijgen ook de inlogcodes voor Magister, zodat je altijd een vinger aan de pols kunt houden, de cijfers ziet en of je kind wel of niet op school is geweest..
  9. Boeken – De boeken die je kind nodig heeft voor elk vak bewaart hij thuis. Daarom heeft je kind een stevige tas of rugzak nodig om iedere dag de boeken mee te nemen. Natuurlijk neemt hij alleen de boeken mee die hij die dag nodig heeft, maar soms zijn dat er echt veel. En wat dacht je als hij ook nog gymles heeft? De sportkleding moet dan ook nog in de tas passen. Sommige boeken heeft je kind niet nodig op school. Die gebruikt hij alleen thuis voor huiswerk, bijvoorbeeld een atlas of een woordenboek.
  10. Kluisjes – Op de meeste scholen zijn er kluisjes. Daar kan je kind ’s ochtends zijn boeken inleggen die hij pas na de pauze nodig heeft. In de pauze wisselt hij de boeken dan weer om. Dat scheelt een hoop gesjouw.

Sterk naar de brugklas
Maak je nog een beetje zorgen over hoe het straks kan gaan? Of merk je dat je kind nog onzeker is over die nieuwe fase, of gewoon graag wil weten wat hij kan verwachten? Zodat jouw kind vol zelfvertrouwen kan beginnen aan de brugklas? Geef je kind dan op voor de training Sterk naar de brugklas.

0 thoughts on “10 Dingen die veranderen wanneer je kind naar de brugklas gaat”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: