Zo rood als een kreeft

Ik sta in de kou te staren naar het zeewater. Luchtbellen borrelen naar boven. De heerlijke zilte zoute lucht omringt me. Als ik mijn ogen sluit, ontbreekt het alleen aan de ruisende zeegeluiden en de schreeuwende meeuwen. In de hoek zie ik heel veel zwartrode lichamen op en in elkaar. Ik slik en bedenk me hoe ik die krengen in hemelsnaam meekrijg zonder dat ze door mijn auto gaan wandelen. Zonder dat het zilte vocht de fijne autogeur overneemt. Ik baal van deze opdracht. Alhoewel? Het intrigeert me ook. Hoe dan? 

Hij voelt mijn ongemak, pretlichtjes verschijnen
Mijn gedachten worden ruw onderbroken door de vraag: “Wat mag het zijn mevrouw?” Ik hoor mezelf antwoorden: “Mijn man wil dat ik drie van de kleine haal.” Hij wijst ze aan: “U bedoelt deze?” “Ja, niet die grote hè…” Zeg ik met een verhit gezicht. Hoe voelt mijn ongemak en glimlacht naar me. Pretlichtjes verschijnen in zijn ogen en ik haat hem nu al.

Mijn bloed kruipt gestaag omhoog
De eerste haalt hij er met gemak uit, de tweede ook. Maar de derde heeft er overduidelijk geen zin in om het lauwwarme zeewater in te ruilen voor de doos met plastic waar hij de andere twee gezelschap mag houden. Na heel wat gespartel, lukt het de visboer eindelijk om ze alle drie de doos in te krijgen. In mijn gedachten zie ik dat derde kreng al gezellig door mijn auto op onderzoek uit gaan en vraag de visboer: “Eh, u maakt die doos wel goed dicht toch?” De visboer kijkt me verbaasd aan en barst in lachen uit. Ik voel me nog ongemakkelijker en mijn bloed kruipt gestaag omhoog. Ik voel die irritante warmte mijn lichaamstemperatuur een boost geven en kijk schaapachtig lachend om me heen om te kijken of de andere wachtende klanten het tafereel gadeslaan en meekrijgen. Ik herpak me enigszins nadat hij grappend zegt: “Ben je bang dat deze jongens door uw auto gaan kruipen?” En weer nemen die pretlichtjes me op en lacht hij me uit. Hij pakt de doos wel goed in zie ik, en hij doet er extra tape omheen om me gerust te stellen. Ik bedank hem heel ‘hartelijk’, neem de doos aan en verdwijn zo snel mogelijk naar de kassa. Achter me hoor ik het gegrinnik van de visboer langzaam verstommen.

Zo rood als een kreeft
Met de doos, en daarin die krengen in de kar, reken ik af bij de kassa en bedenk me dat ik niet kan wachten tot de Chef ze zo rood als een kreeft uit de pan haalt.

11 thoughts on “Zo rood als een kreeft”
  1. War een mooi verhaal. Je bracht me eerst op het strand en toen raakte ik helemaal in de war van die zwartrode lichamen. Wie of wat waren dat dan? Mooi om het verderop te ontdekken, haha. Ik vermoed dat de visboer het net zo’n vermakelijk verhaal vindt. Wie weet hoe vaak hij het verteld?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: