“Het is weer niet goed gegaan op school” zegt haar moeder als ze samen de paddock in komen lopen. Julia kijkt geïrriteerd naar haar moeder. “De docent wil haar graag helpen, maar toch gaat het steeds mis.” Julia zucht, doet haar capuchon op en loopt vast naar de paarden. Haar moeder kijkt me aan met een blik van ‘wat moeten we er nou mee?!’
Wat werkt wél voor haar
Uit onze vorige sessie bleek al dat wanneer Julia vastloopt in contact, ze het nodig heeft om even de ruimte te krijgen en het contact eerst te herstellen met een grapje, voordat ze over dat wat misgegaan is kan praten. Haar moeder heeft die informatie met school gedeeld. Ik laat haar moeder weten dat Julia en ik vandaag zullen kijken naar wat er verder te ontdekken is over wat wel of niet voor haar werkt.
“Ik krijg toch straf!”
Als ik met Julia de sessie start, vertelt ze hoe irritant haar docent op school is. “Hij maakt echt van niks een probleem! Ik liep met mijn vriendin mee naar de toiletten omdat ze haar hand had bezeerd en bij terugkomst in de les kon ik gelijk een uitgestuurd-briefje gaan halen! Ik deed echt niets verkeerd, was supersnel terug en toch kreeg ik straf!”
Hulp vragen lukt niet
“Je moeder vertelde dat de docent jou wil helpen, weet je waarom ze dat zegt?” vraag ik haar. Volgens Julia gaat dat over heel iets anders. Ze vertelt dat als ze een opdracht uit haar schoolboek niet snapt, ze totaal vastloopt. De docent wil haar dan graag uitleg geven, maar om hulp vragen lukt Julia niet. “Op de basisschool moest ik twee uur aan de instructietafel zitten, als ik iets niet snapte! Hulp vragen kan ik daardoor echt niet!”
“Dat kan ik niet“
We lopen naar de paarden om over te gaan op een activiteit. Ik leg Julia uit dat ze vandaag een van de paarden op drie verschillende manieren een stapje achteruit mag laten zetten. De eerste manier is met een halster en een halstertouw. Gelijk zegt Julia dat ze dat écht niet kan. “Misschien wel als ik op een paard zit, maar zo vanaf de grond heb ik dat nog nooit gedaan. Ik weet niet hoe dat moet, ik kan dat niet, dat lukt nooit.”
Kan ik je er bij helpen?
Op mijn vraag of ik haar kan helpen, zegt ze dat ze dat niet weet. En op alle andere vragen die ik op dat moment stel zegt ze ook dat ze het niet weet. Het lijkt alsof ze is vastgelopen en in een soort ‘bevroren’ toestand verkeert, dat ze geen idee meer heeft hoe het nu verder moet. Ik doe verschillende suggesties over wat ik zou kunnen doen om haar te helpen en maak een grapje. Ze ontdooit een beetje en zegt dat ze wel wil dat ik het voordoe.
Niet vertellen, maar laten zien
Als ik het voorgedaan heb, geef ik het halstertouw aan Julia en laat ze het paard een paar passen achteruit zetten. “De volgende manier is om het paard een paar passen achteruit te zetten, zonder touw.” Julia gaat gelijk aan de slag en is tevreden over hoe het gaat. “Als ik maar een klein beetje kan denken dat het misschien gaat lukken, wil ik het wel proberen” zegt ze bij de nabespreking. “Meestal krijg ik een uitleg van iemand die vertelt wat ik moet doen, dat helpt niks! Ik voel dan alleen maar dat ik het toch niet kan. Als ik zie wat ik moet doen, helpt dat veel beter.”
Het is gelukt!
“De derde manier, is het paard zonder aanraken achteruit zetten” zeg ik. Ze kijkt me met grote ogen aan en stelt gelijk voor dat ik dat dan eerst voordoe. Mijn poging is niet erg succesvol. Het paard doet van alles, maar gaat niet achteruit. Op enig moment loopt het paard naar Julia toe. Haar poging laat het paard een paar keurige passen achteruit zetten. “Het is gelukt!” roept ze trots.
Bij de afsluiting vraag ik haar of het haar zou helpen als haar docent op school meer voordoet dan met woorden uitlegt. Ze denkt van wel.





