Een heel klein momentje zonder de oorlog die nog in hen woedt

Ik kijk naar een van de vrouwen. Haar ogen zijn donker en leeg. Ze sloft voetje voor voetje. Een rugtas hangt losjes over haar schouders, verder heeft ze geen bagage. Ik zie iets over haar arm… en dan vraag ik mij af of het nog wel leeft. Een baby hangt als een jas over haar arm, met het ruggetje naar boven. De armpjes hangen slap langs het hoofdje, net als de beentje roerloos richting de perronvloer.

‘Oh laat het levend zijn, laat het leven’ gaat het angstig en smekend door mijn hoofd. Het ligt zo roerloos en zo dun en veel te slap in een ongewone houding. Ik wil het niet weten en bescherm mijzelf door niet te doorvoelen. 

Onnatuurlijk stil voor een groep kinderen
Er lopen kinderen, maar je hoort geen enkel geluid. Het is zo stil. Onnatuurlijk, voor een groep kinderen. We begeleiden hen naar het verzamelpunt. Er zijn dekens en warme thee en koffie. Er is brood of soep en fruit voor wie wil. 

Refugees Welcome
Het is een koude winteravond in 2015. Ik ben op de verzamelplek aan de IJ-zijde van het Centraal Station in Amsterdam; de ingang naast het fietstunneltje. Gelijk links om het hoekje, bij de koude marmeren banken vlak voor het Dönner Corner restaurantje, verzamelt elke avond een wisselende groep van tien tot twintig vrijwilligers van Refugees Welcome.

Isolatiedekens
Drie á vier keer per week sluit ik na het werk aan tot de laatste trein rond 1.00 is vertrokken. We halen spullen op bij Stichting de Regenboog vlak bij het Centraal, zoals dekens en wat er over is van de dagen ervoor. Een ander groepje neemt de vele donaties van lieve mensen in ontvangst: warme soep, fruit, boterhammen, kleding. De bankjes worden bedekt met isolatiedekens om de kou tegen te gaan wanneer je gaat zitten.

De groep vrouwen en kinderen lopen gedwee achter ons aan
Vandaag brengt de trein veel vluchtelingen. Het zijn vooral vrouwen met kleine kinderen en zelfs twee baby’s. We spreken elkaars taal niet. “Hi, can I help you?” We proberen Engels, maar de woorden lijken niet binnen te komen. We gebaren en wijzen op ons shirt waar de tekst staat dat wij hen welkom heten en kunnen helpen met de eerste opvang. De groep vrouwen en kinderen lopen gedwee achter ons aan. 

Geen puf om niet te vertrouwen
Geen puf om iets te zeggen
Geen puf om te horen
Geen puf om te protesteren

De lucht is zwaar
Zwaar van overleven  

Dit is echt
Dit is serieus
Dit is óók onze wereld 
Niet zo heel ver hiervandaan
Daar ginds en op het Amsterdams Centraal  

Elk woord lijkt energie te kosten
Grote holle ogen kijken mij aan, maar maken geen contact. Ze kijkt, maar lijkt niet te zien. Het is de vrouw met de baby. Ze heeft een klein rugzakje bij zich. Ik ruik de baby en ik ruik de moeder. Wijzend naar de baby vraag ik in het Engels of ze iets nodig heeft. “You have diper?” elk woord lijkt energie te kosten, die ze niet heeft. 

Zeven luiers en een baby is alles wat zij bezit 
We hebben vandaag toevallig geen luiers, maar de AH is nog open, dus ik vraag of ze even wacht, dan haal ik het even. Ze schudt haar hoofd, terwijl ze haar rugzakje afdoet. Langzaam doet ze de rits open. Het is alles wat zij met zich meedraagt. Behalve haar baby en de kleding die zij aanheeft, bestaat haar hele hebben en houwen uit zeven luiers. Dat is het. Dat heeft zij. Dat is haar bezit. 

Ze hebben geleerd onzichtbaar en geluidloos te zijn
Het is een groep van veertien, een paar vrouwen en vele kinderen. De kinderen en baby’s geven geen kik. Ze zijn vies en hebben schrammen en schaven over hun schaars geklede lijf. Prachtige gezichten, met grote donkere holle ogen, overschaduwd door oorlog en zaken die een kind nooit zou moeten zien. Ze hebben geleerd onzichtbaar en geluidloos te zijn. 

Een potje geluk
Samen met een paar vrijwilligers proberen wij heel voorzichtig contact te leggen, gerust te stellen. Wie mij goed kent, weet dat ik altijd bellenblaas in mijn tas heb; een potje geluk zoals ik het noem. Een potje met magische bellen en alle kleuren van de regenboog. Het is bijna onmogelijk om niet betoverd te raken. Waar ik ook kom, wanneer ik het potje geluk pak, zorg ik niet alleen voor een lach op mijn eigen gezicht, maar velen doen met mij mee. Kinderlijk geluk. Bellenblaas… gewoon omdat het heel even de gedachte en de realiteit doet vervliegen. Het verlicht.

De bellen doen het werk
De kleurrijke bellen vliegen door de lucht. Ze vliegen door de ruimte van mij naar hen. Het lijkt te lukken, een aantal kinderogen volgt de bellen, de nieuwsgierigheid is gewekt. Ze zijn nu hier in het nu, op het centraal station in Amsterdam. De bellen doen het werk, ze overbruggen de afstand en meer dan dat. Langzaam volgen de handjes, ze reiken naar de bellen. Inmiddels kijken bijna alle kinderen naar de bellen.

Ik heb een treetje bellenblaas meegenomen, mijn donatie voor vanavond, alsof ik het wist dat er veel kinderen zouden komen. 

Een blik op oneindig, de wanhoop voorbij, vlak en leeg én donker
Ogen beginnen te glimmen, handen reiken uit naar de bel die heerlijk dichtbij komt en dreigt stuk te klappen. De moeders zitten uitgeput op het stenen bankje hun lijf is hier, maar de gedachte en de ziel zijn zo diep weggezonken. Handen omklemmen de warme thee, er wordt nauwelijks een slokje genomen. Een blik op oneindig, de wanhoop voorbij, vlak en leeg én donker. 

Haar zachte lach is het eerste hoorbare geluid van een kind
Ik blijf bellenblazen. De lucht vult zich met kleine belletjes van geluk, als een regenboog in hun donkere wolken. Een kind springt op, alsof het wakker wordt uit een verre droom. Ze loopt op mij af en blaast in de lucht. Ik houd het bellenblaasstokje voor haar mond. Ze blaast en kijkt met een grote glimlach naar haar eigen kleurige bellen. Ik geef haar een potje geluk. Haar zachte lach is het eerste hoorbare geluid van een kind. Het voelt bitterzoet in mijn hart. Dan volgt er nog een kind. En nog één. 

Het geluk van een moeder gaat door haar kind
Langzaam ontwaken de moeders. Er vormen glimlachjes op de lippen, zachte zwaarmoedige ogen kijken naar de kinderen. Een pauze van alle leegte, wanhoop en donkerheid. Een heel klein momentje zonder de oorlog die nog in hen woedt, zonder de angst voor dat wat was en dat wat nog komt. Heel even een moment in het nu. Er wordt gelachen en alleen de bellen maken de lucht voor even licht.

Mensen op de vlucht al jaren gevangen in kampen
Het was eind 2015. Een tijd geleden werd er alarm geslagen, er was een grote brand in een van de kampen en af en toe komt er wat nieuws voorbij. Mensen op de vlucht, al jaren gevangen in kampen. De hele wereld, en vele mensen, hebben het zwaar nu het ook door corona geteisterd, beperkt en verdeeld is. Toch vraag ik aandacht voor deze groep mensen en met name de zeer kwetsbare kinderen zonder ouders in kampen. Ook daar is corona, maar geen huis of haard.

Wees zelf de verandering die je wilt zien in de wereld
Door regeringsleiders worden er minimale beloftes gedaan, ook door Nederland: 500 kinderen in ons land met meer dan 17 miljoen inwoners en waar gemiddeld 440 kinderen per dag geboren worden. Iets beloven is één ding, maar het draait natuurlijk allemaal om de uitvoering van je belofte. Niet handelen is ook handelen. Kinderen, wanneer ze blijven leven, worden vanzelf groot. Wat krijgen deze kinderen mee van de wereld om hen heen?

Ik heb zoveel respect voor de drie dames uit Amsterdam, de oprichters van Because we Carry. Neem vooral een kijkje op hun website, lees hun verhaal en hun missie en laat je inspireren. Zoals zij schrijven op de website: Wees zelf de verandering die je wilt zien in de wereld.

10 thoughts on “Een heel klein momentje zonder de oorlog die nog in hen woedt”
  1. Mooi Katrin dat je hier aandacht voor vraagt. Het is zo schrijnend voor mensen om te moeten vluchten. Ik heb lesgegeven aan de ISK, mijn huis werd een veilige plek voor velen. Verhalen blijven komen en gaan.

  2. Wat mooi dat je dat hebt gedaan en ook een mooi idee dat je thuis een veilige plek voor velen is…precies zoals het hoort te zijn. Dank je wel voor je reactie???

    1. Intens, zo kwetsbaar. Mooi hoe je beschrijft om met t potje geluk weer contact te krijgen. Because we carry on is een geweldig initiatief voor de vluchtelingen en zo triest dat het zo dichtbij is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: