Het is dinsdagochtend 08:00 uur. Ik word wakker van de regen die keihard tegen de ramen klettert. Een zware bons op het voeteneind, trappelende pootjes tegen mijn onderbeen, vergezeld met een luid geknor zorgen ervoor dat ik nog verder ontwaak. Cobus, onze ruim zes kilo wegende Britse langhaar, vleit zich tegen me aan. Als ik me iets opricht, zie ik dat hij languit op z’n rug ligt met z’n pootjes omhoog gekruld. Hij kijkt me aan met z’n schuine koppie. ‘Blijf maar lekker liggen, het is lummeltijd!’
Een week lummeltijd
Hij heeft gelijk. Er ligt een hele week lummeltijd voor me. Ik vind het een lastig ‘werkwoord’, lummelen. Het kost me elke week moeite om de tijd te nemen even niets te doen, zodat mijn gedachten en emoties verwerkt worden waardoor ze minder aandacht van me vragen. Elke maandag, als de winkeldeur gesloten is en ik alleen thuis ben, neem ik mezelf voor om te lummelen. Maar elke maandag slokken de huishoudelijke klusjes en de achterstallige administratieve werkzaamheden mijn uren op.
Aankondiging op een vel papier
Toen ik een aantal weken geleden de werkplanning maakte, besloot ik om de winkel in de eerste week van de bouwvak te sluiten. In de periode dat mijn medewerksters – en vele vaste klanten – genieten van hun vakantie, leek het mij een goed idee om óók de tijd te nemen om af te remmen en niets te doen. Ik zette dus een kruis door deze week, printte de aankondiging van de winkelsluiting op een vel papier en plakte deze op de deur.
Dat kun je niet maken!
‘Dat kun je toch niet máken!? Een hele week de winkel dicht! Dat je je dat kunt veroorloven, kennelijk gaan de zaken goed. Ik zie het bij meer ondernemers, veel winkels zijn dicht. Ik slenter graag in mijn vrije tijd een beetje rond en wil binnenlopen om te kijken, maar dat wordt me knap moeilijk gemaakt als iedereen de deur sluit. De binnenstad is wel heel ongastvrij voor toeristen op deze manier.’
Een irritant stemmetje geeft haar gelijk
Verbouwereerd kijk ik haar aan. ‘Komt u uit Zaltbommel?’ vraag ik haar. ‘In dat geval zou u weten dat vele ondernemers kleine zelfstandigen zijn. Wanneer kunnen zij op vakantie gaan als de deuren altijd open moeten zijn?’ Een irritant stemmetje laat weten dat de vrouw gelijk heeft. Hoe verzin ik het om de winkel een week te sluiten, al die omzet missen is financieel zeer onaantrekkelijk. En inderdaad, de binnenstad van Zaltbommel is ongezellig als de winkels gesloten zijn.
Ik stamel nog een paar onsamenhangende zinnen en een ‘sorry, ik zag geen andere oplossing.’ Ik voel me schuldig en ben boos dat ik mezelf een week vrij geef ten koste van het plezier van anderen. De warme blos op mijn wangen verspreidt zich naar mijn nek en oksels. Een vervelend, klam en tintelend gevoel. De vrouw verlaat met een schouderophalen de winkel zonder nog iets te zeggen.
Evenwicht tussen werktijd en vrije tijd
Op deze eerste echte lummelochtend denk ik terug aan haar. Ik denk ook aan een groot aantal mede ondernemers in de binnenstad die hun deuren één, twee of drie weken sluiten. Zij maken dezelfde overwegingen als ik. Waar vind je het evenwicht tussen werktijd, vrije tijd en gastvrijheid? Het is en blijft een grote puzzel en wat je ook besluit, je stelt altijd iemand teleur.
Ik besluit ervan te genieten
Nu mijn vrije week officieel van start is gegaan, besluit ik ervan te genieten. Het heeft geen enkele zin te piekeren wat goed of fout is en me schuldig te voelen. Ik heb zin in zomaar een beetje aanrommelen, een dag naar de sauna te gaan met mijn vriendin, op de racefiets te stappen met manlief, samen uit eten te gaan, Den Haag te bezoeken en een dag naar Zeeland af te reizen om familie en vrienden te zien.
De zon schijnt
Inmiddels schijnt de zon en zie ik Cobus rondscharrelen in de tuin. Zijn vacht wordt nat van de druppels aan de struiken. Takjes en blaadjes raken verstrikt in zijn lange haren. Hij rolt zich eens lekker op zijn rug en strekt zijn pootje uit naar een laag vliegend insect. Plotseling staat hij op en gaat zo plat mogelijk op de stenen voor de schutting liggen. Door de kieren van de afscheiding kijkt hij nieuwsgierig naar de kat van de buren die zijn tijd vult met dezelfde dingen als hij altijd doet.




Hij verstaat de kunst van het lummelen
Als ik een kopje onder het koffiezetapparaat heb gezet, op de knop heb gedrukt en het geluid van het malen van de koffiebonen hoor, pak ik de kam en borstel. Ik zet de verse, warme koffie voor me neer, nestel me in een tuinstoel met Cobus op schoot en begin met het kammen van zijn lange vacht. Luid spinnend werkt hij mee. Met zijn ruwe tong likt hij mijn hand. Genietend duwt hij zijn kop naar achteren, zodat ik beter bij zijn kin en hals kan. Ik glimlach. Cobus verstaat de kunst van het lummelen uitstekend. Als ik het van één kan leren, dan is het wel van hem.






