Iedereen heeft een innerlijke criticus. De grootte en hoorbaarheid ligt aan waar voor jou de grens ligt. Geef je je grens niet aan, dan schuift de grens steeds verder op. Andere stukken van jezelf krijgen zo minder ruimte en zijn minder hoorbaar.
Vaak is de grootte van je innerlijke criticus afhankelijk van je gevoel voor zekerheid en vertrouwen in jezelf en je omgeving. Als deze wankelt of niet zo duidelijk is dan ben je vaak eerder geneigd om je criticus meer ruimte te geven en meer toe te laten. Vooral als je dat al gewend bent. Dit geeft je, in eerste instantie een gevoel van controle, structuur en zekerheid. Wonderlijk want eigenlijk ben je constant in gesprek met jezelf of je wel voldoet, kan voldoen of afwijkt.
Je rent achter je innerlijke criticus aan
In ons allemaal zit er een criticus. Deze wil je het beste van het beste laten hebben, krijgen, voelen. Beter dan je buurman, collega, broer. “Daar moet je naar streven” zegt hij. Zo ren je verder en verder achter hem aan. Je steeds opzwepend naar het volgende doel. Naar beter, meer en perfect.
Je moet ernaar luisteren
De criticus bemoeit zich met alles wat je denkt. “Weet je het wel zeker dat je dat kan? Wat zullen ze wel van je denken als je het niet kan?” Het is net of de criticus de hele dag achter je aan loopt of nog erger, op je schouder zit en je van alles in je oor fluistert. Je moet ernaar luisteren of je nou wil of niet.
Je doet wat hij je aanbeveelt
In het begin van de alsmaar groeiende band met jouw criticus wil je aardig zijn en word je interesse hard aangewakkerd. “Je wilt toch wel de beste zijn en daarvoor gaan.” Daar heeft hij je mee in het nauw. Keer op keer sta je stil en luister je naar wat hij te zeggen heeft. Telkens zie je er brood in en dus doe je wat hij je aanbeveelt. Zo luister je steeds meer naar criticus. Die steeds harder hoorbaar is. Zo hard dat je uiteindelijk niets anders meer, lijkt te horen.
Perfect is goed genoeg en anders niet
Je rent constant achter je innerlijke criticus aan. Je probeert het tempo bij te benen, alleen het stopt nooit. “Het is niet goed genoeg. Perfect is goed genoeg en anders niets,” roept de criticus. Steeds vaker bemerk je echter dat je niet perfect bent en de wereld dat ook niet is. Ongemerkt heeft criticus ruim baan gekregen. Waardoor er veel minder plek en ruimte is voor wat anders. In het begin merk je het nauwelijks. Gericht op goed, perfect en het beste heb je geen oog meer voor wat er verder toe doet.
Kan je wel zonder hem?
Doodmoe word je ervan, want er is altijd wel iets dat niet klopt. Keer op keer vertelt hij je wat dat is en legt dat zo dusdanig bij je neer dat je het gevoel hebt er wel wat mee te moeten. Tenminste zo voelt het. Net als een hond die maar blijft blaffen trekt het je aandacht naar zich toe. En je doet al zo lang wat de criticus je vertelt dat je je regelmatig afvraagt of je het wel zonder hem kan. Als je probeert hem af te schudden of niet naar hem wilt luisteren achtervolgt hij je en hangt als een blok aan je been. Hard roepend: “Perfect moet het zijn anders is het niet goed genoeg.” Je wilt het wel proberen om het zelf weer te doen. Alleen, hoe doe je dat dan? Terwijl je innerlijke criticus maar in je oor blijft roepen, op je schouder meelift, je aandacht opeist.
Criticus heeft een eigen rol
Voor de criticus is perfect nooit perfect genoeg. Het kan altijd beter. Dus als je hem hoorbaarder laat worden, ervaar je dat het nooit oké is. De druk valt nooit weg en er is geen rust om te kunnen genieten en niets of weinig te verwachten. Als je de criticus blijft volgen en zelf geen vragen stelt, sta je nooit stil. Er is altijd de ‘wat als’ vraag die je bezig blijft houden. Toch is de criticus nuttig, hij heeft een eigen rol. Namelijk om je te beschermen en grenzen aan te geven. Zo blijf je in leven, neem je geen onnodige risico’s en gedraag je je veelal zoals sociaal maatschappelijk wenselijk is. Alles daarbuiten is niet zijn rol. Dan bemoeit hij zich met zaken die hem niet aangaan. Zo gaat hij dan zijn boekje te buiten door zich met van alles en nog wat te bemoeien.
Zorgen dat je criticus niet te groot wordt
Je innerlijke criticus is een stuk van jou dat je helpt. Tenminste… als het binnen de lijnen blijft en niet de kans krijgt om ongebreideld te groeien. Want dat leidt altijd tot wildgroei, overwoekering en te veel leed. De meeste mensen streven ernaar om het goed te doen, maar dat is wat anders dan perfectie. Dus om te zorgen dat je criticus niet te groot wordt:
- heb je een gezond en volwaardig zelfbeeld nodig;
- mag het duidelijk zijn dat je ook maar een mens bent;
- mag je je verwachtingen bijstellen – er zijn namelijk altijd tekortkomingen en beperkingen;
- kun je je criticus beter bezighouden met waar hij goed in is, zodat hij is afgeleid;
- ga je niet in alles mee wat je criticus oppert, hoe lastig dat vaak ook is.
September 2022: Hypnose aan het strand
Loop je keer op keer tegen hetzelfde aan? Kan je je vinger er niet opleggen wat er dan precies aan de hand is en wat er aan te doen is? Hypnotherapie biedt uitkomst. Samen leggen we de vinger op de aangedane plek en gaan we aan de slag. Meld je hier aan voor Hypnose aan het strand.







2 reacties
Prachtig beschreven ❤️
Dank je wel 💜