Yusuf stelt mij voor aan zijn vader

Yusuf zit in de 1eklas voortgezet onderwijs. Een kleine jongen, met een kinderlijk lief zacht gezichtje. Zijn groeispurt moet duidelijk nog komen en zal vast nog even duren. Bruine grote onschuldige ogen kijken mij aan. Hoe zo is dit ventje een stierlijk vervelend en bozig joch? Ik kan mij er zo weinig bij voorstellen, maar achter mooie zachte ogen kan een hele andere zee liggen. 

Snitchen heeft zo zijn consequenties
Hij vindt het maar onterecht dat hij er steeds uitgestuurd wordt. “Nee juf, klopt echte niet…Ibrahim…” maar hij maakt zijn zin niet af, ook niet wanneer ik doorvraag. Ibrahim is toevallig ook één van de lieverdjes die ik begeleid, zoals wel meer uit zijn klas. Ibrahim oogt wat sterker en lijkt in een iets andere fase. Ik laat Yusuf, want ik weet dat ‘snitchen’ ook consequenties heeft. ‘Wat gebeurt er toch rondom die twee?’ vraag ik mij af.

Basisschool mentaliteit 
De docenten vertellen dat deze twee altijd samen zitten. “Volgens mij zijn het vrienden, alleen is Ibrahim serieuzer dan Yusuf, want die loopt de hele tijd te klieren, een beetje basisschool mentaliteit nog… dat hele speelse.” 
Beide jongens komen bij mij zo samen heel vriendschappelijk en sociaal(wenselijk?) over. En toch, er klopt iets niet… Yusuf lijkt echt geen druktemaker. Hij oogt fragiel, kinderlijk, zelfs een beetje angstig. 

Het leerklimaat verbeteren
Ik heb toestemming van de docenten gekregen om mijn plan uit te voeren. De docenten vinden het eigenlijk wel interessant dat ik op deze wijze een kijkje kom nemen in hun klas. Kijken naar de interactie tussen leerling-leerling, leerling-docent en docent-leerling. Respect dat zij mij toelaten! 
De volgende stap van het plan is om alle betrokkenen toestemming te vragen, leerlingen en ouders. Ik geef uitleg dat het een methode is om inzicht te vergroten in dat wat er speelt, dat het handvatten kan bieden voor docenten en leerlingen om de sfeer en daarmee het leerklimaat te verbeteren.

Gelukkig kan ik mijn gezicht verbergen achter de camera
Het verbaast mij enigszins dat jongeren een camera na 5 minuten al weer helemaal negeren. De eerste keer is het een paar minuten gekke bekken trekken en nog even stoere testosteronbewegingen maken naar de juf. Wanneer ze merken dat deze juf daar echt niet van schrikt en daar al helemaal niet op reageert, is het al gauw terug naar de orde van de dag en de les. Van binnen lig ik wel in een deuk, gelukkig kan ik mij verbergen achter de camera.

De video vertelt het verhaal
De video is raak, een gouden greep om te ontdekken wat er nou speelt en gebeurt tijdens bepaalde lessen. De docenten zijn de eersten die de video mogen zien. Ik kies ervoor om dit individueel te doen. Het is stil. Enige toelichting is niet nodig, de video vertelt het verhaal. 

Zo sneaky
“Echt, nooit gedacht dat dat allemaal zo sneaky letterlijk achter mijn rug om gebeurt” verbreekt de docent een beetje somber de stilte. “Het is heel subtiel wat er gebeurt en je hebt geen ogen in je achterhoofd, daar maken ze dan ook wonderlijk goed gebruik van. Maar één ding is ook heel duidelijk…” Hij kijkt mij een beetje sip aan “…Wat?” vraagt hij. “Ze letten enorm op je, dat wil je toch als docent!?” grap ik, want humor relativeert en maakt het luchtig.

De docent heeft zelf alle antwoorden
Wat je niet weet, kan je niet veranderen. Het gaat niet om fouten, het gaat om inzet en inzicht vergroten. De docent moet een beetje lachen: “Ik had toch echt het liefst een ander soort aandacht tijdens mijn lessen. Het gaat nu anders worden.”  “Tijd om te kijken hoe we het tij kunnen keren” vul ik zijn positieve twist aan. De docent heeft zelf alle antwoorden en weet precies wat hij moet doen om dit anders te krijgen. Met de andere docenten is het vergelijkbaar.  

Pesten
Het is duidelijk dat Yusuf totaal niet een aanstichter is. In tegendeel. De video laat zien dat hij wordt geschopt, zijn pen een tikje krijgt om voor de zoveelste keer op de vloer te vallen. Wanneer het onrustig is in de klas fluistert Ibrahim: “Homo…homo…homo.” Wanneer de docent weer is omgedraaid, vormen Ibrahim’s lippen nog vele malen geluidloos het woord homo, gevolgd door tikken onder tafel tegen zijn schenen. Yusuf negeert het. Je ziet zijn ademhaling steeds sneller gaan, zijn mond steeds meer gespannen, zijn kaken op elkaar. Hij lijkt steeds weer tot 10 te tellen. 

Heel subtiel
En dan knalt de ballon. Verre van zachtjes en niet pas wanneer de docent met zijn rug naar de klas staat, pikt Yusuf het niet langer, hij komt voor zichzelf op en wordt eruit gestuurd. Terwijl Yusuf boos en mopperend naar de deur loopt, grinnikt Ibrahim van achter zijn boek. “Ibrahim, leg je boek plat op tafel” zegt de docent ferm. 

Er gebeurt meer in de klas dan de interactie tussen Yusuf en Ibrahim. Logisch dat docenten dit niet zien, het lijkt in deze klas een sport van een aantal leerlingen te zijn om de docentogen te ontwijken. Heel subtiel. Het kan en gebeurt, ook bij de beste docenten. 

Dodelijk vermoeiend 
Ik heb ooit daar voor een klas gestaan, ogen en oren op 110% alertheid. Er zijn dagen dat het dodelijk vermoeiend en inspannend is. Het is meer dan lesgeven, het is voortdurend ‘aan’ staan om orde en veiligheid te behouden of te creëren. Voor sommige klassen, docenten en scholen geldt dat nog meer. 

Nu we het weten, kan het veranderen
Boos, verdrietig en opgelucht tegelijk voel ik mij op het moment dat ik zie wat er gebeurt rondom Yusuf. Nu we het weten, kan het veranderen. Ibrahim heeft zo zijn eigen verhaal, maar dat maakt het voor Yusuf niet minder of makkelijker, het staat los van elkaar. Allebei mogen ze er zijn met hun verhaal, maar met respect voor elkaar.  
 
De heren zitten tegenover mij
“Ibrahim heb je nog iets te vertellen voordat ik de video aanzet?” Ik bied hem nog een kans. We hebben het over pesten gehad, los van de video en los van elkaar. Allebei stemmen ze in om de video samen te bekijken. Yusuf is een stuk zekerder, zijn hele houding is anders, alsof hij plotseling weet dat hij ruimte mag innemen. Er mag zijn. “Nee juf, er is niets dat ik wil vertellen, ik heb echt niets gedaan.” Hij weet dat ik daar een ander idee over heb en dat de video zijn aandeel wel laat zien. Het ontkennen, tot het tegendeel bewezen is, zit soms diep bij jongeren. “Laat zien” zegt hij uitdagend.

We zwijgen. Ibrahim had nooit gedacht dat zijn ‘subtiele’ maniertjes zichtbaar zouden zijn voor de camera. Yusuf is opgelucht en verdrietig tegelijk. We maken duidelijke afspraken en we zien elkaar weer na de al ingeplande huisbezoeken. 

“Ik ben niet zo oud hoor” knipoogt hij
Yusuf voetbalt in de straat. Hij wijst zijn portiek aan. “Loop je mee naar boven? Leuk als je mij even voorstelt aan je vader, kan je daarna weer voetballen. Oké?” Yusuf stelt mij voor aan zijn vader. Zijn vader is een kleine man met 1000 diepe rimpels op een sympathiek vriendelijk gezicht. Yusuf schenkt mij een zoete muntthee in en schiet weer naar buiten. Een zilveren schaal vol met verschillende zoetigheden wordt mij glunderend aangeboden. “Ik ben niet zo oud hoor” knipoogt hij mijn kant op “Rimpels van de regen in Holland en lang hard gewerkt” gaat hij flirterig verder. We lachen. 

Zijn liefde voor Yusuf is zo voelbaar
De moeder van Yusuf is lang geleden overleden, hij vertelt dat hij daar nog veel verdriet van heeft. Hij doet zijn best voor Yusuf. “Nu vader en moeder tegelijk” zegt hij verdrietig met een scheve glimlach. Hij steelt mijn hart met zijn openheid, zijn raakbaarheid en warmte. Zijn liefde voor Yusuf is zo voelbaar. Hij is zuinig op hem. Hij maakt zich zorgen omdat zoveel van de jongens verkeerde dingen doen, criminaliteit. “Voetballen voor de deur, ik af en toe naar buiten kijken en hem zien.” En zijn vrienden waar hij mee afspreekt moet hij eerst ontmoeten. 

Het maakt mij verdrietig hoe het soms loopt
Yusuf met zijn droom om kapper te worden, zijn wens om later goed voor zijn vader te kunnen zorgen, omdat zijn vader zijn alles is. Yusuf met zijn zachte vriendelijkheid. 

Ik hoor later dat het mis is gegaan, hij komt voorbij op bepaalde lijsten van de politie. Zijn vader ligt op sterven. Ik denk terug aan de liefde tussen die twee. Het maakt mij verdrietig hoe het soms loopt. 

Alsof er een ventiel uit zijn lijf wordt getrokken
Toeval bestaat niet. Terwijl ik naar huis fiets, zie ik op een afstandje Yusuf geleund tegen zijn scooter. Hij is in gesprek met een jongen die ik meteen, gekleurd door wat ik weet, op het oog inschat als een ‘zware jongen’. Yusuf zijn groeispurt lijkt weliswaar maar weinig uitgehaald te hebben, maar hij is groot en opgepompt. Ik stop en kijk en denk: ‘zal ik… zal ik….zal ik’. Hij draait zijn hoofd om, onze ogen maken contact en overbruggen de afstand. 
“Juf” zegt hij op een uitademing. Alsof er een ventiel uit zijn lijf wordt getrokken, zakt zijn lijf in, de opgepomptheid is even weg, een kwetsbaar kind. De rest van de straat lijkt niet meer te bestaan. Het lijkt een eeuwigheid, we zitten vast in elkaars ogen, in de ziel. Al zijn dromen komen voorbij, zijn plannen, de liefde voor zijn vader die nu op sterven ligt. 

Zware jongens
“Yusuf” fluister ik, hem nog steeds aankijkend en zijn blik vasthoudend, bang om het moment kwijt te raken. Zijn blik gaat van zacht, naar spijtig. Ik wil zijn kant op lopen. Hij knikt, neemt een hap lucht. Opgepompt draait hij zich om naar de andere zware jongen, zijn orde van de dag. Ik weet het zeker, ergens diep van binnen is hij er nog, bedolven onder al zijn daden en medeplichtigheid.   

Lieve Yusuf
Had ik maar, had ik maar…. het moment gegrepen om je te troosten, je in mijn armen te nemen, te wiegen en te schudden. Terug naar daar waar jouw dromen zitten, ver weg van deze afslag. Kon ik maar toveren. Lieve Yusuf, vind je weg terug…

1 thought on “Yusuf stelt mij voor aan zijn vader”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: