Welke moeder is bang voor haar eigen kind?

“Ik ben Roos en ik drink heel veel en ik heb laatst een abortus gehad. Drugs, daar ben ik ook niet vies van. En ik word mishandeld….” gaat Roos verder. Ze is sportief en een intelligente, energieke dame met een doordringende blik. Ze kijkt mij strak aan. Het gesprek is gestart nog voordat ik een woord kan uitbrengen. Ze noemt nog een hele rits aan verontrustende zaken. Haar blonde haren, in een staart boven op haar hoofd, wapperen hevig heen en weer op de cadans van haar verhaal.

 “U mag niets aan mijn ouders vertellen, die ik overigens haat, omdat zij nooit luisteren, dat weten ze wel. Maar de rest mag u niet vertellen, ik ben namelijk 16 en daarom heeft u expliciete toestemming van mij nodig. Ik ken mijn rechten juffrouw.” Daarmee sluit Roos haar relaas af. Pfffffff. Ik ben een beetje overdonderd en monddood na deze waterval van woorden en probeer dat uit alle macht te verbloemen. Niet handig, want er gebeurt iets geks in onze onderlinge gezagsverhouding, dus zodra ik mijzelf betrap op deze zwijgzame controlestrijd, herpak ik mijzelf.

Het mag duidelijk zijn wie er 16 is en dus nog niet volwassen
“Wat fijn Roos dat jij je rechten kent, altijd goed om daarvan op de hoogte te zijn. Dit is mijn werkwijze…” en ik leg haar vriendelijk uit hoe ik werk en dat daar een huisbezoek bij hoort. “Natuurlijk stemmen wij van tevoren af wat ik wel of niet kan zeggen en wat ik moet zeggen. In sommige zaken heb je een keuze en in sommige zaken dus niet. Soms ben je erbij en soms ben je er niet bij.” Het mag duidelijk zijn wie er 16 is en dus nog niet volwassen, maar verder zijn wij gelijkwaardig en respectvol. Haar dossier heb ik nog niet mogen inzien, daar geeft Roos geen toestemming voor. De school zit met de handen in het haar, en dat snap ik. 

Bij Roos thuis
Ik bel aan bij een allerliefst huisje, met prachtige bloemen in het voortuintje. De deur wordt opengedaan door een mooie, vriendelijke vrouw van middelbare leeftijd. Ze ziet er vermoeid en bezorgd uit, een beetje uitgeput. Ze glimlacht en stelt zich voor. “Kom erin” zegt ze, terwijl ze mij zacht aankijkt. Het huis heeft een fijne atmosfeer, warm en gezellig. Er staat een kleurrijke wilde bos tulpen op tafel. Er zijn veel muziekinstrumenten, foto’s en tekeningen. Het is een beetje chaotisch. Ik ben zelf wat chaotisch dus dit past wel bij mij, maar ik heb zo mijn vermoeden dat het bij één iemand niet zo past. 

Ze is boos dat ik er ben
Ik ben blij dat ik moeder even alleen kan zien, al bespreek ik geen belangrijke zaken zonder Roos. Haar moeder laat mij het huis zien. Het is duidelijk een muzikaal en creatief gezin. “Roos heeft het niet zo op muziek of met ‘gefröbel’ zoals ze het altijd noemt” zegt moeder, “ze haat het zelfs.”  
Roos komt binnen, duidelijk woedend. Ze is boos dat ik er ben, ze is boos dat moeder er is, ze is boos dat er muziek op staat en als dat al moet, dan wel haar muziek. Ze is boos dat ze er bij moet zijn. Roos verandert de muziek van een zacht achtergrond muziekje naar een keiharde heavy metal. Het is even schakelen. Moeder zucht, maar zegt niets. 

De spanning is zo voelbaar
“Je hoeft van mij niet bij het gesprek te zijn Roos, maar dan is het wel handig dat je erop vertrouwt dat ik bespreek wat we hebben afgesproken. Eerder gaf je aan dat je erbij wil zijn, zodat je exact weet wat ik zeg. Je had het over de privacywet weet je nog? Op deze manier kan ik je moeder bepaalde vragen stellen over jou die belangrijk zijn om mijn werk te kunnen doen en kan jij gelijk op jouw beurt reageren” zeg ik, terwijl ik haar blik vang voordat ik verder ga. “Maar die muziek gaat zacht of uit.” Roos mokt en blijft. De muziek gaat zacht. 

Het is een eerste kennismakingsgesprek. Het is duidelijk wie de baas is in huis. Begrijpelijk dat dit zo gegroeid is, wellicht uit onmacht, voor de lieve vrede of misschien wel inmiddels moegestreden. Ik heb met hen allen te doen. De spanning is zo voelbaar.

Moeder probeert Roos tevergeefs tot bedaren te brengen
Roos is boos, zo boos en het zal mij niet verbazen wanneer dat zich ook fysiek uit. Ik houd het in mijn achterhoofd met mijn voelsprieten op scherp. 
De vader van Roos is vaak weg, naar zijn zaak. Roos heeft ook een jonger broertje. Ze kunnen niet echt goed met elkaar overweg. “Nee” zegt Roos, “hij is een etterbak, hij praat hard en hij rent rond.” Ik zie haar woede weer oplaaien. “Volgende keer als hij dat doet, krijgt hij een stoot.” Moeder probeert Roos tevergeefs tot bedaren te brengen. “Rustig maar Roos, hij neemt al geen vriendjes meer mee, tenzij wij allemaal zeker weten dat jij naar hockey of boksen bent.” Roos is duidelijk blij dat moeder deze informatie deelt. ‘Meer dan terecht’ lijkt haar houding te zeggen.  

“Drijven zij u ook tot wanhoop?”
“Roos, mag ik je kamer zien?” Tijdens de rondleiding van moeder heb ik expres gevraagd deze kamer over te slaan, een privacy- en vertrouwensdingetje. Roos staat op en gaat mij voor naar haar kamer. De deur gaat open. Een geruststellend beeld doemt op: een puberkamer met her en der schone en vuile was, zowel op de vloer, het bureau als op de stoel en het bed. Een keurige lege wasmand naast de deur. Ik glimlach. “Wat? Wat lach je!?” vraagt Roos ferm. Ik wijs op alle was in haar kamer en op de lege wasmand en vertel dat het een herkenbaar beeld is en dat het vaak ouders tot wanhoop drijft. “Heeft u kinderen?” “Ja, twee” antwoord ik.  “Drijven zij u ook tot wanhoop?” “Niet meer wat de was betreft” lach ik. “Vanaf het moment dat de was niet meer op mysterieuze wijze van de vloer in de wasmachine en weer schoon en droog in de kast terugkwam, was dat redelijk snel verleden tijd.” Roos kijkt boos naar haar moeder. Het is duidelijk dat moeder niet door mij op ideeën gebracht moet worden. De spanning is voelbaar tussen hen. 

Het is akelig en mijn hart gaat uit naar ze, vooral naar haar moeder, zij heeft duidelijk zoveel grip verloren. Begrijpelijk, want elk woord moet je goed wegen en elk woord wordt bestreden. Tenminste, zo lijkt het nu.   

Lastig om de verhoudingen van opvoeder en kind te behouden
Het is goed en zo belangrijk dat jongeren en kinderen rechten hebben, waardoor ze gehoord en serieus genomen worden. Maar wanneer een 16-jarige puber zelf mag beslissen wat ouders mogen weten – terwijl ze in de piek van de puberteit zitten, met gierende hormonen en het ook een fase is waarin zij zich afzetten tegen alles en iedereen van boven de 30 – het lijkt zo krom. Krom, omdat ouders moeten kunnen opvoeden. Maar wanneer belangrijke en soms cruciale informatie ontbreekt over je eigen kind, wordt het een lastig verhaal. Lastig om de verhoudingen van opvoeder en kind te behouden.  

Roos kent haar rechten 
Roos maakt gebruik van dit recht. Op school, bij de therapeut, tijdens mijn begeleiding en zelfs bij de politie. Roos wordt gearresteerd en zit op het bureau. Over de aard van de arrestatie mag niemand iets weten, de agenten krijgen geen toestemming van Roos. Ze krijgt een taakstraf en haar ouders weten niet waarom. Roos kent haar rechten. Er is een psychiatrisch onderzoek, maar de uitkomst mag niet gedeeld worden. Dat kan alleen wanneer Roos toestemming geeft of wanneer zij als handelingsonbekwaam wordt bestempeld. 

Ouders in hun kracht zetten
Juist in de puberteit is het zo nodig om ouders in hun kracht te zetten, ze te betrekken, om ouders ouders te laten zijn, mits er vanuit ouders geen onveiligheid speelt natuurlijk. Een 16-jarige weet nou eenmaal niet altijd en in alle situaties wat het beste is op dat moment. Uit zoveel onderzoeken blijkt dat plannen en organiseren, oorzaak- en gevolg-denken nog lang niet volledig tot ontwikkeling is gekomen. Laat staan wanneer die ontwikkeling net even anders loopt, zoals bij Roos.  

Multiple Complex Development Disorder (MCDD)
Het duurt lang, er volgen vele interessante en ook rare gesprekken. En dan mag ik het dossier inzien, informatie die haar ouders nog niet hebben. Er wordt veel duidelijk. Één van de diagnoses is MCDD: Multiple Complex Development Disorder. Ik ben niet zo van de etiketjes, maar soms zijn ze helaas nodig om te begrijpen wat er aan de hand is en het helpt in het vinden van de juiste aanpak. En zoals bij elke diagnose blijft de persoon uniek en past het label in meer of mindere mate. In dit geval biedt het houvast.
 
Van buiten zie je niet waar ze van binnen mee vecht
Roos heeft grote problemen met de grens tussen fantasie en realiteit. Veel valt op zijn plaatst zoals wat er gebeurde tijdens ons kennismakingsgesprek, waarbij zij achter mij allerlei folders van een informatiebord las. Het doet mij denken aan een film die ik ooit zag. Roos zag folders over verslaving van het Jellinek, een folder over ongewenste zwangerschap en over huiselijk geweld en ze had het in haar wereld allemaal gehad. Hoe angstig is dat wanneer je niet weet wat fantasie is of wat echt is? Daarnaast spelen grootsheidsideeën en achterdocht duidelijk een rol. Wie kan ze eigenlijk vertrouwen? Wat moet iedereen van haar, zij is toch de beste? Ze mag er zijn, absoluut. Roos en MCDD. Van buiten zie je niet waar ze van binnen mee aan het vechten is. 

Wekelijks bel ik met de moeder van Roos. Ik vermoed dat zij steun en een beetje begeleiding kan gebruiken. Roos weet het en door haar dit mede te delen als een voldongen feit, met een korte reden, accepteert ze het. MCDD wordt niet bij moeder genoemd, maar de handvatten bespreek ik wel. 

Ik kijk haar aan, haar ogen zeggen zoveel
“Ga je mee naar het gesprek?” vraagt Roos. Roos is boos en ze haat iedereen op school. Ik zit tussen school en thuis en dat lijkt bij Roos een vorm van neutraliteit op te roepen. “Mijn moeder is ook bij het gesprek” gaat ze verder. Na overleg met school stem ik in.  

In de wachtruimte zie ik moeder zitten. We zeggen elkaar gedag. Het valt mij op dat ze een sjaaltje om heeft. Ze ziet er heel verdrietig uit. Ik kijk haar aan, haar ogen zeggen zoveel. Ik zie machteloosheid, wanhoop. Er is iets mis. Zonder geluid vragen mijn lippen of ze oké is. Ze knikt, maar ik zie een traan in haar ooghoek. Ze houdt haar adem in, ze zit kaarsrecht en lijkt groter dan ze is. Ze houdt zich letterlijk groot gaat het in mijn hoofd. Na het gesprek zal ik haar bellen, het is nu niet de tijd of het moment.  

Het gezin staat op scherp
We ronden het gesprek af. Moeder staat op en ik zie een glimp van wat er achter haar sjaaltje verstopt zit. Diepe blauw paarse plekken. Oh nee, oh nee, oh nee…Ik heb haar eerder wel eens voorzichtig gevraagd of alle boosheid en dreigingen in het huis wel eens leiden tot fysiek geweld bij Roos of bij de ouders. Het gezin staat zo op scherp. Ik bel haar na afloop van het gesprek. “Ik zag het… je keel, kan je mij vertellen wat er is gebeurd?” vraag ik haar. Moeder snikt en zegt het niet te willen uitspreken. Ze schaamt zich. Wanneer je aan zoveel narigheid woorden geeft, dan kan je er niet meer omheen, dan is ‘het’ echt. Maar wanneer je het wel uitspreekt, ben je ook dichter bij de oplossing.

Ze is niet de enige
“Vertel… alsjeblieft…” probeer ik haar te stimuleren “…ik weet dat het moeilijk is en ik denk dat ik weet wat er gebeurd is. Wanneer je het vertelt, kunnen we samen kijken hoe we dit kunnen veranderen en misschien wel stoppen…” Moeder vertelt dat Roos haar geprobeerd heeft te wurgen. Ze vliegt haar wel vaker aan, maar nog nooit zo ernstig als deze keer. Ze is radeloos en bang. “Bang voor mijn eigen kind, welke moeder is dat?!” Helaas kan ik haar vertellen dat er vele ouders, zowel moeders als vaders, momenten kennen of voor een lange tijd doodsbang zijn voor hun kind. Ze is niet de enige. 

We pakken het stap voor stap aan
Roos heeft duidelijke grenzen en structuur nodig. Vriendelijk vragen wat Roos zou willen, maakt haar juist onrustig. Vriendelijk maar duidelijk vertellen hoe het is, geeft Roos rust. Roos zal misschien pas stoppen met bepaald gedrag wanneer grenzen heel duidelijk worden aangegeven. 
“Maar hoe dan? Kijk naar mij!” zegt moeder machteloos wijzend naar zichzelf. “Ik weet niet wat jij denkt dat ik zie” reageer ik “…maar ik zie geen zwakke moeder. Ik zie geen vrouw die hulpeloos of machteloos is. Ik zie een vrouw die sterk is, die het al 16 jaar weet te managen, maar het nu even niet weet…” Moeder lacht. We pakken het stap voor stap aan, maar de mishandelingen moeten gelijk stoppen. 

“Dat kan ik niet… mijn eigen kind”
“Wanneer je je bedreigd voelt, en ik weet dat het echt heel erg klinkt, maar dan bel je 112.” Moeder kijkt mij geschokt aan. “Dat kan ik niet…. mijn eigen kind. En wat moeten de buren dan denken?” Moeder beseft dat het wellicht de enige manier is om nog erger te voorkomen. We spreken af dat Roos door vader en moeder op de hoogte wordt gebracht, zodat vader en moeder samen één duidelijke lijn vormen en elkaar steunen. 

You did it, so far so good!
“Ik voel mij zo stom…” zegt moeder enkele weken later aan de telefoon. “Hoezo?” vraag ik haar verbaasd. “Als ik het eerder had gedaan, had gedurfd, had het zo gescheeld voor ons allemaal. Er is rust in huis, ik ben niet meer bang.” “Het verleden kan je niet veranderen, maar wees trots dat het jullie nu gelukt is. Trots dat je de durf had om het uit te spreken, de durf om hulp te vragen en te accepteren. Vier het moment waar je nu staat. You did it, so far so good!”
 
Herkenning of heb je een vermoeden? Kijk wat jij kan doen:
https://www.ikvermoedhuiselijkgeweld.nl/

2 thoughts on “Welke moeder is bang voor haar eigen kind?”
  1. Katrin wederom een zo ingrijpend levensverhaal prachtig beschreven. Wat ben je goed in je werk en het vertellen daarover. Waardevol!

  2. Ongelofelijk, je trekt ons in je verhalen en laat zien dat er altijd ergens licht te vinden is. Zo waardevol dat je dit deelt en voorbeelden geeft om te gaan staan voor je grenzen, terwijl je vol respect en liefde naar de ander toe blijft. Elke blog is een pareltje op zich. ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: