Wanneer het thuis niet goed zit, zijn kinderen doodsbang

“Hé juf” zegt een vrolijke stem. Denzel staat in de deuropening. Ik typ nog snel de laatste woorden van het vorige gesprek in het registratiesysteem. “Kom maar binnen Denzel…” en ik wijs op de lege stoel tegenover mij. “Je bent er bijna! Weekend!” knipoog ik en klap mijn laptop dicht. Denzel is nieuw op school, op het oog en uit de verhalen gaat het goed. Hij moet nog even wennen. Het is belangrijk om met elkaar te achterhalen waarom het niet gelukt is op de vorige school, zodat niet hetzelfde gaat gebeuren. Alleen een niveautje lager is bijna nooit voldoende.

“Zie je ergens tegenop?”
“Ga je iets leuks doen van het weekend?” Een fractie van een seconde zie ik een schaduw over zijn gezicht trekken. Hij herstelt zich snel en vertelt over vage plannen en leuke dingen. Maar zijn blik… in zijn ogen is het donker, de spiegel van zijn ziel. “Sorry Denzel. Ik zag iets gebeuren op je gezicht. Ik moet het aan je vragen, als ik dat niet doe, dan zit ik het hele weekend mijzelf af te vragen of het wel goed met je gaat. Zag ik het goed? Een donderwolk?” Denzel is stil. “Zie je ergens tegenop?” Het blijft stil. 

Ik voel dat het echt mis is
Vrijdagmiddag. Ik voel dat het echt mis is. Vele hulpverleners en mensen die werken binnen scholen herkennen de vrijdagmiddagcrisis vast. De kans dat een jongere zo dapper is om aan de bel te trekken is zo veel groter; en hoe dichter bij een vakantie, hoe vaker een vrijdagmiddagcrisis op de loer ligt. Met december een extra piek. Waarom? Wanneer het thuis niet goed zit, zijn kinderen bang, doodsbang zo vlak voor een weekend of vakantie. Niet wetend wat er thuis komen gaat, of ze het zullen doorstaan al die uren en of ze er wel weer zullen zijn op die ene maandag dat de school weer start. 

Misschien moet ik eerst beginnen
“Kan je mij vertellen wat ik nu op je gezicht zie gebeuren, wat gaat er door je hoofd?” Hij zwijgt en is duidelijk in vertwijfeling. “Oké” zeg ik “…misschien moet ik eerst beginnen. Wanneer er iets is waardoor het niet veilig voor jou is om nu naar huis te gaan, kan het goed zijn om dat te vertellen. Misschien kan ik iets voor je doen. Ik kan je niet beloven dat we het kunnen oplossen, maar ik zal naar je luisteren en alles proberen wat ik kan. Wanneer je in de problemen zit, omdat je misschien ergens bij betrokken bent of iets stoms hebt gedaan, geldt eigenlijk precies hetzelfde. Samen kijken we wat we kunnen doen om de donder te verjagen. Er kunnen stappen zijn, afhankelijk van wat jij mij gaat vertellen, die ik echt moet zetten. Zoals ik je in ons eerste gesprek heb verteld, wanneer het gaat om levensbedreigende en strafbare zaken. Ik zal het wel altijd eerst met jou bespreken. Ik zeg wat ik doe en ik zal doen wat ik zeg.”

Rondjes, zoveel rondjes… korstjes, littekens
Denzel, de ietwat stoere maar vrolijke babbeltjesmaker, stroopt langzaam zijn mouwen van zijn keurige overhemd op. Mijn hart begint hevig te bonzen, ik voel mijn ribbenkast van binnenuit, een beknellend gevoel. Zijn blik is gericht naar de grond. Langzaam dwing ik mijzelf om beter te kijken naar zijn armen. Mijn GOD! Waarom waarom?!?! Rondjes, zoveel rondjes…korstjes, littekens. Ik slik en probeer iets te zeggen, maar er komt nauwelijks geluid uit. Ik schraap mijn keel en herhaal mijn woorden: “Denzel?!?! Wat … hoe…” verder kom ik niet. 

Denzel pulkt met zijn rechterhand aan wat korstjes op zijn linkerarm. Ik onderdruk mijn moederlijke neiging om hem te vragen daarmee op te houden. Hij heeft het nu kennelijk nodig. “Sigaretten…” zegt hij emotieloos, alsof al zijn gevoel in één klap is uitgeschakeld. “Maar…wie?!?” 

Zijn moeder straft hem elke dag
“Ik heb nog meer. Dit is van de sigaretten, maar mijn oom komt wel eens met een riem. Maar nooit in mijn gezicht of op mijn handen” zegt hij terwijl hij zijn gave handen bekijkt. Ik weet dat zijn vader buiten beeld is en dat hij alleen woont met zijn moeder. Mijn onuitgesproken angst, mijn vrees bevestigt hij. Zijn moeder straft hem elke dag en als hij niet naar haar believen respectvol is, dan komt haar broer om hem wat ‘harder’ aan te pakken. Hij heeft een strak regime voor zijn eigen bestwil. Van school naar huis en van huis naar school. 

We hebben alles doorgenomen
Het is vrijdagmiddag en het is druk aan de telefoon bij de crisisdienst van Jeugdzorg. Denzel is zenuwachtig en terwijl ik telefoontjes pleeg, loopt hij ijsberend door mijn kleine kantoortje van de ene naar de andere kant. We hebben alles doorgenomen. Denzel begint wild te gebaren, terwijl ik aan de telefoon zit. “Wat is er?” vraag ik tussendoor. “Wat moet ik nou met mijn moeder? Ik zou nu thuis komen en als ik te laat kom, krijg ik straf. Wat nou als het allemaal niet lukt wat u gaat doen? Wat als ik toch naar huis moet? Ze komt mij zoeken!” Zijn angst neemt toe, zijn paniek rolt als een sneeuwbal van een berg en wordt steeds groter en groter. Ik zet de luidspreker aan, we staan nog steeds in de wacht. “Weet je wat, ik ga je moeder bellen en vertel haar dat we nog in gesprek zijn.” Denzel stemt in. Hij lijkt zich iets te kunnen ontspannen. 

‘Er zijn nog 3 wachtenden voor u’ komt er uit de luidspreker. Terwijl wij in de wacht staan, bel ik zijn moeder met de andere telefoon en leg haar uit dat ons gesprek uitloopt. 

Een lastige boodschap
Zodra de afspraak met de crisisdienst duidelijk is, bel ik zijn moeder nog een keer. “Ik moet u iets vertellen wat een moeilijke en lastige boodschap is voor u, maar ook voor Denzel.  Er zijn vermoedens dat hij wordt mishandeld en op dit moment is het niet duidelijk of het veilig is voor hem om naar huis te gaan. In overleg met de crisisdienst en met de Raad van de Kinderbescherming wordt er gekeken welke vervolgstappen nodig zijn. Ik begrijp volkomen dat dit van alles bij u oproept. Ik kan u op dit moment niet veel meer informatie geven, behalve dat Denzel straks een gesprek heeft en dat ik u daarna op de hoogte zal brengen van de eventuele vervolgstappen.” 

Natuurlijk is moeder boos, furieus. Geen moeder wil dit en ik geloof ook niet dat een moeder ervoor kiest om haar kind te mishandelen. Ik blijf de laatste zin in mijn hoofd herhalen, zodat ik met compassie in plaats van boosheid naar deze moeder kan luisteren.
 
De mevrouw van de crisisdienst checkt zijn verhaal
Inmiddels zitten wij op een andere locatie, aangezien er sterke vermoedens zijn dat het op dit moment voor niemand helemaal veilig is gezien de reactie van moeder. De mevrouw van de crisisdienst checkt zijn verhaal. Vraagt naar wat achtergrond en wat feitelijke gegevens. Na veel wikken en wegen wordt er besloten dat Denzel voorlopig bij een familielid wordt ondergebracht, er zijn helaas te weinig crisisplekken of crisispleeggezinnen waar hij direct terecht kan. 

Respect voor de mevrouw van de crisisdienst
De school belt dat zijn moeder, samen met haar broer en nog wat ‘vrienden’, op zoek is naar ons. Mijn hart bonkt, adrenaline dendert door mijn aderen. Ik doe het met alle liefde en natuurlijk ga ik mee naar het voorlopig onderduikadres van Denzel. Ik spreek mijn respect uit naar de mevrouw van de crisisdienst, zo kalm, zo stap-voor-stap geordend. Niets voor mij, haar vak. “Ah joh” zegt ze “jij ziet er ook uit als een ‘alles op een rijtje’ mevrouw, het gaat helemaal goed komen.” Nou ja, ze zag mij voor het eerst, dus wist zij veel. Kalm van buiten, maar van binnen gierde er heel wat anders door mijn lijf. 

Het familielid is zichtbaar bang
Met z’n drieën fietsen wij richting het huis van het onderduikadres. Denzel beeft en is ondanks zijn bruine gelaat asgrauw. Waarschijnlijk zie ik er niet veel beter uit. Eindelijk zijn wij binnen, tot mijn opluchting is het een bovenverdieping. De gordijnen worden gesloten. Het familielid is zichtbaar bang, maar sluit Denzel snikkend in haar armen. Ze jammert dat ze eerder had moeten ingrijpen, dat ze het wist, maar zijn moeder wilde nooit luisteren, dat ze bang was. Dus heeft zij afstand genomen van de hele familie. 

Een kat in het nauw
Denzel is onrustig en vraagt waar er nog meer een uitgang is. Hij loopt door het huis als een kat in het nauw. Ik probeer met hem te praten, mijn handen pakken zijn handen. Ik kijk hem aan: “Het is spannend, heel spannend… dat vind ik ook. Maar laten wij gaan zitten en even luisteren naar de dame van het crisisteam. Kom naast mij zitten.” Ik probeer als een bliksemafleider te zijn, zijn spanning weg te laten vloeien via mijn handen. 

Ik adem in en uit en herhaal dit een paar keer
Het is tijd dat ik moeder bel. Ze mag geen omgevingsgeluiden horen, dus ik bel vanuit een afgesloten ruimte, de telefoon zoveel mogelijk afschermend en vertel haar dat haar zoon veilig is en niet thuis zal komen. Er komt een onderzoek, waar ook ruimte is voor haar verhaal. Wanneer het klopt wat ze zegt, namelijk dat het allemaal verzonnen en onzin is, dan zal het onderzoek dat uitwijzen. Ik probeer zo rustig mogelijk te zijn, ik herhaal meerdere keren mijn woorden. Ik probeer haar te kalmeren, te de-escaleren zoverre dat kan in deze situatie.

Het lijkt te lukken, na een half uur is zij rustig en bedaard. We maken een afspraak om de volgende dag te bellen, ik zeg haar dat zij mij later op de avond mag bellen op mijn mobiel als ze daar behoefte aan heeft. We hangen op. Ik adem in en uit en herhaal dit een paar keer voordat ik de woonkamer weer in loop.

“We bellen gewoon 112”
In de woonkamer nemen we nog de laatste punten door voor de komende dagen. Het familielid krijgt informatie wat te doen en… Een hard gebonk verstoort de stem van de mevrouw van het crisisteam. Binnen een honderdste van een seconde vliegt Denzel over de bank richting een trap naar zolder. Het familielid verdwijnt achter één van de gordijnen. Op een andere bank zit de mevrouw van de crisisdienst onverstoord en schrijft nog wat op in haar notitieblokje. “Wat nu?!?!” vraag ik haar op mijn laatste restje professionaliteit. Mijn lijf en hoofd leiden een eigen leven (of lijden in dit geval). Vluchten? Vechten? Bevriezen? Kortsluiting in mijn hersens. 
“We bellen gewoon 112, niets aan de hand” zegt de mevrouw van de crisisdienst.

“Wat doet Denzel, waar is hij?” roep ik . Het familielid kijkt verschrikt op vanachter een gordijn en kijkt mij angstig aan. “Hij ging die trap op, is er daar een uitweg?” vraag ik. Ondertussen loop ik in kringetjes 1000 dingen tegelijk te bedenken. ‘Hoelang houdt die benedendeur dat geweld? Wat als ze boven komen? Wat schreeuwen ze? Nee ik wil het niet horen…Waar is Denzel? Wat doe ik hier? Ik ben niet geschikt voor de crisisdienst…’ Dat laatste is duidelijk een understatement.

“We bellen gewoon 112, niets aan de hand. De politie zal ze weghalen en ons zo nodig naar huis begeleiden, daar zijn afspraken over. Ze zijn op de hoogte dat we hier zijn.” Ik ben nog niet gerustgesteld.
 
“Ik spring liever, dan dat ik terug moet…”
Samen met het familielid loop ik de trap op, op zoek naar Denzel. “Ik spring liever, dan dat ik terug moet… ze vermoorden mij nu ze weten dat ik iets gezegd heb. Waarom heb ik iets gezegd?!” ratelt hij. Wij halen Denzel weg bij het zolderraam. Het familielid ontfermt zich over hem. De mevrouw van de crisisdienst roept, de politie is gebeld. Er klinkt een enorm kabaal onderaan de trap, alsof er een deur breekt en de trap met vele treden tegelijk wordt bevlogen. Er is nog een tussendeur. De stemmen lijken dichterbij te komen. In één sprong beland ik achter de bank. Ik lig. Ik haal adem. Ik kijk naar de deur van de zoldertrap. Zij zijn daar, zij hebben nog even. Ik kijk naar de mevrouw van de crisisdienst, zij zit nog steeds heel rustig op de andere bank met de telefoon in haar hand. “Ze komen eraan, echt” zegt ze nogmaals. Rotsvast vertrouwen, geroutineerd… Het is haar vak. Wat vreselijk dat je hier aan kan wennen, wat geweldig dat er mensen zijn die dit kunnen…

Ik sta weer op mijn benen
De sirenes komen dichterbij. Het gestommel op de trap neemt af. Banden piepen, autodeuren slaan dicht. Donkerblauwe stemmen met gezag vullen de straat. Ik sta weer op mijn benen. In mijn hoofd is er een gesprek gaande tussen mijn gevoel van schaamte en mijn ratio die dat onzin vindt. Zo niet relevant: schaamte. Denzel en zijn familielid komen de trap af. We zijn duidelijk verbonden in onze hartkloppingen. 

Lieve Denzel, 
Had het anders kunnen lopen? Je werd uit huis geplaatst daar waar er een plek was: een tehuis voor tieners. En weer een andere school. Een grote overstap: van geweld en opsluiting, naar vrijheid en ruime grenzen. Het was zoeken naar jouw balans. Jij koos, zonder te kiezen. Slachtoffers kunnen zich ontwikkelen tot daders, vaak komt dit voort uit een wens om nooit meer slachtoffer te zijn. Voor jou vermoed ik, was het het bekende. De vertrouwde onveiligheid. De ‘Gang’ gaf jou een nieuwe grip op het leven, een nieuwe familie, jouw geborgenheid. De pijn, waarvan je de littekens nog zal dragen, bepaalde jouw weg. Ik hoop met heel mijn hart dat je bent gaan leven in plaats van overleven, dat de wonden op je ziel zijn geheeld. Dat je een andere weg hebt gevonden waar je je geborgen en veilig voelt. Dat je vrolijke lach voluit kan schateren, zonder pijn te doen. 
 
Heb je een vermoeden? Kijk wat jij kan doen:
https://www.ikvermoedhuiselijkgeweld.nl/ 

4 thoughts on “Wanneer het thuis niet goed zit, zijn kinderen doodsbang”
  1. Pff, Katrin, toch.
    Een ex-vrrendinnetje werkte bjj de kinderbescherming. Ze sprak er weinig over, maar soms kwam ze na haar werk direct naar mijn thuis. Je zag aan haar gezicht en stemming wat er af heeft gespeeld die dag. Ze is een kei en soms dacht ik: ach, lieverd, laat je zachtheid toe. Maar ja, uit je verhaal begrijp ik dat ze dan het goede werk nooit had kunnen doen.
    Zo goed.dat je deze verhalen zo prachtig verwoord.🙏

    1. Jeetje wat mooi om te lezen dat je nu kan plaatsen waarom ze haar zachte kant niet altijd kon toelaten. Dank je wel voor je mooie reactie! 🙏🌸😘

  2. Wat een mooi beschreven vreselijke ervaring. Het bestaat echt. Wat betekende je toch veel voor al deze kinderen, een rol op je lijf geschreven ! ❤️ Wat kan je door wie je bent, je ervaring en kennis meedenken als niemand anders om de beste oplossingen te bedenken. #Mooi mens!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: