Uit te groef

Afhankelijk van je leeftijd, ken je ze misschien/waarschijnlijk nog wel, die gitzwarte langspeelplaten. LP’s of elpees van 30 cm diameter met aan elke kant ruimte voor maximaal 30 minuten muziek. Tegenwoordig weer helemaal hip om thuis vinyl te draaien. Mooi spul, wel kwetsbaar. Voor je het weer graaft de naald zich ín de plaat. In eerste instantie is een klein tikje tegen platenspeler vaak voldoende om ‘m uit de groef te krijgen, maar op een geven moment wordt de groef zo diep dat er geen redden meer aan is.

Gelukkig kun je als mens te allen tijde uit de groef komen. Ik bedoel zo’n ellendig, repeterend en ingesleten patroon. Je wéét dat je er niks (meer) aan hebt en toch is het zo ongelofelijk lastig om ‘m te doorbreken. Klinkt het bekend?

Emoties waren not done
Ik ben in ieder geval nog niet uit mijn groef [diepe zucht…], bleek onlangs maar weer. Hardnekkig ding. Resultaat van een jeugd waarin emoties uiten not done was. Of het nu blijdschap, verdriet of boosheid was. Het wonderlijke is dat er alleen op tranen een zware putdeksel is blijven liggen. Af en toe mag er wat lucht uit, maar vooral niet te vaak en zeker niet te lang. Mondjesmaat. Want huilen is een zwaktebod, riekt naar slachtofferrol en we zijn er helemaal klaar mee. ‘We’ als in het opgestoken, kritische vingertje in mijn hoofd. Ben je bijna 46 jaar en dan laat je die nog steeds de lakens uitdelen als het gaat om het uiten van verdriet.

In het kader van zelfzorg
En dat terwijl je wéét dat je emoties juist moet uiten in plaats van opkroppen. Blijft allemaal in je lijf hangen en dat gaat op den duur echt etteren. Dus daar zit ik tegenover mijn coach in het kader van zelfzorg – neen, wij coaches zijn geen supermannen en -vrouwen, maar echte mensen van vleesch en bloed – met lange uithalen te snikken en te snotteren. Uit mijn tenen komt het. Heel even was ik uit mijn groef. Hoe kort het ook was, het luchtte verschrikkelijk op en gaf ruimte. “Het moet er toch echt allemaal uit” zei ze, “niks om voor te schamen.” Tja [diepe zucht…]. 

Voor de ander heb ik wel overvloed aan compassie
Voor je het weet ben je een dubbele strijd aan het voeren; om uit die verdraaide groef te komen en tegen het patroon in kwestie. Terwijl er altijd twee zijden aan een medaille zijn. Wat mij nu belemmert, heeft mij vroeger juist geholpen om onder de radar te blijven. Er is dus altijd sprake van een kwaliteit en schaduwzijde. In mijn geval is het gevaar allang verdwenen, alleen het impuls is er nog. Gevoel (verdriet) – gedachte (tegenhouden!) – gedrag (opkroppen) volgen elkaar volautomatisch op. Zo raar eigenlijk, want je snoert je beste maatje toch ook de mond niet wanneer hij/zij moet huilen? Sterker nog, voor de ander heb ik eindeloos geduld, bakken aan begrip en overvloed aan compassie. 

Bijzondere bijval
Genadeloos val ik door de mand (zaak dus om keihard te blijven oefenen met zelfcompassie). En wat die innerlijke criticus betreft, die mag een flink eind naar de achtergrond verdwijnen (Ik hou ‘m wel bij me, want zo nu en heeft hij zijn kwaliteiten natuurlijk). En wat blijkt, ik lijk uit onverwachte hoek liefdevolle steun te ontvangen: de moeder van mijn mama has got my back. “Ze stond al achter je toen ik de voordeur voor je opendeed” vertelde mijn coach. Oma Miep (overleden in 1996) die als jonge weduwe met drie kinderen het nodige voor haar kiezen kreeg en geen makkelijk mens was. Zou ze nu misschien vol in haar licht haar kleinkind komen bijstaan? Ik vind het een mooie gedachte.

Welke groef wil jij nu eindelijk wel eens uit?

4 thoughts on “Uit te groef”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *