Twee is gemakkelijker dan één

Woorden van twee lettergrepen zijn het gemakkelijkst te leren. Vooral als de tweede lettergreep steeds dezelfde is. Dat ontdek ik tijdens het leren van mijn Chinese woordjes. In deze fase ligt het accent op de uitspraak. De uitspraak van het Mandarijn-Chinees is lastig voor mij. Veel klanken ken ik misschien wel, maar het Pinyin – de Westerse vertaling van de Chinese karakters – gebruikt er andere letters voor. De klank-tekenkoppeling is dus anders. 

Letters klinken anders
Zo spreek je de ‘x’ vaak uit als ‘sj’: het woord ‘taxi’ zou dan ‘tasji’ zijn. De ‘j’ van Jet spreek je ongeveer uit als tzj: Tzjet. De ‘u’ van bus is ’boes’, de ‘h’ van hotel wordt ‘chotel’, enzovoort. Bij deze letters moet ik dus in mijn hoofd een vertaling maken van het Nederlandse alfabet naar het Pinyin en omgekeerd. 

Tonen in tweelettergrepige woorden
In een vorig artikel had ik het over het Mandarijn-Chinees als toontaal. Ik vind het na drie weken nog steeds hondsmoeilijk om te horen of een toon hoog of juist laag is, en of hij stijgt of juist daalt. Die verschillen kan ik gemakkelijker onderscheiden bij tweelettergrepige woorden dan bij woorden van één lettergreep. Vooral als die laatste lettergreep onbeklemtoond en steeds dezelfde is. 

Een paar voorbeelden: 

Toonpatroon 1,5 jīnzi
Toonpatroon 2,5juézi
Toonpatroon 3,5jǐaozi 
Toonpatroon 4,5jùnzi

More is less
Hoe komt dat? Ik denk dat het met drie dingen te maken heeft. In de eerste plaats hoef ik eigenlijk maar één nieuwe lettergreep en klankcombinatie te leren in plaats van twee. De tweede lettergreep ‘ken’ ik immers al, zowel de klank als de toon. Dat geeft een voldaan gevoel. In de tweede plaats weet ik ‘waar ik naartoe moet’ met mijn stem. Namelijk naar die laatste, onbeklemtoonde lettergreep. Dat geeft houvast bij het verstaan en uitspreken van de eerste lettergreep: is de toon hoger of lager dan die van de laatste lettergreep? En in de derde plaats herken ik een patroon: steeds dezelfde lettergreep aan het eind. En mijn hersens zijn dol op patronen; het geeft ze houvast. 

Chinees en NT2?
Het zet me aan het denken. Tijdens mijn stage als NT2-docent lieten we cursisten oefenen met éénlettergrepige woordparen die maar één klank van elkaar verschillen: pot-poot, bot-boot, bak-pak etc. De bedoeling is dat de cursisten daardoor de verschillende klanken leren onderscheiden. Ze vergelijken steeds twee klanken met elkaar. 

Eén lettergreep voor het onderscheiden van klanken
Dat is ongelofelijk belangrijk, want als je het verschil tussen de ‘o’ en de ‘oo’ niet kunt horen, dan kun je die klanken ook niet goed spreken of schrijven. Eerlijk is eerlijk, voor het onderscheiden van klanken zijn zulke eenlettergrepige woordparen ronduit prettig. Dat ervaar ik ook in mijn app met Mandarijn-Chinees. 

Twee lettergrepen voor het oefenen met de uitspraak
Maar voor het uitspreken van klanken vind ik tweelettergrepige woorden prettiger. Dan kan ik de eerste lettergreep namelijk vergelijken met de tweede. Niet alleen qua uitspraak, maar ook wat betreft de ‘toon’. In het Chinees is dat extra belangrijk, omdat toonverschillen tot betekenisverschillen leiden. 

Toch zijn toon, intonatie en klemtoon ook belangrijk in het Nederlands. Tijdens mijn opleiding tot NT2-docent constateerden we keer op keer, dat een slechte verstaanbaarheid meer wordt veroorzaakt door een onjuiste intonatie en klemtoon dan door het incorrect uitspreken van klinkers en medeklinkers. Intonatie en klemtoon zijn voor veel NT2-cursisten helaas een struikelblok.

Twee lettergrepen en één schwa?
We zijn in het Nederlands gezegend met talloze achtervoegsels met een onbeklemtoonde ‘schwa’ (stomme e): gro-ter, wo-nen, bes-te, heng-sel. Het Nederlands heeft zelfs veel woorden met een onbeklemtoonde ‘schwa’ in het voorvoegsel: ver-staan, ge-daan, be-staan. En laat juist die ‘schwa’ nu voor veel cursisten lastig zijn…

Dus ja, ik zou wel eens willen weten of cursisten hun uitspraak en intonatie verbeteren als ze consequent oefenen met tweelettergrepige woorden met één onbeklemtoonde schwa. En of ze daardoor sneller klankpatronen en woordvormen gaan herkennen, net zoals ik die nu in het Chinees ontdek. Ik ben be-nieuwd: hàoqi.

Waarom leer ik Chinees?
In 2020 gaf ik lessen Nederlands aan inburgeraars, als NT2-docent in opleiding. NT2 staat voor Nederlands als tweede taal. Deze nieuwkomers in Nederland moeten binnen drie jaar hun inburgerings­examen doen. Ik heb mijn cursisten zien worstelen met onze taal. Vaak voelde ik me als docent met lege handen staan; ik wilde ze zo graag helpen – maar hoe? Daarom leer ik nu Mandarijn-Chinees. Ik wil ervaren wat mijn NT2-cursisten meemaken als ze een wildvreemde taal moeten leren. En ik hoop dat NT2-docenten en -cursisten iets hebben aan mijn ervaringen en tips. 

2 thoughts on “Twee is gemakkelijker dan één”
  1. Geweldig. Iets nieuws leren geeft altijd zo’n andere kijk op de wereld die je al kent. Een totaal andersoortige taal is des te boeiender en interessanter. Vooral het proces van hoe je het leert vindt ik erg boeiend om te volgen

    1. Dank je wel, Natasia!

      Ik vind het zelf ook interessant omdat ik nu, dankzij mijn ervaring als NT2-docent, zo anders naar mijn eigen leerproces kijk. Ik vind het heel leerzaam: het aan elkaar knopen van die verschillende ervaringen en rollen, als cursist en als docent.

      Leuk dat je met me ‘meereist’ ?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: