Straks ben ik stoned voordat ik boven ben

Ze is 13 en ze krabt en klauwt en snauwt. Ze zet een hoge rug op en wanneer je te dichtbij komt, dan blaast ze. Als ze een staart had, zou deze heftig zwiepen en drie keer zo dik zijn. Ze is een prachtig meisje. Een straatkat wordt ze genoemd en ik snap wel waarom. 

Haar resultaten zijn slecht, ze zit in de eerste en haar ouders geven geen gehoor. Ze krijgt wel af en toe een briefje mee, maar er wordt getwijfeld. Of de ‘juf die geen juf is’ even een gesprek aan wil gaan, want als het zo doorgaat, moet ze van school. Ah, of ik even kan toveren, ik wil het graag proberen.  

Angstige katjes moet je niet in een hoekje drijven
In cirkelbewegingen draai ik om haar heen. In haar tempo, steeds een stapje dichterbij, de grens voorzichtig oprekken. Een beetje aftasten, zodat ze kan wennen aan mijn ‘ik’ die dichterbij haar ‘ikje’ komt. Angstige katjes moet je niet in een hoekje drijven. Die hebben de ruimte nodig. Haar ouders zijn nog nooit op school gekomen. ‘Hoe heeft ze dat met de inschrijving dan gefikst?’ gaat het in mijn hoofd. Ze is slim en een overlever, maar wel een meisje in het nauw. Dat zie en voel je op grote afstand. 

De tijd is daar en het is noodzakelijk
“Ik wil een afspraak met je maken” zeg ik resoluut. “Deze week kom ik thee bij jullie drinken.” De tijd is daar en het is noodzakelijk. Ze schrikt, maar ze wordt niet boos, eerder een beetje verdrietig. Ze begint zich te verontschuldigen dat haar huis een beetje anders is, of eigenlijk dat het bij haar thuis een beetje anders is. Ik stel haar gerust en vertel haar dat ik veel heb gezien en zelf meegemaakt. Ik kom voor haar en haar ouders. Als de berg niet naar Mohammed komt, dan…

De geur van jointjes is zwaar en dik
Wanneer ik de straat inloop, zie ik dat er een kleed wordt uitgeklopt, er dwarrelen en vallen heel veel troepjes op de straat. Ik zie nog net haar schim bij het raam wegschieten, terwijl ze het kleed naar binnen trekt. 
De deur gaat open. Ik zie een donkere trap. Ik neem een diepe teug adem.
‘O migado’ gaat het door mijn hoofd ‘dat had ik beter niet kunnen doen, straks ben ik stoned voordat ik boven ben’. De geur van jointjes is zwaar en dik, er lijkt nauwelijks ruimte voor zuurstof. 

Thee?
Ik hoor haar moeder, gok ik, boven aan de trap. Ze is aan de telefoon, maar ik zie haar niet. Wel staat er een onzeker meisje van 13 boven aan de trap. “Mijn moeder is nog even op de wc, juf. Thee?” vraagt ze opgelaten. “Helemaal oké” probeer ik haar gerust te stellen. Ik kijk om mij heen. 
Het is donker. In het tapijt liggen resten van peuken en brandplekken. 

Hoe kan een kind hier nou in leven?
Ouders grrrrr soms zou je ze toch! Ik probeer niet te oordelen, maar in mijn hoofd ploept de één na de andere op. Deze ‘erg’, heb ik nog niet eerder gezien. Gedachtes gaan er door mijn hoofd: ‘Ze is vast verslaafd. Hoe kan een kind hier nou in leven? Geen wonder haar gedrag, haar angst, haar boosheid’ en ga zo maar door.

“Ga maar zitten juf”
Normaal ben ik niet zo oordelend, ik schrik van mijzelf en toch heb ik het plaatje al ingevuld. Ondertussen adem ik in en uit, zware dampen van jointjes vullen mijn longen. “Ga maar zitten juf.” Ze wijst naar een bank, die ze terplekke nog even afveegt zodat mijn jurk niet vies wordt. “Ik ga nu weg, ik heb opgeruimd, dat vroeg mijn moeder, daarna mocht ik weg.” Een kat in het nauw. “Ga maar, ik spreek je later” knik ik, ze is duidelijk niet te houden. Ze rent de trap af en ik wacht af. 

Haar moeder
De wc-deur gaat open. ‘Zo’ denk ik, klaar zittend met al mijn schaamtevolle oordelen. Vanuit het donker komt een vrouw aangeschuifeld, heel langzaam. Ze mompelt iets. Het klinkt een beetje alsof ze mij op een vriendelijke wijze welkom heet. ‘Mmm’ denk ik ‘toch een ander begin dan dat ik dacht’. In haar vuist klemt ze een jointje, terwijl ze dichterbij schuifelt. Het kost mij even moeite om haar goed te kunnen verstaan. Ze maakt excuses. Terwijl ze dichterbij komt, kan ik haar beter zien. ‘Ohwwwwwwww ohwwww’ gaat het door mijn hoofd, hart en ziel. Mijn vooringenomen veroordelend plaatje valt in miljoenen stukjes uiteen. 

Niets is wat het lijkt
Ik schaam mij diep. Niets is wat het lijkt, dat weet ik toch! En toch… 
Er is weinig heel aan deze vrouw. Het moeilijke praten en bewegen wordt veroorzaakt door vele trekkende littekens, er is veel weg van haar lijf. Ze vertelt haar verhaal. Ik huil stille tranen bij het horen van zoveel leed, pijn en verdriet. 

“U bent de eerste die mijn dochter thuis toelaat”
“Sorry voor de lucht” zegt ze, terwijl ze kijkt naar de joint in haar vuist. “Ik rook om de pijn te verlichten, de andere pijnstillers maken mij suf.” Ze kan niet zoveel meer en bedankt mij dat ik bij haar en haar dochter op bezoek ben. “U bent de eerste die mijn dochter thuis toelaat” mompelt ze. “Ze heeft het al een hele tijd moeilijk” vertelt haar moeder “niet alleen om mij, maar om wat haar vader heeft gedaan. Mijn leven was in één klap anders op zoveel vlakken.” 

Wat is nodig voor thuis en voor haar dochter?
We praten ook over van alles: rouw, loyaliteit en de puberteit. Er ligt te veel op de 13-jarige schouders: het huishouden, het schoolwerk, de zorg. Ik krijg toestemming om met haar dochter alles te bespreken, het open te gooien. Op school mag ik dat wat noodzakelijk is bespreken. Samen gaan we Thuiszorg aanvragen en kijken we wat er nog meer nodig is voor thuis en voor haar dochter. 

Haar vader
Voorzichtig wordt het onbespreekbare bespreekbaar. Ze heeft haar vader niet meer gezien sinds het gebeuren. Ze zou hem wel willen opzoeken daar waar hij nu zit en willen weten waarom. “Dat kan ik toch niet tegen mijn moeder zeggen!” Ik vertel haar dat haar moeder juist denkt dat het goed zou zijn, maar alleen wanneer ze eraan toe is. Ik zie haar ontspannen.
De school maakt een commitment en wil alles op alles zetten om haar te ondersteunen en op school te houden. Langzaam zie ik haar ontspannen en heel soms een speelse glimlach. 

Lief dapper katje,
Een jaar later ging je een niveau omhoog. Wat waren we trots met elkaar. Voor nu hoop ik dat je eindelijk ergens mag spinnen, spelen, genieten en kopjes mag ontvangen en geven. Je heerlijk mag uitrekken in een zonnetje en sloom en loom kan ontspannen. Dat het leven je de mooie kanten laat zien. Dat je wonden zijn schoongelikt en dat je je weg hebt gevonden.  

4 thoughts on “Straks ben ik stoned voordat ik boven ben”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: