Mijn oma en ik konden praten zonder woorden

Ze is al lang dood, mijn oma, Philomena Passage. Sinds het overlijden van mijn opa, die voor haar zorgde, zat ze in een bejaardenhuis. De Parkinson had haar verbannen tot de rolstoel, haar beroofd van het vermogen om te kunnen praten en haar vingers waren zo verkrampt dat ze niet meer kon creëren. Haar passies naaien, tekenen en schilderen waren niet meer mogelijk. Haar lichaam was geen instrument meer maar verworden tot een gevangenis, al het levendige was langzaam afgeknepen.

Lichtpuntje
Op woensdagochtenden ging ik naar haar toe, vanuit Amsterdam met de trein naar station Ede-Wageningen en dan een klein stukje lopen naar het tehuis. Soms nam ik een van mijn schilderijen mee en liet deze achter zodat ze wat anders had om naar te kijken. En zo kon ze stralend en vol trots aan de verpleegkundige vertellen dat haar kleindochter dit gemaakt had.

Ons woensdagochtend-ritueel
We dronken altijd eerst samen koffie in haar eenkamerwoning op de begane grond, ingericht met de vertrouwde meubels die zo bij mijn grootouders hoorden. Praten kon ze niet meer, maar haar blik kon ik inmiddels lezen; mijn oma en ik konden praten zonder woorden. Na de koffie begon ons woensdagochtend-ritueel, dan liep ik naar haar kledingkast en dan zochten we samen iets moois voor haar uit om aan te trekken. Na het aankleden kapte ik haar haren, deed ik haar make-up en lakte haar nagels. Na het optutten pakte ik de spiegel en terwijl ze zichzelf bekeek en goedkeurend knikte, ging het licht in haar weer even aan.

Ik hielp haar in haar jas en met een vlotte pas duwde ik haar in de rolstoel richting het dorpscentrum. Waar we standaard een stuk taart gingen eten bij de Multi Vlaai of bij mooi weer sorbetijs op het terras.

Deinende konten
Eén van de eerste keren dat ik haar door de drukke dorpsstraat duwde, viel het me op dat haar uitzicht vanuit rolstoel-hoogte bestond uit één grote billenzee. Kleine, brede, dikke, bolle, platte, drillende en deinende konten die zich in een stroperig tempo door de winkelstraat voortbewogen.

Ik besloot een manier te vinden waardoor ze weer enige invloed zou kunnen uitoefenen op de veelvormige achterwerken voor haar. En prompt zag ik bij de fietsenwinkel die we passeerden een grote fietsbel, die gemaakt leek voor de verstijfde vingers van mijn grootmoeder. Geen standaard fietsbel met het bekende armpje dat je vooruit duwde, maar een zilveren bloem, waarvan de rand bestond uit knalroze bloemblaadjes. Een eenvoudig ronddraaien veroorzaakte een helder rinkelen.

Mijn oma had weer een sound
Ik hield de bloembel tegen het buiswerk aan de zijkant van haar rolstoel en vroeg haar of ze zo kon bellen. Aarzelend zoekend zakte haar hand over de bel, waarna ze de blaadjes al rinkelend om het zilveren hart heen draaide. Een brede glimlach verscheen op haar gezicht, al bellend vervolgden we onze weg. Mijn oma had weer een sound, een ‘hier ben ik’!

De kritische blik van een mode diva
We gingen bijna altijd winkelen, niet dat we elke keer wat kochten, maar kleding had nou eenmaal de interesse van mijn oma en mij. Ze maakte vroeger bijna al haar kleding zelf, er goed uitzien was altijd een grote passie van haar geweest. We kochten een delicaat gehaakt goudkleurig vestje voor haar en het stond haar prachtig. Fijn om haar te zien stralen terwijl ze zichzelf goedkeurend opnam in de spiegel. We gingen voor mij regelmatig naar een lingeriewinkel. Na een stapel setjes te hebben uitgezocht, rolde ik haar het grootste pashokje in, waar ze mij met ondeugende ogen en de kritische blik van een mode diva hielp bij het uitzoeken van pikante doch smaakvolle lingerie. Ze had een goed gevoel voor humor en we hebben heel wat afgelachen in die pashokjes.

Hou haar vast, knuffel haar
Na het winkelen duwde ik haar terug naar het bejaardenhuis. Als ik bleef lunchen zaten we samen met haar medebewoners in de eetzaal. Na de lunch ging ze altijd een dutje doen op haar bed en dat was het moment waarop ik meestal weer huiswaarts ging.

Vandaag had ik besloten om bij haar te gaan liggen en haar vast te houden. Ik had kort geleden met een vriend gesproken over mijn oma. “Hou haar vast, knuffel haar, als daar een mogelijkheid voor is, want ze heeft waarschijnlijk met niemand in haar omgeving nog een troostend en koesterend fysiek contact” had hij gezegd. En hij had gelijk, mijn grootvader was al een tijd dood en haar een knuffel geven terwijl ze in haar (rol)stoel zat, was een hele opgave, die eerder leidde tot een ongemakkelijke omhelzing dan tot een liefdevolle ontspannen knuffel die troost schonk.

Knuffeldutje
Ze zat op de rand van het bed, terwijl ik haar vertelde dat ik vandaag bij haar wilde komen liggen. Ik zei dat ik haar zo graag weer eens een knuffel wilde geven, maar dat dat niet goed ging als ze in haar (rol)stoel zat. Ze keek me serieus aan met haar olijfgroene ogen en knikte.

Ik hielp haar op haar zij en zorgde ervoor dat ze comfortabel lag, sloeg mijn arm om haar heen en kroop tegen haar aan. Het was raar en tegelijk heel vertrouwd om zo dichtbij mijn oma te zijn. Even voelde ik me weer dat kleine meisje, op mijn knieën zittend aan haar koffietafel. Waar ik kinderkoffie van haar kreeg met veel melk en suiker en een schoteltje petitfours. Zo zijn we in slaap gevallen en in de woensdagen die ons restte hebben we vaak samen ‘ons knuffeldutje na de lunch’ gedaan.

De dame op de foto bij dit blog is mijn grootmoeder op 23-jarige leeftijd.

2 thoughts on “Mijn oma en ik konden praten zonder woorden”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

%d bloggers liken dit: