‘Mam, doe niet zo bezorgdzaam’

Mijn pre-puberdochter trekt zich steeds meer terug op haar kamer. Hangen, knutselen, filmpje kijken, beeldbellen met vriendinnen. ‘Ze is verslaafd aan haar telefoon’, aldus haar jongere broertje die haar aanwezigheid in de woonkamer inmiddels ook een beetje mist. Hij stapt overigens zelf ook steeds meer de wijde wereld in. Aan de andere kant van ons stads-dorp gaat hij voetballen met weet-ik-veel-wie. We mogen hem nog wel wegbrengen. Dat stuk alleen op de fiets vindt hij nog net te spannend. 

Zodra ze weer in beeld komen, zijn broer en zus moe, hongerig, niet aanspreekbaar.

‘Hoe was het?’ 
– ‘Goed.’
‘Wat heb je gedaan?’ 
– ‘Gewoon.’ 
‘En met wie was je allemaal?’ 
– ‘Ik heb echt geen zin om dat nu allemaal te vertellen.’ 

Ik ken mijn plek en houd me in. In afwachting van het moment dat ik er weer voor ze mag zijn. 

Dit is een heel nieuwe fase in ons gezin
Echt even wennen. Met hart en ziel heb ik me op mijn moederschap gestort. 24/7 gevoelsmatig beschikbaar. Genietend en soms wanhopig van alles wat ik voor ze mocht betekenen. En nu dit. 

Ik rek niet snel genoeg mee
Mijn moederradar staat nog steeds in de hoogste stand. Ook al is dat niet meer nodig. Inmiddels smeren ze zelf hun brood, fietsen ze zelfstandig van en naar school en regelen ze zelf hun speelafspraken. Hoe fijn is dat? zou je zeggen. En daar was ik in eerste instantie ook heel blij mee vanwege de extra tijd die mij dat opleverde. Maar nu het elastiek langer en langer wordt, rek ik gevoelsmatig niet snel genoeg mee.

Ik app een keer extra naar die moeder van dat vriendje. En loop een ommetje langs het voetbalveld: ‘Gaat het nog goed? Zijn er geen pestjochies? Heb je genoeg te eten? En je weet toch dat je niet zomaar met iemand mee naar huis moet gaan, ook al beloven ze een supersonische vijf-persoons Fortnite playstation?’

Kom maar jongen, groei maar meisje
Als ze dan met z’n allen koud en nat binnen komen vallen, ben ik weer helemaal in mijn element. Ik mag warme chocomel en iets lekkers verzorgen. En wanneer mijn dochter enthousiast vertelt over de hoofdprijs die zij bij de online bingo van de sportvereniging heeft gewonnen, smelt mijn moederhart. Kom maar jongen, groei maar meisje.

Als een broedse kip ontferm ik me over mijn eieren
Ik wil mijn kinderen beschermen tegen pijn, tegenslag, afwijzing, ongemak. Het liefst zou ik in hen willen kruipen om te weten wat hen diep van binnen bezighoudt. Met als paradox dat de door mij gewenste nabijheid me juist toekomt, wanneer ik gepaste afstand houd. En dat is nu net de worsteling. Want welke afstand is dan passend voor mij, voor hem, voor haar?

Doe niet zo bezorgdzaam
Ben ik te ver weg, dan reageert mijn zoon: ‘Mam, waar blijf je nou? Je zou me toch helpen! Ik moet ook alles zelf doen. Daar ben ik nog veel te jong voor!’ Kom ik te dichtbij, dan reageert mijn dochter: ‘Je stelt ook altijd van dié [lees irritante] vragen!’ En mijn zoon corrigeert me scherpzinnig met rollende ogen en de onvergetelijke woorden: ‘Mam, doe niet zo bezorgdzaam!’

Ik probeer per moment aan te voelen welke afstand passend is
Mijn kinderen zijn assertief genoeg om mij als moeder in de actieve zorgstand te krijgen. Maar om zelf weer in de relaxstand te raken wanneer het elastiek een paar meter is opgerekt, blijft een uitdaging. Ik probeer per moment aan te voelen welke afstand gevoelsmatig passend is en vertrouw steeds meer op de veerkracht van het elastiek. Het veert vanzelf weer terug, is mijn ervaring. Daar hoef ik niet voor te trekken. 

Hoe doe jij dat als ouder?
Merk je als ouder dat je het lastig vindt om je kinderen los te laten en je te veel op hun wel en wee bent gericht? Neem dan contact op voor coaching. Samen gaan we op zoek naar een passende afstand in de relatie met jouw kinderen. Niet te dichtbij en niet te ver weg; precies op de juiste plek! 

0 thoughts on “‘Mam, doe niet zo bezorgdzaam’”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: