“Juf, ik ben bang” fluistert ze

Ikram, een prachtig meisje van 13 zit tegenover mij. Ze is klein van stuk maar oogt ijzersterk. Haar bruine haar is klitterig, de kleding wat gevlekt. De school heeft zorgen en daarom zit ze, zoals de leerlingen mij noemen, bij ‘de juf die geen juf is’. Achter haar gehardheid zie ik een kwetsbaar meisje, letterlijk en figuurlijk verstopt en diep weggedoken in haar veel te grote zwarte trui. Ik heb haar net mijn kennismakingsriedel gegeven, de noodzakelijke spelregels. 

Overlevingsmechanisme
Twee donkerbruine ogen, met dikke zwarte kohl randen, kijken mij boos en uitdagend aan. Ik zie pijn, ik voel haar pijn. Ze zegt iets lelijks, haar handen trekken gespannen aan haar trui. De woorden blijven komen, als salvo’s worden ze op mij afgevuurd. Ze raken mij niet. Ik word niet boos, verdrietig of beledigd. Ik voel haar pijn, dat wel. 

Vele dames en heren zijn haar voorgegaan, onbewust is dit een test en een overlevingsmechanisme tegelijk. Ga ik haar afwijzen? Ben ik veilig voor haar? Mag ze alles laten zien wat er in haar speelt, ook de donkere kant? Het engste om te laten zien is wel de kwetsbare kant, het raakbare kantje. Dat wordt verdedigd met hand en tand en verbergt zich achter vele afgevuurde woorden. 

Ze mag het laten zien… allemaal. En nee, ik ren niet weg. Ik blijf, hoe hard ze ook duwt. Ik wacht.

Ik geef haar een paperclip
“Hier” zeg ik vriendelijk en geef haar een paperclip. Haar woorden stoppen, ze kijkt verbaasd en pakt de paperclip aan. Onze vingers raken elkaar en onze ogen maken contact. “Kom pak je jas, we gaan naar buiten.” Ze kijkt verbaast. “Juf, wat gaan we doen?” Ik vertel haar dat we ons buiten laten kussen door de zon. “Mag dat?” vraagt ze onzeker. “Ik zou niet weten waarom niet” lach ik. “Of we nou stijfjes aan een bureau met elkaar praten… Nou ja praten” knipoog ik, “of tijdens een wandeling in de zon. Voor de school maakt het vast niets uit en voor ons is het een zonnig verschil.” 

“Praten is toch nodig?”
We lopen door de buurt. “Juf, moeten we niet praten?” haar stem verbreekt de stilte. Ik glimlach en antwoord: “Mijn oma vertelde mij lang geleden dat 
moeten dwang is en dat vanuit dwang maar weinig goeds komt.”
“Het is toch uw werk…praten?”  
“Zeker, net als luisteren, lachen, stil en soms samen verdrietig zijn.”
“Praten is nodig toch?” 
“Soms is het genoeg om er gewoon te zijn zonder woorden” vertel ik haar “…en soms door even stil te zijn geef je de woorden de tijd en ruimte om te ontstaan. Ze poppen dan vanzelf op als popcorn.” Ze knikt. Haar handen friemelen. Ze haalt diep adem en nog een keer. 

Ze trilt
“Juf… ik ben bang” fluistert ze. Ik wrijf tussen haar schouderbladen over haar rug. “Ik denk veel slechts en ben zo moe.” Ik zie de paperclip tussen haar handen gaan. Ze trilt. “Kan je mij vertellen wat er is waardoor je zo bang bent en zo moe?” 
“Nee juf… het is te erg.” 
Ik vertel haar over geheimen die aan je kunnen vreten en over dat sommige dingen die wijzelf bedenken zoveel groter en enger zijn dan de realiteit. En soms is de realiteit juist eng, maar beter te dragen wanneer je er samen naar kijkt en samen stappen neemt om het beter te maken. 

Zo jammer dat ik niet kan toveren
“Ik kan je niet beloven dat ik het kan oplossen. Zo jammer dat ik niet kan toveren. Wel kan ik je beloven dat we samen kijken wat mogelijk of nodig is. Ik zal niets achter je rug om doen. Ik zal je alles vertellen wat ik doe en alles doen wat ik je vertel.” Ze haalt diep adem, ontspant lichtjes. We zijn stil.  

Mijn collega’s verklaarden mij destijds voor gek
Alle jongeren (en ouders) in mijn begeleiding krijgen een kennismakingsriedel. Het mag vooraf maar duidelijk zijn wat je van mij kan verwachten, wel zo eerlijk. Bijkomend voordeel is dat het fantastische discussies en gesprekken oplevert. Helemaal met pubers.
De korte versie: Wanneer een jongere mij iets levensbedreigends of strafbaars over zichzelf of een ander vertelt, neem ik de noodzakelijke vervolgstappen, wat inhoudt dat ik geen geheimhoudingsplicht hanteer of garandeer. Ik zeg wat ik doe en doe wat ik zeg. Niet zozeer vanwege een protocol, maar omdat het uiteindelijk in het belang is van de jongere zelf en vaak ook van zijn of haar omgeving en de maatschappij.
Mijn collega’s verklaarden mij destijds voor gek. Geen enkele jongere zou mij nog in vertrouwen nemen of iets aan mij vertellen. Niets was minder waar.

“Denk je weleens aan doodgaan?”
Ze fluistert: “Ik wil niet meer.” Haar grote donkerbruine ogen kijken mij waterig aan, het zwarte oogpotlood is uitgelopen. Ik denk dat ik begrijp wat ze bedoelt, ik was er al een beetje bang voor. Ik sla een arm om haar heen en we lopen verder. “Denk je weleens aan doodgaan?” de woorden die in de lucht hangen zijn eruit. Ik voel haar lijf ontspannen, een zucht verlaat haar lippen. We praten en praten en wandelen de hele buurt door. Praten over het stoppen van een ondragelijke situatie, in plaats van het stoppen van het leven. Daar ligt een wereld van verschil. Ze snikt in mijn arm en we lachen om de sliert snot die ze op mijn jas achterlaat.

In de knoop
We gaan terug naar school. “Hier juf” ze geeft de paperclip. “Zo, die is wel een beetje in de knoop, een beetje zoals jij nu?” grap ik. We lachen. “Op een dag, echt er komt een dag, dan is je gevoel weer helemaal uit de knoop en je situatie anders.” Ik meen het, al is haar thuissituatie onomkeerbaar verstoord en heeft zij grote uitdagingen te gaan. Ze is een overlever.

Symbool
Elke keer tijdens een huisbezoek of tijdens één van onze gesprekken geef ik haar de paperclip terug. Ik ben een beetje bang dat het ijzer breekt, maar gelukkig is de paperclip sterk, net als zij. De paperclip staat inmiddels symbool voor hoe het met haar gaat. 

Verandering
“Juf, het is heel gek, eigenlijk voelt het fijner om een beetje in de knoop te zijn” ze buigt het ijzeren draad weer in kronkels, terwijl ik haar vertel dat mensen soms zo gewend zijn aan een bepaalde situatie dat het voor hen vertrouwder en zelf veiliger voelt. Verandering is niet altijd makkelijk en soms schieten we terug in het bekende, ook wanneer we diep van binnen weten dat het niet goed voor ons is. 

“Geef jezelf de tijd om te wennen aan anders, aan lichtheid.” Ze geeft de paperclip. Ze is geslaagd en niet alleen voor haar examen. “Op een dag kom ik de paperclip halen juf. Ik ga u missen.” 

We zullen elkaar niet meer zien. 15 jaar later vind ik de paperclip onder in mijn sieradendoosje. Waar je ook bent, ik wens je liefde, lichtheid en een ongeknoopte paperclip. Dank je wel dat je mij toeliet. 

12 thoughts on ““Juf, ik ben bang” fluistert ze”
  1. Gestart met lezen en in één adem door, wat schrijf je intens. Wat fijn dat je er voor haar kon zijn, liefdevol, duidelijk, je maakte het verschil.
    Wat goed dat je nu met kleurcoaching nog zoveel meer mensen kan helpen!

  2. Mooi om het op die manier aan te pakken. Dit is puur en dat is wat er nodig is. Weg met de maskers en protocollen.

    Het meisje weet waarschijnlijk niet meer wat je gezegd hebt. Maar wel wat het met haar gedaan heeft. Top!

  3. Zo heb je altijd gewerkt, zo ken ik je, zo bén je! Vol liefde, ruimte, geduld, oprecht geïnteresseerd en kijkend naar degene voor je. Jij ziet mensen zoals ze (kunnen) zijn. Je hebt mij en anderen veel geleerd. Dank daarvoor lieve Katrín!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: