Juf, ga maar niet naar het Museumplein

“Juf, ik heb een vraag.” Ze gooit haar woorden eruit. Twee blije nieuwsgierige ogen kijken mij verwachtingsvol aan. Jamila zit vol met vragen, ik geniet ervan. Het is een slimme prachtige dame van bijna 16. Sinds zij zich vrij voelt om zich uit te spreken, is er geen houden aan. Ze stelt vragen over het leven, over politiek en over het geloof. Beladen onderwerpen, maar ze is verre van bang, ze wil het weten, ze is slim en hongert naar zoveel antwoorden. Heerlijk om zo’n pittige tante te mogen begeleiden in haar proces van opgroeien. 

“Juf, u zegt toch altijd dat ik eerst zelf iets moet onderzoeken, voordat ik een oordeel kan geven of iets goed of fout is? Dat ik niet klakkeloos andermans mening moet overnemen?” gaat ze door. Ergens voel ik dat het lastig gaat worden vandaag. Het is bijna april, de belofte van de lente hangt in de lucht.

Stellige meningen
Het is heerlijk om met Jamila te praten, of eigenlijk is het eerder discussiëren. Jamila zat begin van het jaar vol met stellige meningen en dat werd haar meestal niet in dank afgenomen door klasgenoten, docenten en ook niet door mijzelf. Ze waren kwetsend en denigrerend naar andere mensen, vooral naar vrouwen en andere religies.

Wat vind jijzelf, als mens, als vrouw?
“Jamila, hoe weet je dat zo zeker?” vroeg ik haar dan. Vaak bleef het stil of wees zij naar iemand anders die dat ook vond. “Maar wat vind jij Jamila, jijzelf als mens, als vrouw?” Daarop antwoorden was zoveel moeilijker. Wanneer ik dan vertelde dat ik niet in een God geloof, dan was het niet erg omdat ik de juf was en aardig. “Jamila, wat de boer niet kent dat vreet hij niet”, waarop ze haar grote reebruine ogen wijd opensperde en zei: “Juf wat zegt u nu?” Tot het kwartje viel en achter alles een vraagteken kwam te staan. Jamila de onderzoeker.

Dan pas een mening vormen
“Juf, u zegt dat toch altijd? Eerst onderzoeken vanuit verschillende kanten, dan kijken wat ik voel en denk en dan pas een mening vormen.” O jee, waar gaat dit heen, ik word vast met mijn eigen woorden om mijn oren geslagen. “Oké! Kom maar op, vraag maar raak.” Jamila brandt los: “Oké er is dus een film die nogal veel teweeg heeft gebracht. Er is veel over gesproken, ook in de Moskee en bij mij thuis. De film is slecht, gevaarlijk en heel heel erg fout, ik mag het er niet over hebben en ik mag er niet over praten. Tenminste, dat zeggen ze.” Haar ogen verraden snode plannen om alsnog aan informatie te komen en natuurlijk via mij.   

Submission
“Over welke film heb je het dan?” vraag ik haar, hoewel ik eigenlijk het antwoord al weet. “Submission, van die man die is doodgeschoten. Die de film heeft gemaakt. En kijk, ik kan er natuurlijk geen mening over vormen en ik kan natuurlijk ook niet klakkeloos mijn ouders en alles wat er in de Moskee over wordt gezegd geloven, dus juf… dus…”Ze kijkt mij onschuldig aan, heel duidelijk een vooropgezet plan. Ik zie een glimlach in de puntjes van haar mondhoeken onderdrukt worden. Praten met haar voelt inmiddels als een soort van schaken met woorden.  

“Denk je dat ik dat kan en mag doen?”
Ik begrijp Jamila wel, ze is nieuwsgierig en wanneer je een puber iets verbiedt dan lonkt het nog meer. 
“Lieve Jamila, nu wil je zeker iets van mij of niet?” 
“Nou, ik dacht als ik toch even op uw laptop die film mag kijken, dan is het zo gebeurd” zegt ze hoopvol.
“Denk je dat ik dat kan en mag doen?” vraag ik haar.
Jamila denkt lang na en zegt dan: “Hmmmm ik vermoed dat het niet zo simpel is, het is vast lastig. Voor uw werk? De school? Uw baas?” vist ze naar het antwoord.
“Goed bedacht, maar het is dichter bij huis…. je ouders.”  
“Wat?! Hoezo?!” vraagt ze oprecht verbaasd.
Ik leg haar uit dat ik niet tegen de wens van haar ouders kan of wil ingaan. “Stel dat ik je de film laat zien en dat je daardoor enorme discussies krijgt met je ouders of iets veel ergers, terwijl wij allebei weten dat zij het niet goed vinden dat je de film ziet. Daarnaast ben je nog niet volwassen en hebben zij het gezag over jou, ze kunnen ook onze begeleiding verbieden.” 

Ik glimlach om haar vasthoudendheid
“Pubers doen wel vaker stiekeme dingen en luisteren niet altijd naar hun ouders, dat is normaal. Dus als we het niet zeggen, dan is er niets aan de hand.” doet Jamila nog een verwoede poging. Ik glimlach om haar vasthoudendheid en leg haar uit dat pubers dat misschien wel doen, maar zeker niet met medeweten en hulp van een juf. “Helaas Jamila, als je dit echt wil dan moet je het op een andere manier gaan regelen of onderzoeken of wachten tot je oud genoeg bent om zelf te bepalen.” 

Ik heb nog nooit een hoofddoek gedragen, dus ik probeer het maar uit
Jamila komt de kamer binnen gelopen. Haar anders zo prachtig glanzende bos haren zijn nu bedekt door een hoofddoek. Ik ben verbaasd. Ze gaat zwijgend voor mij zitten. Haar ogen kijken mij uitdagend aan, maar haar mond zwijgt. 

“En?” vraag ik haar. 
“Wat?” 
“Zit het lekker?” zeg ik terwijl ik wijs naar haar hoofddoek. 
“Nou ja niet echt, het is warm” zucht ze, “maar het is wel makkelijk wanneer je je haar niet hebt gewassen, dat scheelt dan wel weer. En je kan zonder handen bellen, je klemt je mobiel ertussen” grinnikt ze.
“Maar vertel eens?” nodig ik haar uit. 
“Nou ja, ik heb nog nooit een hoofddoek gedragen, dus dan probeer ik het maar uit en kijk hoe dat is en voelt. Van mijn ouders hoeft het niet, maar ik wil het zelf gewoon uitproberen, weten hoe het is. Ik ga ook naar lessen bij de Moskee.” 
“Goed van je Jamila, waar leer je dan over?” 

Er volgen enkele gesprekken over geloof en wat het voor haar betekent, het belang om te leren over het geloof en wat daar bij komt kijken. Ik leer door haar, zoveel meer.  

Het is niet zo veilig daar
“Juf, gaat u maar niet naar het Museumplein met Koninginnedag” zegt Jamila tussen neus en lippen door tijdens het afronden. “Oh en zeg ook maar tegen uw kinderen dat ze niet moeten gaan” gaat ze verder “en tegen andere familie en vrienden ook maar.” Ze kijkt bezorgd terwijl ze het laatste er nog even achteraan mompelt. Ik ben inmiddels ook bezorgd. “Wat is er? Hoezo?” vraag ik haar, terwijl ik haar weer uitnodig om te gaan zitten. “Nou ja, het is niet veilig ofzo daar, dan niet, maar daar mag ik niet over praten.” Ze perst haar lippen op elkaar.

“Ik heb alleen maar dingen opgevangen
Pffffffff getsie, hoezo krijgen we dat nu weer. Mijn hart bonkt in mijn keel. 
“Jamila, wanneer je iets weet of gehoord hebt, wanneer er iets ergs te gebeuren staat, dan is het niet goed om je mond te houden, dat weet je toch wel” probeer ik haar mee te geven, dat praten toch echt beter is.
“Ik heb alleen maar dingen opgevangen en toen wat gehoord bij de Moskee en tja… ik wil helemaal niet dat er dat soort dingen gebeuren en wat als u daar bent of andere mensen. Maar ik weet niets.” Ze perst haar lippen weer op elkaar. 
“Zeker weten dat je verder niets weet Jamila?” vraag ik haar nog voor de zekerheid. Jamila knikt, ze weet verder helemaal niets.

Ik bel de wijkagent
“Voelt het beter wanneer we samen naar de politie gaan? Of dat ik de wijkagent vraag om langs te komen?”
“Juf, ik kan echt niets tegen de politie zeggen, dat kan echt niet.” 
“Ik ga het wel zeggen tegen de politie, dat weet je, maar ik kan jou niet dwingen en dat ga ik ook zeker niet doen.” Jamila haar blik blijft bezorgd en angstig. 
“Ben je veilig Jamila? Heb jij of jouw directe vrienden of familie hier iets mee te maken?” 
“Wij hebben hier echt helemaal niets, echt helemaal niets, mee te maken. Gelukkig niet” zegt ze resoluut.
Ik ben opgelucht. Jamila gaat naar huis en ook mijn dag zit er op. Vanuit huis bel ik met de wijkagent van de school, we overleggen en houden contact. De politie blijkt vanuit meerdere hoeken de geruchten gehoord te hebben, er is een onderzoek gaande en daarmee is het voor mij en Jamila afwachten.  

Ik neem het zekere voor het onzekere
Nog één dag en dan is het Koninginnedag, ik voel de spanning in mijn lijf toenemen. Meerdere keren heb ik mijn kinderen laten beloven dat ze voorlopig niet in de buurt van het Museumplein komen of liever helemaal uit alle drukte blijven. Mijn vrienden en verdere familie heb ik ook ingelicht over de vage geruchten. Ik neem het zekere voor het onzekere, meer kan ik niet doen. Mijn hoofd draait op volle toeren. Respect voor de politie die de signalen en geruchten onderzoeken en dan besluiten of ze wel of niet maatregelen treffen, wel of niet het plein afsluiten, wel of niet. Kan je het echt 100% zeker weten? Op 1 mei haal ik opgelucht adem. 
 
We glimlachen naar elkaar
Het is de dag na de meivakantie. Jamila loopt mij tegemoet op het schoolplein, haar lange bos haren wapperen vrij in het zachte briesje. We glimlachen naar elkaar. Ze gebaart in de verte of ze zo langs kan komen. Ik knik haar kant op. “Juf, ik ben zo blij dat alles goed is. Maar ik heb een vraagje….” Haar ogen lachen en haar lippen krullen. We zijn er weer…. 

0 thoughts on “Juf, ga maar niet naar het Museumplein”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: