Ik hoop dat geweld nooit zinvol wordt, laat staan zinloos

Mark is 16. Zijn ogen zijn leeg, donker… een zwarte zee aan leegte. Het valt mij op en het verontrust mij. Tijdens ons kennismakingsgesprek besef ik weer dat ogen de spiegel van de ziel zijn en één van mijn belangrijkste informatiebronnen. De ogen die mij nu aankijken… ik durf het haast niet te zeggen, ze zijn doods en het leidt mij enorm af. 

Het is het haakje van hoop, liefde en passie
Ik kan het ‘haakje’ niet vinden in zijn ogen. Zo noem ik datgene wat nog niet zichtbaar of duidelijk is, maar oh zo belangrijk. Het haakje is iets waar ik altijd naar zoek tijdens de gesprekken, het is het haakje van hoop, liefde en passie. Kortom, het moment dat je merkt dat het onderwerp van het gesprek haakt aan een fijne emotie. Het praten erover, het aanstippen van dat bepaalde moment of die situatie, doet de ogen oplichten en soms vind je er zelfs een sprankel. Dat is het haakje! 

Hoe diep iemand ook is weggezakt, wanneer je het haakje vindt, kan je aanhaken en de jongere er zo uit vissen. Precies daar ligt dus een deel van de oplossing, waardoor de motor (weer) aangaat en de jongere weer in beweging komt, op koers. Mark start zijn verhaal, zijn ogen zijn nog steeds donker en leeg.

Mijn burgerplicht
“Ja, er loopt een politieonderzoek, maar ze gaan me toch niet pakken. Er zijn geen echte getuigen. Het is mijn woord tegen dat van een nietszeggend onderzoek. Dat gaat nergens heen.” 
Ik heb mijn riedel al gegeven, over mijn plicht, noem het mijn burgerplicht. Waardoor ik zaken die strafbaar zijn of die een bedreiging zijn voor hemzelf of een ander niet verzwijg. Ik help hem daar nog een keertje aan herinneren. Hij kijkt mij nietszeggend aan en grijnst: “Doe je toch niet… daarbij het is jouw woord tegen het mijne.”
Zonder enige adempauze of emotie gaat hij door met het vertellen van zijn verhaal.

“Sowieso stond zijn kop mij niet aan”
“Ik weet niet waarom ik het deed, misschien wel gewoon omdat ik het kan. Sowieso stond zijn kop mij niet aan. Voordat ik het wist, was ik aan het stompen. De ene stoot na de andere.” 
Angstvallig kijk ik in zijn ogen, ergens ben ik bang dat ik nu wel een emotie zie. Maar ook nu zeggen zijn ogen niets, ik registreer geen plezier bij agressie of bij zijn machtsvertoon. Tenminste, het is niet zichtbaar in zijn ogen. 

De verantwoordelijkheid voelt zwaar, ondraaglijk zwaar
Ik weet wat er is gebeurd met het slachtoffer, ik weet waar Mark van verdacht wordt. Wetend dat deze jongen tegenover mij zit en opbiecht dat hij betrokken is bij deze gruwelijke daden van geweld, maakt in mij plotselinge gevoelens van angst en kwetsbaarheid los. De verantwoordelijkheid voelt zwaar, ondraaglijk zwaar. De politie krijgt de zaak nog niet rond. Mark ontkent zijn betrokkenheid en zegt een alibi te hebben. Maar een alibi is zo geregeld, wanneer andere jongeren bang voor je zijn.  

Ratelend spuug ik mijn onmacht zijn kant op  
“Waarom?” vraag ik hem tevergeefs, terwijl ik van binnen intens verdrietig word wanneer zijn woorden toch binnenkomen en zijn daden zich als een film in mijn gedachten afspelen. De kilheid, de hardheid van zijn woorden en de gevolgen van zijn daden.
“Ik sloeg en sloeg, zelfs toen hij in elkaar zakte…” zijn lippen vormen een glimlach, zijn ogen doen niet mee. 
“Hoe kon je?!?! Dus gewoon zomaar, uit het niets, omdat zijn ‘kop’ je niet aan staat?! Heb je wel eens nagedacht over de gevolgen voor hem en zijn gezin? Zijn dochtertje van nog geen vier die ernaast stond? Besef je wel wat je hebt gedaan? En dan ook nog ontkennen, zogenaamd een grote jongen!?!”
Ik verlies mijzelf, ratelend spuug ik mijn onmacht zijn kant op. Zijn ogen houden mijn blik vast. Holle ogen. Leeg, niets, nada. Ik ril. 

“Dat kind heb ik toch niets gedaan?”
“Kan me niets schelen wat je allemaal zegt, mij pakken ze niet. Ja dat kind heb ik toch niets gedaan, die stond er gewoon naast.”
“Dus dat haar vader nu nog steeds in coma ligt, is niet iets dat jij haar hebt aangedaan?!” doe ik nog een zinloze poging om zijn geweten, zijn empathisch vermogen, aan te spreken.

Verstoorde gewetensontwikkeling
Het dringt eindelijk tot mij door; een verstoring in de gewetensontwikkeling. Het verklaart zoveel, de eerdere voorvallen uit zijn dossier en het klopt, er is geen haakje. Het maakt pijnlijk duidelijk waar ik tegen mijn grens van begeleiden en hulpverlenen aanloop.

Mark staat op en loopt de kamer uit
“Ik heb je verteld wat ik er van vind en ik heb je gezegd wat ik ga doen met datgene wat je mij verteld hebt.” Zonder blikken of blozen geeft hij aan dat ik dat niet kan, daar niet sterk genoeg voor ben. 
“Let jij maar op…” zeg ik ferm. “Mark, het houdt hier voor mij op” ga ik verder en ik neem terplekke een moeilijk besluit. “Ik stop met jou te begeleiden, ik ben voor jou niet de juiste persoon en kan  niet bieden wat je nodig hebt.” Mark trekt zijn wenkbrauwen lichtelijk op, zijn lege blik gaat door merg en been, zo recht mijn ziel in. 
“Ik kan alleen verder met de begeleiding wanneer je bereid bent om eerlijk te zijn over je daden en de consequenties accepteert.” 
“Welke daden?” vraagt Mark monotoon. 
Ik beëindig het gesprek. Mark staat op en loopt de kamer uit. 
   
Know your limits en dit zijn de mijne
Het is belangrijk om te weten waar je grens ligt als mens en belangrijk om als hulpverlener je kwaliteiten, en vooral je beperkingen, te kennen. Om vervolgens je ego er zo ver mogelijk buiten proberen te houden. Know your limits en dit zijn de mijne. 

Het voelt als falen
Er volgt een gesprek met de school en vervolgens met de politie. Ik leg een verklaring af. Het voelt als een biecht, alsof ik door te luisteren naar zijn verhaal zelf medeplichtig ben geworden aan zijn daden. Het houdt mij bezig. Het dochtertje van de man, die nog steeds in coma ligt, zweeft nog lang door mijn hoofd. De begeleiding van Mark wordt overgedragen nog voordat deze gestart is bij mij, bij de zogenaamde ‘juf, die geen juf is’. Het voelt als falen, al weet ik beter.  

Ik hoop
Voor Mark hoop ik dat hij zijn daden is gaan voelen, dat hij de juiste ondersteuning heeft gekregen om zijn geweten, zijn empathie en compassie te ontwikkelen. Ik hoop dat het jonge meisje, dat getuige was van zo veel geweld, nog een vader heeft die is ontwaakt uit zijn coma. Ik hoop dat geweld nooit zinvol wordt, laat staan zinloos.

4 thoughts on “Ik hoop dat geweld nooit zinvol wordt, laat staan zinloos”
  1. Stil wacht ik totdat ik jouw ogen een keer live zie. Lief mens, wat heb jij allemaal voorbij zien komen?!
    Mooie woorden gebruik je …

  2. Wat een prachtig geschreven en heftig verhaal Katrin. Zo zuiver blijf je bij jezelf. Respect. Want inderdaad, als dat haakje van liefde, hoop of compassie niet te vinden is… jemig. Even stil van…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: