Ik ben in het verkeerde gezin geboren

Kaito is een lange, slanke Aziatische jongen. Hij is 13 en mag het proberen op deze school, hij komt van het bijzondere onderwijs. We kijken elkaar glimlachend aan. “Wat vind je er eigenlijk van dat je het op deze school mag proberen?” Hij fronst. “Het is wel wennen, maar ik ben blij en bang tegelijk” zegt hij zacht.

“Oh bang?” kijk ik hem verbaasd aan “…maar laten we beginnen met wat je blij maakt, vertel….” nodig ik hem snel uit. “Nou, het is een echte school, waar normale leerlingen ook naartoe gaan. Het is nog niet goed natuurlijk, want ik zit in het laagste niveau van deze school.” Ik kijk hem vragend aan en vertel hem dat het toch hartstikke goed is dat hij deze stap mag zetten. “En waar ben je bang voor?” “Dat ik het niet kan natuurlijk. Misschien ben ik wel te dom voor deze school.” Kaito kijkt sip. “Hoezo denk je dat dan? Je juf of meester op je vorige school en het team daar vonden het een goed idee dat jij deze stap zou zetten. Dat wil zeggen dat zij toch echt in jou geloven, ze zouden het nooit doen wanneer dat niet zo was. Dus waarom twijfel je of je het kan?” “Nou ziet u juf, ze hebben een test gedaan. Ik heb dus een IQ van 66” zegt hij beschaamd. 

De schaal van de ‘normalen’
Grrrrrr! Die stomme rottesten ook…handig als ze doen wat ze moeten doen en wanneer het goed gebruikt en uitgelegd wordt, maar het kan zo stukmakend zijn en zeker bij een kwetsbaar kind. Of het nou gaat om een hoog of een laag IQ, je wordt geplaatst op een schaal van de normalen. De zogenaamde ‘normaalverdeling’. Wat is in godensnaam normaal?! Is een hartchirurg normaler, of  iemand die zorgt voor schone straten?! Wat zegt het eigenlijk? 

Het IQ zegt niets over je geluk, je talenten of successen in het leven. Ik snap best dat het soms goed is of zelfs nodig. Al vraag ik mij af voor wie? Voor de geldschieters, de zorgverzekeraars of voor de verschillende systemen die wij hanteren, zodat je er binnen of buiten kan vallen?

Ik kijk naar Kaito en zie een zachtaardige jongen die weinig vertrouwen heeft in zichzelf. Pffff al dat getest. Hij is niet de eerste die ik hierover spreek en helaas niet de laatste. 

Ik ben een nakomertje en helaas dom
“Eigenlijk juf, ben ik in de verkeerde familie geboren” gaat Kaito verder. “Wat?” roep ik iets te verbaasd uit. Tegelijkertijd schiet er door mijn hoofd dat de testgegevens echt niet overeenkomen met de persoon die ik hier voor mij heb zitten. “Mijn ouders hebben goede banen, zo zijn wij ook naar Nederland gekomen, door hun werk. Mijn oudste broer is piloot en mijn zus is advocaat. Ik ben een nakomertje en helaas dom. Iedereen in mijn familie is slim, ze kunnen makkelijk leren en bij mij gaat alles traag, langzaam, al doe ik echt mijn huiswerk en helpt mijn familie me” gaat hij door. Ik kan wel huilen. Hij is 13! 13!! 

“Weet je, het is heel simpel; een IQ van 66 heb je niet” zeg ik heel beslist. Hij kijkt mij verwonderd aan. “Natuurlijk heb je dat niet, je zou niet hier zitten als dat echt zo zou zijn. Misschien is er iets anders aan de hand waardoor je wat minder makkelijk leert en tja, bij de één gaat het leren nou eenmaal makkelijk dan bij de ander. We kunnen kijken hoe dat zit, maar ik hoop toch wel dat je begrijpt dat je hier zit omdat er in je geloofd wordt!”  

Mijn ouders schamen zich voor mij
Kaito kijkt mij verbaasd aan. Ik leg hem uit dat ik er boos en verdrietig van word, want wanneer een IQ test gedaan wordt – terwijl je misschien ziek bent, geen zin hebt of faalangst bent – dan heeft dat effect op de uitkomst. Zelfs armoede of slecht slapen heeft effect op je IQ volgens verschillende onderzoeken. “Maar los van het IQ en de angst om het niet te halen hier op school, wil ik nog wat vragen over jouw idee dat je in de verkeerde familie bent geboren. Is dat iets wat jezelf bedenkt of denk je dat je ouders en familie dat ook vinden?” “Nou, ik weet zeker dat mijn ouders zich schamen wanneer ze vertellen wat ik doe en met deze school kom ik nooit op een hoge positie” zegt hij somber. We praten verder over dit onderwerp en sluiten af over zijn talenten en hobby’s. 

Nederlands is niet zijn eerste taal
Ik duik in zijn dossier en zie dat hij op zijn 7e naar Nederland is gekomen. Nederlands is niet zijn eerste taal. Hij blijkt overigens in woord zoveel beter te zijn dan in schrift. Thuis praten zij onderling geen Nederlands. Hij kan zich prima mondeling uitdrukken in het Nederlands en spreekt netjes met een ruime woordenschat, maar op papier is het een ander verhaal. 

Familie
“Fijn dat u er bent, gaat u maar zitten mevrouw” zeg ik tegen de dame die binnenkomt, op de voet gevolgd door Kaito. Vooraf hebben wij afgesproken wat ik ga zeggen, hij vindt het goed dat ik hem help om te achterhalen hoe zijn ouders tegen zijn schoolcarrière aankijken en nog zo veel belangrijker naar Kaito’s plek in het gezin. We gaan natuurlijk ook kijken hoe wij met elkaar de kansen voor hem zo groot mogelijk kunnen maken, maar wel vanuit vertrouwen en zonder druk. Mocht hij het niet halen, dan is het niet mislukt, dan is HIJ niet mislukt. Het is belangrijk dat elke uitkomst goed is. Ontspanning maakt het leren een stuk eenvoudiger. De kans grijpen, zich inzetten en onderzoeken of het wat voor hem is en wie weet gaat zijn pad op deze school verder en wie weet komt hij tot de conclusie dat iets anders beter past. Dat is niet mislukken, dat is groeien en ontdekken. 

Ze slikt haar tranen weg
De moeder van Kaito is warm en vriendelijk. Ze schrikt van het gevoel van Kaito dat hij in het verkeerde gezin is geboren. Ze slikt haar tranen weg, haalt meerdere keren adem en zegt: “Je bent voor ons al geslaagd op het moment dat we jou in onze armen namen. Als je maar gelukkig wordt, dat is echt het allerbelangrijkste voor ons.” Moeder vertelt dat zij dachten, door hem veel te helpen en te ondersteunen met schoolwerk, ze hem juist hielpen om dichter bij zijn droombaan te komen. Het was niet bedoeld om te pushen of het onderwijs het allerbelangrijkste te maken van en in het leven. Ze vertelt dat ze van zijn muziek houden, de piano die hij zo mooi bespeelt en nog vele aspecten worden genoemd. Kaito lijkt opgelucht en een stukje vrolijker. We ronden af en maken een belafspraak. Bij het opstaan knuffelt moeder haar zoon. Ik ben blij. 

En dan wordt er getest, toch handig…
Doordat Nederlands zijn tweede taal is, is het op de basisschool niet opgevallen dat er iets anders aan de hand was. Kaito spreekt thuis met zijn familie de taal van herkomst. In een van de gesprekken vraag ik moeder of hij in zijn moederstaal foutjes maakt of dat er iets opvallends is. Ze beaamt dat hij ‘soms hele grappige fouten maakt’. En dan wordt er getest (ja… soms is het dan toch wel handig). Er wordt rekening gehouden met zijn taalgeschiedenis en dat Nederlands zijn tweede taal is. Kaito heeft een taalstoornis, doordat het zolang niet is herkend heeft hij daarnaast ook faalangst ontwikkeld. Het verklaart een boel en er is gelukkig best wat aan te doen. Met stip op nummer één staat het zelfvertrouwen vergroten en dan ook lekker ontspannen.  

Trots
Kaito is vrolijk en het lukt om meer te ontspannen, zo veel meer dan de eerste dag dat ik hem heb leren kennen. Hij is positiever en gelooft er weer in. Hij is super trots, want hij haalt zeer goede cijfers. Hij knokt er dan ook absoluut voor, het komt hem niet aanwaaien. Hij wordt gesteund door familie en de school en dat wordt beloond. Hij doet uiteindelijk op het hoogste niveau van deze school zijn examen. Yes! 

4 thoughts on “Ik ben in het verkeerde gezin geboren”
  1. Weer tranen. Zo ontroerend en wat fijn dat ontdekt is waar hij werkelijk last van had. Jammer dat het tot zijn 13e heeft geduurd.
    Gelukkig kwam hij jou tegen

  2. Een bijzondere naam met een nog bijzonderdere gave. Jij heet vast eigenlijk good moods on 🍀
    Mensen zoals jij kleuren anderen, en daarmee de wereld, mooier.
    En dan kun je ook nog schrijven 👌

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: