Het kost hem zijn school, maar er komt een eind aan de afpersing

Jean-Paul is 14. Samen met zijn moeder zit hij tegenover mij. Jean-Paul is betrokken geraakt bij minder fijne praktijken, het heeft ertoe geleid dat hij nu geen school meer heeft. Terwijl ik luister, kijk ik naar Jean-Paul. Hij heeft een keurig kapsel, een bril met een net montuurtje en hij spreekt netjes ABN. Ik kan mijzelf niet helpen dat ik zijn kwetsbaarheid zie en dat een overplaatsing van particulier onderwijs naar het reguliere vmbo hem niet zal meevallen. 

Het gaat geen gemakkelijke overstap worden
“Wilt u zien dat het geen echt pistool was?” vraagt hij, terwijl hij naar zijn mobiel grijpt. “Nee”, zeg ik, “het doet er niet meer toe. Wat gebeurd is, is gebeurd. Ik wil je geloven, zonder bewijs. Het is jouw leven en jouw toekomst, dus wanneer jij mij in de maling neemt, neem je jezelf in de maling. Ik focus nu het liefst op hoe we het een en ander kunnen fiksen.”
Jean-Paul knikt. Zijn moeder lijkt zich te ontspannen, het gaat nu even niet over het verdedigen van haar zoon of haarzelf. 

Ik vertel dat het geen makkelijke overstap zal gaan worden. Het verschil is groot tussen particulier en regulier. Helaas, denk ik wel eens, want die aandacht, die extra lessen, die kleine klassen en die beste leuke gemotiveerde docenten met commitment, die wil natuurlijk iedereen. Tenminste zo wordt het particuliere onderwijs vaak beschreven en daar wordt door velen naar verlangd. 

Is it a deal?
“Ben je er klaar voor om alles op alles te zetten om deze stap succesvol te maken?” vraag ik hem. “Mevrouw ik wil er alles voor doen en ik accepteer elke school, ik geloof niet dat ik veel te kiezen heb namelijk.” Daar heeft hij gelijk in. Er zijn weinig scholen die openstaan voor een leerling die betrapt is met een neppistool. 
 
Natuurlijk is er ruimte in het gesprek om zijn hele verhaal te doen, voor mij is het echter van belang dat het duidelijk is dat er concessies gedaan moeten worden, noem het een vorm van verwachtingsmanagement en een commitment met elkaar aangaan. “Ik zet mij voor de volle 100% in, ik ga een oplossing bedenken en lullen als Brugman om je weer op een school te krijgen, ik ga achter je staan en als het moet garant voor je staan. Dat doe ik alleen wanneer jij belooft ook echt je best te doen en meewerkt. Wanneer je niet durft of bang bent, snap ik, maar ook dat spreek je uit. 100% eerlijkheid, dat heb ik nodig om jou zo goed mogelijk te kunnen helpen. Deze eerlijkheid krijg je ook van mij, hoe lastig soms ook. Is it a deal?” “Ja mevrouw, ik beloof het…. echt!” 

Samen gaan wij dit fiksen
Moeder wil iets toevoegen, maar ik bedank haar. Het is belangrijk dat Jean-Paul zich niet achter moeder verschuilt of dat moeder als een buffer tussen ons in gaat staan. Niet alleen om ruis te voorkomen, maar ook zodat hun onderling contact niet vertroebelt door strijd hierover, dat stukje neem ik even over. Hij draagt zelf de volle 100% verantwoordelijkheid. 

Ik zie hem groeien voor mijn neus. Ik zie kracht ontstaan, hij gaat rechtop zitten en kijkt mij serieus aan. Ja, samen gaan wij dit fiksen. 

Er komt een eind aan de afpersing
Het verhaal van Jean-Paul blijkt overigens heel anders dan gedacht. Jean-Paul werd afgeperst en niet een beetje. Elke dag werd hij opgewacht en begeleid naar en van school, elke dag leven in angst… En niets durven zeggen ‘want dan wordt het vast erger’. Pesten, afpersen, het gebeurt zo in het geniep en het heeft zo’n impact op ieders leven. Hij werd niet door één persoon steeds opgewacht, maar het waren er velen en ze wisselden elkaar af. Van een vriend ontving hij een neppistool, die het weer via via had geleend omdat hij zich zorgen maakte om Jean-Paul en dacht dat zwaaien met een neppistool de oplossing was. Jean-Paul verstopte die dag het pistool in zijn tas, in zijn kluis. “Ik zou er nooit iets mee durven doen, zo ben ik echt niet. Ik zou het dezelfde dag, na school, weer teruggeven aan m’n vriend, die met mij mee zou lopen naar huis.” Een onaangekondigde kluisjes-controle van de politie gooide roet in het eten. Gelukkig maar, want zo kwam er veel aan het licht over de afperspraktijken. Het kost hem een school, maar er komt een eind aan de afpersing. 

Er is bang
Het is gelukt. Er is een school die bereid is om Jean-Paul een kans te bieden. Ik ben blij en opgelucht en laat het hem gelijk weten. “Juf… uh… mevrouw”, zegt Jean-Paul in een stressreactie, “Ik wil echt wel en ga het ook doen, maar ik ben zo bang. Zo ongelooflijk bang, maar ik ga het echt doen, ik ga er doorheen.” Ik was mij bewust van zijn angst, maar deze reactie had ik niet helemaal verwacht. “Kan je me vertellen wat het is waar je zo bang voor bent?” Jean-Paul kijkt ernstig en buigt zijn hoofd: “Weet u, een van de afpersers zit op deze school, hij kent mij, hij weet precies hoe bang ik ben. Maar ik ga het doen hoor.” Hij klinkt zoveel minder sterk en krachtig nu hij weet waar hij terecht gaat komen. Er is geen keus.
 
De weg naar beter
“Ben je bereid om echt open kaart te spelen met de school? Met de zorgcoördinator? Het is belangrijk dat zij jouw angsten kent, dat ze weet wie een onderdeel daarvan is, zodat zij goed kan kijken wat er nodig is om jouw veiligheid te vergroten.” Zelf ben ik bang dat het, buiten alles om, al pittig zal zijn om zijn plek te gaan vinden op deze school. Er is geen andere weg dan er doorheen, maar wel zoveel mogelijk samen en begeleid. 

Jean-Paul heeft gesprekken met de school voorafgaand aan zijn start. Hij is open over zijn angsten en daar ligt zijn kracht, de weg naar beter. 

Het is helemaal niet goed
Het is de dag dat Jean-Paul gaat starten. Ik denk aan hem en hoop en hoop en hoop dat het goed gaat. Ik voel mij verantwoordelijk voor hoe het zal zijn, al weet ik dat ik alles heb gedaan wat in mijn macht ligt. Einde van de dag bel ik. Zijn moeder neemt op: “Het is oké Katrín, het komt wel goed…” Iets in haar stem verraadt dat het helemaal niet goed is. 

Jean-Paul blijkt in elkaar geslagen te zijn, voor de deur van de school. De angst was zo groot dat er fysieke reacties ontstonden en hij geen controle had over zijn lichaam. “Hij schaamt zich en is angstig”, gaat moeder verder, “maar hij is sterk, we redden dit, samen met de school. Jean-Paul gaat je nog bellen.” Pffff wat een moeder, sterk als haar zoon, mijn hart huilt. Ik had hem graag zo anders gegund.

Twee vliegen in één klap
“Weet je Katrín wat wij gaan doen?” Trots vertelt de zorgcoördinator wat zij binnen de school hebben bedacht en in gang hebben gezet. “Denk maar niet dat hem nog iets gaat gebeuren!” Ze maakt mij blij en het ontroert mij dat er zo’n commitment is en zo’n inzet om ook deze jongen binnen boord te houden en een toekomst te bieden. “Het is zo gaaf! We hebben een echte pestkop op school, een grote stoere jongen, we hebben onze handen vol aan hem, maar willen hem niet loslaten. Wij hebben met hem gesproken en gevraagd of hij zijn kwaliteiten niet eens positief wil inzetten, dat hij zijn ‘kracht’ en zijn ‘niet bang zijn’ inzet voor een goede zaak. Hij was nieuwsgierig en vanaf nu is hij het maatje van Jean-Paul.” Grandioos! Zo mooi, twee vliegen in één klap. Van pester naar beschermer, hoe mooi. 

En zo werden twee jongeren geholpen om het beste uit zichzelf te halen. De  pester en gepeste werden schoolvrienden. Sterker nog, de voormalige pester ging zich voor meer leerlingen inzetten en zijn gepest verdween als sneeuw voor de zon. Jean-Paul vond zijn draai op school, er vonden geen incidenten meer plaats. 
  
Biertje?
Jaren later, tijdens het uitgaan, wordt vanaf een afstandje aan de bar met handgebaren een biertje aangeboden. Ik kijk nog om mij heen, maar hij heeft het toch echt tegen mij. Ik gebaar een vriendelijke ‘nee, dank je wel’ naar deze nette jongeman. Hij glimlacht en proost met zijn zojuist verkregen biertje en geeft daarbij een vriendelijk knikje. ‘Wat bijzonder en raar’, gaat het in mijn hoofd. ‘Hoezo doet hij dat?’ Plotseling popt zijn viertienjarige gezicht in mij op, het brilletje en het nette kapsel. Lang, dun en netjes, nog steeds. Het zijn de glimlachende ogen die ik herken. Mijn hart is geraakt, hoe zoet om mij te zien en contact te leggen. Ik wil hem vragen hoe het hem is vergaan, maar als ik me omdraai, is hij verdwenen. Ik zie hem niet meer, maar ik voel aan alles dat het goed met hem gaat.    

3 thoughts on “Het kost hem zijn school, maar er komt een eind aan de afpersing”
  1. Katrin weer zo leuk geschreven. Toppie en het is zo leuk om je verhalen iedere keer te lezen. Blijf zo doorgaan 👍🙏👄

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: