Een zinvol gesprek met een leerling voeren – Hoe gaat dat eigenlijk?

‘Dan ga je gewoon met het kind in gesprek.’ Vragende blik. ‘Ja, je vraagt gewoon wanneer het hem wel lukt om met zijn taak te starten.’ ‘Oh?’ ‘En daarna vraag je hoe het komt dat het op die momenten wel lukt en kun je samen bedenken hoe de leerling deze aanpak kan toepassen op de momenten dat het minder goed lukt. Ga altijd uit van het positieve.’ 

Gesprekskaarten
Sinds een jaar of drie houden wij ons intensief bezig met het ontwikkelen van producten die door professionele begeleiders van kinderen en tieners kunnen worden ingezet bij het voeren van gesprekken. En we geven workshops waarin wij aandacht besteden aan hoe je onze Gesprekskaarten en Hulpkaarten bij gesprekken in de praktijk kunt inzetten als inspiratiebron, geheugensteun of evaluatiemiddel. Met de Hulpkaarten kun je het gesprek met afbeeldingen toelichten. 

Welke score geeft hij zichzelf?
Het is dinsdagochtend en Jasper (10 jaar) zit naast mij. Ik vertel hem wat wij gaan doen. Aan de hand van de Gesprekskaarten mag hij zelf aangeven welke ‘score’ hij iedere vaardigheid van zichzelf geeft. Op de grond ligt een lijn met blokjes met daarop de cijfers van 1 t/m 10. De nul zit er niet bij; niemand start immers met een vaardigheid op nul; er is altijd wel een klein onderdeel van de vaardigheid dat je beheerst.

Wat knap dat hij zichzelf zo goed kent
Jasper laat duidelijk zien dat hij er zin in heeft. Iets zelf bepalen, dat gebeurt niet vaak op school. Als eerste zijn de gedragskaartjes aan de beurt. Jasper legt het categoriekaartje ‘reactie-inhibitie’ achter de 7 en die van ‘emotie-regulatie’ bij de 6. Ik concludeer voor mezelf dat hij zichzelf goed kan inschatten. In het contact met andere kinderen wil Jasper zijn zelfbeheersing wel eens verliezen en dat weet hij dus van zichzelf. Ik zeg uiteraard niets en pak het volgende kaartje erbij: taakinitiatie. Jasper is een ijverige leerling en dat vindt hij zelf blijkbaar ook; het kaartje wordt bij de 8 gelegd. Hierna zijn ‘doelgericht doorzettingsvermogen’ en ‘volgehouden aandacht’ aan de beurt. Deze kaartjes legt Jasper respectievelijk bij de 10 en de 9. Ik krijg steeds meer bewondering voor dit kind. Wat knap dat hij zichzelf zo goed kent en het ook durft aan te geven als hij iets goed kan. 

11 categorieën
Alle 11 categoriekaartjes worden neergelegd. Flexibiliteit – het laatste gedragskaartje – legt Jasper bij de 5. De kaartjes met de denkvaardigheden plannen (8), organiseren (6), timemanagement (9), werkgeheugen (7) en metacognitie (5) krijgen ook een plek. 
Ik vraag Jasper aan welke vaardigheid hij zou willen werken. Ik vertel hem dat dit niet perse een vaardigheid hoeft te zijn die hij bij de laagste cijfers heeft neergelegd. Jasper kiest voor ‘werkgeheugen’ omdat hij graag wil dat hij meer in zijn hoofd kan onthouden, zoals afspraken. Oké, we pakken de vijf kaartjes met de stellingen van werkgeheugen erbij en nemen deze samen door. 

Werkgeheugen
Of is het plannen, timemanagement of organiseren…? Deze vaardigheden hebben vaak met elkaar te maken. Werk je aan een van deze vaardigheden, dan pak je automatisch ook één of meer andere vaardigheden mee. Hoe fijn is dat? Jasper geeft aan te willen werken aan ‘Een opdracht van school weet ik mij thuis nog goed te herinneren’ en aan ‘Ik weet welke klusjes ik na schooltijd moet doen’. 

Zijn weekschema
Jasper wil dus graag meer overzicht over de activiteiten van de week en deze ook zelf onthouden. Zijn plan ontstaat aan de hand van de vragen die ik hem stel: Hoe wil hij dit overzicht hebben, op papier of op een planbord? Wil hij dit schema in zijn kamer of in een andere ruimte ophangen? Wanneer wil hij voor de nieuwe week een overzicht maken? Heeft hij hier hulp bij nodig, wil hij er zelf op letten of wil hij een seintje van zijn ouders krijgen? Hoe zijn de verschillende zaken in één opslag duidelijk voor hem? Jasper wil graag het weekschema op een A4-tje schrijven. Dit weekschema krijgt een plek op zijn bureau en hij plakt het met plakband vast. Nieuwe afspraken schrijft hij voortaan meteen in zijn weekschema. Hij wil met kleuren werken: blauw voor sport, rood voor afspraken met vrienden, groen voor afspraken met ‘dokters enzo’, zwart voor huiswerk en paars voor ‘dingen die ik voor school mee moet nemen’.

Mede-eigenaarschap
Het met kinderen of tieners in gesprek gaan, hen serieus nemen, oprecht geïnteresseerd zijn en hen eigen verantwoordelijkheid geven, plus hen het vertrouwen schenken om fouten te mogen maken tijdens het oefenen van vaardigheden, is een perfecte combinatie voor het bereiken van een doel.

Wil je ook op een eenvoudige, begeleide manier in gesprek met kinderen en tieners en wil je wat handvatten? Bestel dan de Gesprekskaarten voor het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs of voor het (V)MBO/prakijkonderwijs via deze link: https://www.mijnwebwinkel.nl/winkel/lerenlerenschiedam/

0 thoughts on “Een zinvol gesprek met een leerling voeren – Hoe gaat dat eigenlijk?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *