Een tolk op sokken

Ikram is 13, ze is mijn hart ingesprongen tijdens onze pittige kennismaking. Het is tijd om op huisbezoek te gaan. Ik heb moeder nog nooit gezien, ik heb gehoord dat zij rijdt in een scootmobiel, tenminste wanneer ze buiten moet zijn. Ik weet niet veel van moeder of van Ikram haar thuissituatie. Ikram vertelt er niet zoveel over en in het dossier staat maar weinig. Ze woont samen met haar moeder en een jonger zusje en moeder is lichamelijk gehandicapt, maar hoe of wat verder is niet duidelijk. Voor zover de school weet, is er geen hulp in het gezin.   

Met een diepe zucht en tergend langzaam doet Ikram de voordeur open. “Ha lieverd, hier ben ik dan!” reageer ik over de top zodra ik in haar donkerzwart omlijnde ogen kan kijken. Ikram zet nog een tandje bij om haar meest dramatische gezicht op te zetten. “Nope lieverd, ik ben er en ik blijf nog even” zeg ik vrolijk, terwijl ik haar een eenarmige knuffel geef. Ik volg de liefde in plaats van het protocol. Het is gelukt, mijn voet is binnen en de rest volgt.

Informatie naar binnen slurpen
Ik observeer, van alles trekt mijn aandacht. Zonder dat het opvalt probeer ik mijn blik in standje 360 graden te zetten, ogen wijd open. De informatie naar binnen slurpen, mijn hersenen proberen te verwerken en te interpreteren wat ik zie. Heel veel spullen, waaronder kleding, vele theekopjes, nog meer afwas, schattige beeldjes, schilderijtjes, knuffelbeertjes, kleedjes, schoenen, poppentheeservice, kinderlijke spulletjes her en der. Wonderlijk, en zo anders dan ik had verwacht. Mijn oog valt op een soort plateautjes die overal op en onder lijken te liggen. Terwijl ik op Ikram en haar moeder wacht, onderzoekt mijn blik de plateautjes, geen idee wat of waarvoor dat is. Het zijn een soort plankjes met… het lijkt wel een soort vogelzaad. Vreemd, denk ik, straks toch maar even vragen. Ik ben ook zo nieuwsgierig.

Vrouw Holle
“Lief, lief” zegt een klein vrouwtje, terwijl ze op mij afstrompelt met één hand reikend naar mijn gezicht. Ze ziet er kinderlijk lief en open uit. Ze doet mij denken aan het sprookje Vrouw Holle van de gebroeders Grimm, tenminste in mijn versie was Vrouw Holle een klein, propperig en popperig dametje. Ik word er vrolijk van. Ikram wat minder, ze zucht en puft, schudt haar hoofd en rolt met haar ogen. Heel normaal voor een puber. Moeder spreekt geen Nederlands, gelukkig kan de tolk elk moment arriveren. Ikram kan natuurlijk ook tolken, maar dat is wel het laatste wat je moet willen; een kind laten vertalen voor haar eigen ouders. Moeder stuurt mij een lading aan lieve glimlachjes terwijl ze zo nu en dan ‘lief’ blijft zeggen. Het enige woord dat zij lijkt te kunnen zeggen in het Nederlands. 

Ze grinnikt, maar haar ogen lachen niet mee
“Laat even je kamer zien, nu we toch op de tolk wachten” zeg ik tegen Ikram. Met grote tegenzin gaat Ikram mij voor. We staan boven aan de trap van het souterrain en we staren samen het trapgat in. “Oh… heeft de was de wasmand niet bereikt of heeft de schone was jouw kast niet bereikt? Of is het een combi, het ene op weg naar boven en het ander op weg naar beneden?” vraag ik haar de stilte doorbrekend, terwijl we naar een trap kijken die bezaaid ligt met kledingstukken van onderbroeken, truien tot handdoeken en beddengoed. Ze grinnikt, maar haar ogen lachen niet mee. 

“Het is jouw tolk”
Lopend op de trap rapen we samen alles op. Ik volg haar richting de wasmachine. Het is wel duidelijk dat dit Ikram’s domein is. De voeten van haar moeder zijn vergroeid en daardoor kan ze onmogelijk traplopen. Ikram haar kamer is ruim. De zwarte kleur domineert, zowel in haar kleding als in haar omgeving. Best logisch al dat zwart, het is de kleur van veel pubers; jezelf een beetje beschermen en onopvallend zijn. Zonde, want Ikram is zoveel kleuriger dan zwart. Daar gaat de bel. “Doe jij maar” zegt Ikram “het is jouw tolk” gaat ze gevat verder. “Prima, ik ben al weg, maar jij komt ook” zeg ik met een glimlach en ren de nu lege trap op. In mijn ooghoek zie ik wederom een plankje liggen. 

Een man die alles onder controle heeft
Ik doe de deur open en voor mij staat een keurige man in een camelkleurig pak, inclusief stropdas. Glanzende zwarte haren met een nette dikke donkere snor. In zijn ene hand een attachékoffertje en zijn andere hand vooruit gestoken, klaar om zich voor te stellen. Een man tot in de puntjes verzorgd. We stellen onszelf voor en ik laat hem binnen, terwijl ik uitleg dat moeder moeilijk loopt en dochter er niet zoveel zin in heeft, vandaar dat ik open doe.

Een huivering
De tolk doet, net als ik heb gedaan, zijn schoenen uit in de gang. Zijn oog valt op een van de plankjes met vogelzaad. Door zijn hele lijf zie ik een huivering gaan. In één klap verandert zijn houding van een keurig nette man (ofwel een man die alles onder controle heeft) naar een mens ‘out of control’. Hij grijpt ter hoogte van zijn enkels naar zijn broekspijpen en vouwt ze dicht, terwijl hij iets mompelt wat ik niet kan verstaan. Turks denk ik. 

Dit werkt op mijn lachspieren
Ik kan het niet helpen en ik weet dat ik er niet aan moet toegeven, maar er begint in mijn buik iets te borrelen wat zich langzaam maar zeker ontvouwt in een harde lach, die ik natuurlijk probeer te onderdrukken en dat eindigt in geproest. Ik heb geen flauw idee wat er zojuist gebeurde met en bij deze man, maar om hem nu gebukt te zien staan met zijn handen angstvallig rondom zijn enkels zijn broekspijpen dichtdrukkend en een gezicht dat uit de plooi is gevallen – dat werkt echt op mijn lachspieren. Ik let op mijn ademhaling en probeer weer de controle te krijgen over mijn lijf. Het laatste wat ik nu wil, is dat ik in mijn puberale slappe lach terechtkom. 

Wat is er aan de hand?
“Sorry, kan ik iets voor je doen? Wat is er aan de hand?” vraag ik hem zodra ik mijzelf in bedwang heb gekregen. De tolk houdt zijn broekspijpen nog stevig vast en komt wat omhoog, zodat hij mij een beetje kan aankijken. Zijn broekspijpen bewegen mee en komen tot vlak onder zijn knieën, zijn benen zijn hermetisch afgesloten. “Er zijn hier muizen” fluistert hij. “Ik weet niet of ik dit kan, echt niet” zegt hij bijna wanhopig. In mijn hoofd is er een klein puzzelstukje opgelost: …dus die plankjes met vogelzaad hebben iets met muizen te maken. Maar geeft moeder ze dan eten? Zou mij overigens niets verbazen (’lief’).

Hij wil zich niet laten kennen
We staan nog steeds op de gang en ik praat met de tolk over de mogelijkheden. “Ik heb nog geen muis gezien” vertel ik hem, “wel heel veel plankjes.” Ik zie dat ook hij zich probeert te herpakken, hij focust op zijn ademhaling. Ik geef hem de ruimte. Dan, ook zo herkenbaar, wil hij zich niet laten kennen en zal de uitdaging aangaan. Allereerst rolt hij zijn broekspijpen op tot aan zijn knieën “Het kan mij niets schelen wat ze binnen denken, maar er gaat geen muis mijn broek in” zegt de tolk resoluut, terwijl ik mij weer moet focussen op mijn ademhaling om mijn lach in bedwang te houden. 

De tolk traint duidelijk zijn spieren
Wij zijn een vreemde vertoning als we de huiskamer inlopen. Waar ik probeer om alles in mij op te nemen, zie ik de tolk zich afsluiten en zich concentreren om juist alles buiten te sluiten, behalve dat waar hij voor gekomen is: tolken. Hij neemt plaats op de bank, naast moeder. Ik zit op een stoel, naast Ikram. De tolk traint duidelijk zijn spieren, want zijn voeten raken niet de grond. Niet op letten, niet op letten… herhaal ik in mijn hoofd. Focus! speek ik mijzelf toe. 

De pijn dat haar moeder haar nooit zal begrijpen
Het wordt al gauw duidelijk dat moeder niet alleen fysieke beperkingen heeft. We bespreken het rapport van Ikram en ik probeer mijn zorgen over Ikram te uiten, tegen beter weten in. Moeder blijft herhalen dat het rapport zo goed is, zo mooi is. Af en toe zegt ze in het Nederlands ‘lief’. Ze begrijpt het niet allemaal. Ze weet niet naar welke scholen haar kinderen gaan of in welke groep en klas zij zitten. Cijfers kan ze ook niet zo goed plaatsen. 
Ikram kijkt boos naar haar moeder, ze mompelt dat haar moeder zo stom is. Maar ik hoor haar pijn, dat ze verder is dan haar moeder ooit zal komen. De pijn dat haar moeder haar nooit zal begrijpen.

Het klopt niet
Het gezin krijgt soms hulp van een oom en wat vrienden van hem. Vroeger was dat nog wat vaker, waardoor de reguliere zorg ook wat minder werd ingezet. De oom heeft uiteindelijk alle hulp, die er ooit was, stopgezet. Moeder zegt dat wij liever niet met oom mogen praten. De tolk draait zich naar mij en zegt: ”Ik geloof dat het niet goed is hier, het klopt niet.” 

Hoe kwetsbaar kan een gezin zijn?
Ik zie dat ook hij is aangedaan en zijn hart geraakt is, zowel door moeder met al haar kinderlijke liefde, als door de twee meisjes die zonder enige ondersteuning de binnen- en buitenboel van het leven draaiende proberen te houden. Ikram is geestelijk de oudste, de moeder van het gezin, een moeder van 13. Hoe kwetsbaar kan zo’n gezin zijn voor mensen met boze bedoelingen? Ik wil er niet aan denken… en zal wel moeten. Ademhalen. Focus. Stap voor stap.  

We zuchten onze bezorgdheid ons lijf uit
De tolk heeft nog steeds zijn broekspijpen opgestroopt en zijn voeten van de vloer. Diepe bewondering en respect voor die beenspieren. We zeggen gedag en in de gang zuchten wij diep, onze bezorgdheid ons lijf uit. De tolk bukt naar zijn broekspijpen. Ik zie de rillingen door hem heen gaan, terwijl hij zijn broekspijpen weer goed doet en los moet laten.

Mijn lach kruipt waar het niet gaan kan
Het plaatje van de start ontvouwt zich weer in mijn hoofd. Ik voel weer iets opborrelen. Zo ongepast en zo niet oké, ik probeer de lach te beteugelen. De tolk pakt voorzichtig één van zijn schoenen op, hij rilt en probeert voorzichtig zijn schoen uit te kloppen. Hij lijkt in gevecht of hij zijn schoen wel kan blijven vasthouden of toch maar moet loslaten. Een lach kruipt waar het niet gaan kan en ik laat deze vrij, ik heb geen enkele keus. De tolk draait zich naar mij om en grijnst: “Het is vreselijk, ik haat muizen en ik wil nu écht weg” rilt en lacht hij.

Lijmplankjes 
Ik pak zijn andere schoen en schud deze snel voor hem uit, terwijl ik nog nahik en proest. We sluiten de deur achter ons en dan popt mijn vraag over de plankjes op: “Wat is het? Ik ben zo nieuwsgierig, wat zijn die plankjes?” “Het zijn lijmplankjes, daar vang je vogels en muizen mee in Turkije. De beestjes komen op het zaad af en plakken vervolgens vast.” Brrrr getsie… en ik maar denken dat ze liefelijk, zij het onhandig, gevoed werden.   

Regenboog
Er komt hulp en ondersteuning voor het gezin. Achter al dat zwart van Ikram blijkt zoveel meer verscholen te zitten. Soms ligt de traan dicht bij de lach en de lach dicht bij de traan, zoals de zon en de regen elkaar afwisselen waardoor er ruimte ontstaat voor de regenboog.  

2 thoughts on “Een tolk op sokken”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: