Ben je oké?

Kerstavond 1989 in Amsterdam. Ik ben zeventien en besluit om lopend naar het huis van mijn vriend te gaan. Ik overtuig mijzelf dat de angst die ik voel onzin is. Angst is een beetje gaan kleven aan mij. Het leven was nou eenmaal niet altijd zo veilig om mij heen. Ik negeer mijn angst. Sterker nog, ik laat mijn leven niet leiden door mijn angst. Ik neem de shortcut naar het Leidseplein, dwars over het oude Museumplein en daag mijn angsten uit. 

Twijfel
Terwijl ik ter hoogte van het concertgebouw sta, twijfel ik. 
‘Ga ik echt dwars over het verlaten donkere museumplein of volg ik de wat drukkere en verlichte PC Hoofstraat?’ Iets knaagt vanbinnen, maar ik blijf mijn besluit trouw en negeer het geknaag. Gezond verstand verliest. ‘Opzouten angst, wegwezen!’
Het museumplein is verdeeld door een grote weg waar taxi’s en bussen rijden, nu niet. Het is stil op kerstavond. Ik loop met stevige passen richting het Rijksmuseum. De adrenaline stijgt. Ik voel mijn hart bonken, mijn bloed ruist in mijn oren, mijn blik vertroebelt licht. 

Functionele angst 
Ik concentreer mij op mijn ademhaling. 
‘Diep in… en langzaam uit. Diep in… en langzaam uit.’
Het helpt iets. Ik zie een witte auto verderop geparkeerd. 
‘Waarom staat daar een auto?’
Het lijkt een Dafje, zoals mijn oma vroeger had. Met twee voordeuren en geen achterdeuren. 
Er stapt een man uit, hij slaat zijn deur dicht. 
‘Waarom heeft hij geen jas aan?’
Het is koud. Hij blijft een beetje dicht bij de auto staan en loopt vervolgens een stukje verder.
‘Waarom doet hij zijn deur niet op slot?’
Het voetpad dat ik volg gaat precies langs de wit geparkeerde auto. Ik negeer de signalen, ik negeer mijn toenemende (functionele) angst en ik negeer daarmee mijn intuïtie.

Door handen gegrepen
De man zie ik niet meer. Het bonst in mij. Daar is de angst in al haar verschijningen. 
‘Blijf erbij, blijf bij mij’ smeek ik mijzelf. 
Ik loop langs de witte auto, mijn blik in de verte op het voetpad bij het Rijksmuseum. 
‘Ik ben er bijna.’
‘Bijna… daar is licht, daar verderop zijn mensen.’ 
Twee handen grijpen mij hardhandig vast. 
“Je vraagt erom, dat weet je wel” zegt de mannenstem boos en verwijtend. 
Mijn stem is gevlucht en neemt mijn gevoel mee. 
De woorden van de man vervuilen de lucht. 
Flarden landen in mijn lijf. 
Ik voel handen over mij heen. 
Ik voel mijn handen slapjes afweren. 

Handelingen
“PRAAT!” schreeuwt hij. Mijn stem hapert en stokt. 
 “Praat en je blijft leven” schreeuwt hij nog een keer. 
Ik kom terug en geef antwoord. 
Het is net schaken in mijn hoofd. ‘Als ik ja zeg, wat doet hij dan? En wat als ik nee zeg?’ 
“Je bent bang he?!?!” 
Er volgen vragen en ‘handelingen’ zoals hij ze noemt.
Ik blijf leven als ik doe wat hij zegt. 
Zijn onderbroek is horizontaal gestreept met kleuren als een behangetje uit de jaren 70. 

Redding nabij
Blijf erbij’ zeg ik tegen mijzelf. ‘Vlucht, ren weg, kijk om je heen. Hoor je iets? Zie je iets? Ligt er een steen of een tak?’  
De man wordt boos, alsof hij merkt dat ik alerter word en mijn angst plaatsmaakt voor verstand, de overleefmodus gaat aan. 
Ik hoor een auto aankomen, vanuit mijn ooghoek zie ik de taxi. 
De chauffeur lijkt mij aan te zien, de auto vertraagt. 
‘Is het echt of een wensgedachte?’
Voordat ik mijzelf antwoord, nemen mijn benen een sprint.
Ik ruk mij los en ren… en ren. 
Ik krijg een klap tegen de zijkant van mijn hoofd. 
Zijn stem sist kwaadaardig in mijn oor. 
Handen omklemmen mijn armen, ze slepen mij terug de donkerte in. 
De chauffeur kijkt, de auto vertraagt verder. 
‘Help mij!’ mijn ogen kijken hem aan en smeken. 
De taxi rijdt weg. 

Vrouw in koffer 
De man is woest.
Hij is sterk.
Mijn hoofd duizelt en gonst. 
“Als je dat nog één keer flikt, vinden ze je in stukjes… word je uit de gracht gevist.”
Vaag doemt er een krantenartikel op over een gevonden vrouwenheup in de gracht. ‘Was het in een koffer? Niet aan denken!’ 
De man duwt en klemt mij tegen zijn auto. 
“Nu moet je mee” zegt hij beslist en duwt mij richting de deur van de passagiersstoel. 

Plaats delict
‘Laat je nooit verplaatsen van een plaats delict naar een volgende locatie.’ 
 
Woorden uit een aflevering van Oprah Winfrey. Wie had ooit gedacht dat die woorden zouden oppoppen en nu zo van belang zijn. 
‘Vecht!’
Ik verzet mij met al mijn kracht.
Ik probeer mijn stem te vinden. 
“Ik ga niet! Al vermoord je mij, ik ga niet” prevel ik zacht.
Bij elke poging komt de zin steeds luider en luider, tot ik het uitschreeuw tijdens mijn verzet. 
Mijn benen tegen de deur van zijn auto.
Pijn voel ik niet en zijn bedreigende woorden komen niet binnen. 
Dan stopt hij. 
“Je hebt het verdiend, moet je maar niet in het donker lopen op straat.”
Zijn laatste woorden blijven in mij gonzen: “Ik doe dit elk weekend zo.” 
Ik loop weg. 

Handen gestolen en opgeëist
Ik voel de schaduw van zijn handen over mijn lijf.
Mijn handen voelen alsof ze niet van mij zijn. 
Ik loop verder weg en verwacht bij elke stap alsnog gegrepen te worden. 
Een autodeur gaat dicht, de motor start, de auto rijdt weg. 
De tranen laten los en stromen over mijn wangen.
Mijn lijf begint te trillen. 
Stap voor stap ga ik mijn weg.
Mensen spreken mij aan, maar ik hoor ze niet. 
Mijn blik is wazig en mijn lijf schudt hevig. 
Stap voor stap kom ik dichter bij waar ik zijn wil. 
Ik bel aan, ga naar binnen en zak in elkaar. 
Onderweg schud ik mijn jas, handschoenen en sjaal af.
Besmet met hem. 
De rest van mijn kleding volgt. 
De douche spoelt niet weg waar ik naar verlang. 
Mijn handen voelen een lange tijd als ontvreemd, door hem gestolen en opgeëist.  

Ben je oké?
Zie jij iets gebeuren? Stel de vraag: Ben je oké? 
Kan dat niet? Kijk niet weg, maar schakel hulp in!  
Check de campagne https://www.benjeoke.nl/ #benjeoke

5 thoughts on “Ben je oké?”
  1. Jeetje Katrin, wat een vreselijk ervaring. En wat heb je het goed beschreven- het herkenbare eerste stuk en dan de toenemende vrees bij mij als lezer dat dit niet goed gaat aflopen. Wat hoop ik dat ik en anderen hier oog voor houden op straat. Dank voor het delen.

  2. Dank je wel! Ik hoop inderdaad dat mensen het lef hebben om te checken of het oké is met iemand of te bellen met de politie bij twijfel. Helaas hoor je nog zo vaak dat er wel mensen waren, maar niemand iets doet….het kan een wereld van verschil maken!

  3. Ik hoop ook dat men een beetje beter let op elkaar en vooral durft te handelen als er iets niet lijkt te kloppen. Helaas hoor je nog zo vaak dat er wel mensen zijn, maar niemand iets doet. Het zo genaamde omstandereffect.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: